<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><rss version="2.0"
	xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/"
	xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/"
	xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom"
	xmlns:sy="http://purl.org/rss/1.0/modules/syndication/"
	xmlns:media="http://search.yahoo.com/mrss/"
		>
<channel>
	<title>Comments for Florisschreve's Weblog</title>
	<atom:link href="http://florisschreve1973.wordpress.com/comments/feed/" rel="self" type="application/rss+xml" />
	<link>http://florisschreve1973.wordpress.com</link>
	<description>Just another WordPress.com weblog</description>
	<lastBuildDate>Mon, 13 Oct 2008 01:14:19 +0000</lastBuildDate>
	<generator>http://wordpress.com/</generator>
	<sy:updatePeriod>hourly</sy:updatePeriod>
	<sy:updateFrequency>1</sy:updateFrequency>
		<item>
		<title>Comment on Antroposofie deel II; een repliek by florisschreve1973</title>
		<link>http://florisschreve1973.wordpress.com/2008/10/12/antroposofie-deel-ii-een-repliek/#comment-3</link>
		<dc:creator>florisschreve1973</dc:creator>
		<pubDate>Mon, 13 Oct 2008 01:14:19 +0000</pubDate>
		<guid isPermaLink="false">http://florisschreve1973.wordpress.com/?p=21#comment-3</guid>
		<description>Reacties
Reactie Ramon de Jonghe (www.steinerscholen.com)

Ik ga me hier verder niet over dit onderwerp uitspreken. De ‘discussie’ hierover is erg onvruchtbaar gebleken, de meeste critici hebben hun ‘oordeel’ al lang klaar en lijken niet geïnteresseerd in een genuanceerde behandeling van dit complexe vraagstuk.’

Die reactie kwam op het artikel ‘Steiner hat gesagt….’. Waarna wordt verdergegaan.

Maar m.b.t. de uitspraken hierboven over de affaire rond Christof Wiechert wil ik even iets rechtzetten. Er staat: ‘Dit in ogenschouw nemende, vond Wiechert de gedachte achter de kosmische rassenleer van Steiner meer begrijpelijk. Het publiek had dit anders begrepen, namelijk als onverdund racisme.’
Het was niet het publiek, maar de journalist van de Humanistische Omroep die een rel schiep, door voorafgaand aan de uitzending een persbericht de wereld in te sturen. Zonder deze actie was er waarschijnlijk helemaal geen affaire geweest. De uitzending zelf was een montage, op basis van een gesprek van enkele uren, die tegen de afspraak in niet vooraf aan Wiechert was voorgelegd. Naïef van Wiechert, dat wel.

Wiechert zou ‘geflikt’ zijn door een of andere schrandere journalist? Toch dom voor iemand die zijn wijsheden betrekt uit hogere werelden, niet? Het zou natuurlijk kunnen dat het zo gegaan is, maar het lijkt er sterk op dat dit simpelweg de zoveelste verdedigings- en rechtvaardigingstactiek is die vanuit antroposofische hoek wordt aangewend wanneer er iemand door de mand valt.

Dat de racismediscussie weinig vruchtbaar is gebleken, ligt dan toch vooral aan antroposofen zelf. Die kruipen steeds wanneer er een kritisch geluid klinkt ergens weg in een hoekje, maar niet voordat er doorheen de beweging heel hard ‘Ahriman, Ahriman’ is geroepen, vaak vergezeld van nog meer ‘ad hominem’. En dan maar wachten tot het licht weer aangaat.

Zo kreeg Floris Schreve, die hier al enkele reacties plaatste waarin hij refereerde naar zijn artikel over racisme en sektarisme in de antroposofie, er vanwege dat artikel onlangs flink van langs op Nederlands grootste antroposofische webportaal: Antrovista. Paul Heldens, zeer bedrijvig binnen de antroposofische beweging spendeerde maar liefst negen pagina’s aan het artikel van ‘een jonge hond die tegen mijn broek pist’, waarmee Heldens duidelijk naar Schreve verwees. Argumenten tegen het betoog van Schreve had hij niet, wel een lange literatuurlijst. En toen de wind te veel tegenzat, haalde Heldens zijn stuk van de site van Antrovista. Die historie is nog na te lezen in mijn bijdrage ‘Eerst blazen…dan aftocht’.

Floris Schreve liet het er echter niet bij en dient op zijn weblog Heldens sinds vandaag van repliek met een nieuw artikel, genaamd ‘Antroposofie deel II: een repliek’. De auteur heeft iets met lange titels, want als ondertitel staat er dit:

Van de propaganda, halve waarheden en kloeke leugens. Over de kunst van het vermeend selectief citeren ter bewijs van een ‘vermeende’ rassenleer waarin een gedeeltelijke repliek op Paul Heldens ‘9/11 Heikele kwesties’ en met een verwerking van zijn belangrijkste literatuursuggesties.

Een hele mond vol. Het is, net zoals de vorige keer, een uitgebreid betoog geworden, waarin hij zich vooral richt op het door enkele antroposofen samengestelde boek ‘Antroposofie ter discussie’. Alleen is het deze keer overzichtelijker om te lezen (de layout is stukken beter). Schreve komt ook met heel sterke argumenten; Het valt op dat hij zich meer in zijn eigen vakgebied, cultuurgeschiedenis, begeeft en het hem lukt zo zijn argumenten meer gewicht te geven. Vooral de bijdragen van Maarten Ploeger en Hans Peter van Manen aan het hierboven genoemde boek worden zorvuldig ‘uitgebeend’. Schreve toont aan dat beide heren nogal mank lopen wat hun argumentatie betreft.

Ploeger: ‘Er blijkt zelfs een opmerkelijke affiniteit te bestaan tot grensoverschrijding tussen leven en dood. Al in een vroeg leeftijdsstadium vertonen indianen scherp getekende gelaatstrekken. Bij de prairie-indianen werd een belangrijkste krijgers inwijding gevonden in strijdsituaties met een welhaast zeker dood voor ogen (de eer behalen door een gewapende vijand aan te tikken met een stok)…(…) Met deze karakteristieken voor ogen kan Steiners uitspraak in de Volkszielen (vrij weergegeven): ‘De indianen moesten uitsterven en de kolonisten waren het uiteindelijke instrument’, in en juist daglicht worden gesteld. Het is allerminst een excuus voor het botvieren van de blanke moordcapaciteit; die schuld hebben wij hoe dan ook op ons geladen (evenmin kan de nog steeds voortgaande uitroeiing van de Amazone-indianen hiermee op welke wijze dan ook aanvaardbaar worden gemaakt). Zoals een ouder mens aan een op zichzelf niet zo dramatische ziekte licht kan bezwijken, zo betekende de confrontatie met de blanke expansiedrift voor de indianen meer dan een reeks ongelijke oorlogen. De indiaanse cultuur had à priori de bevattelijkheid om hieraan te gronde gaan (zie bijvoorbeeld de Wovoka-episode, uitmondend in de ‘zelfdestructie’ onder leiding van Sitting Bull bij Wounded Knee)’. (p.43-44 [nvdr. Antroposofie ter disccussie])

Dan Schreve weer:

Wellicht is het zinvol om een paar foto’s te tonen van de dode lichamen die na de slachting op karren naar het massagraf werden gereden (zie link http://hoist.hrtc.net/~wbt/woundedknee.htm , overigens geheel ten overvloede, de foto’s zijn schokkend). Maar misschien dat het dan wat minder een abstractie wordt waar de heren Ploeger en Wiechert vrijblijvend hun semi-wijsheidjes over menen te moeten spuien. Wat de Belgische antroposofen van de Brug met de Holocaust hebben, hebben sommige Nederlandse antroposofen met Wounded Knee. Verder blundert Ploeger al in het vermelden van de juiste feiten (het was niet onder leiding van Sitting Bull, want die was daarvoor al vermoord), laat staan dat hij dan in staat zou kunnen zijn om de ‘kosmische noodzaak’ van ‘Wounded Knee’ uit de doeken te doen. Er was ook geen sprake van zelfdestructie, want de kogels kwamen uit twee Hotchkiss kanonnen, op bevel van Kolonel James W. Forsyth opgesteld op de heuvel boven de vallei, waar een ongewapende menigte van tussen de driehonderd en driehonderdvijftig Minneconjou Lakota werd uitgemoord, zonder aanzien des persoons, op 29 december 1890 (feiten zijn toch belangrijk, al lijkt meneer Ploeger daar niet zoveel om te geven. Die zoekt het meer in de ‘grote lijnen’ en de achterliggende ‘wetmatigheden’). Stamhoofd Big Foot, want die was het, dus niet Sitting Bull, leed op dat moment aan een zware longontsteking en was eigenlijk doodziek. Berucht is de foto van zijn door de strenge vorst bevroren lichaam, in een verwrongen houding in de sneeuw. Ik zou wellicht wat literatuur en andere bronnen kunnen aanraden over de toedracht en de achtergronden van deze massaslachting, maar het lijkt mij het beste en ook wel zo kies als bepaalde Nederlandse antroposofen voortaan hun mond houden over de kwestie Wounded Knee. Dan gebeuren er tenminste geen ongelukken.
Aan het eind van dit onfrisse verhaal zegt Ploeger, nu kennelijk in de hoedanigheid van rassenveredelaar:

‘De opheffing van de fysieke verschillen tussen de rassen gaat onherroepelijk door. Er is nog maar weinig tijd om hier juist op te antwoorden. Dit antwoord moet grotendeels nog gevonden worden. Schrijver dezes heeft het voornemen tot een uitvoeriger publicatie te komen, in een poging hieraan verder te werken’.
Bij mijn weten is die publicatie er nog niet gekomen. Houder van deze webstek heeft echter het voornemen om die publicatie op gepaste wijze te recenseren, mocht het ooit zover komen, al denk ik dat de heer Ploeger het maar beter kan laten.


Dit om zo’n beetje aan te geven op welke manier de auteur zich met de literatuursuggesties van Paul Heldens heeft uiteengezet.

Wanneer het echter over de steinerscholen en de kritiek daarop door twee academici gaat, put Schreve voor zijn argumentatie uit zijn eigen ervaring als lagereschoolleerling op een steinerschool. De twee academici, Zondergeld en Van der Tuin, hebben het over het ingieten van occulte zaken in kinderen.

De leerlingen krijgen een totaalpakket aangeboden, waaraan zij zich nauwelijks kunnen onttrekken. Een onderwijspakket, waarin geloof in reïnkarnatie, karma (Indisch noodlot), aura (onzichtbare uitstraling van ieder mens als ‘tastbaar’ bewijs van zijn geesteslichaam) en allerlei andere totaal onbewezen occulte zaken langzaam maar heel zeker de kinderen wordt ingegoten’ (p. 49.)

Floris Schreve treedt vervolgens Van Manen gedeeltelijk bij.

Hans Peter van Manen zegt in ‘Antroposofie ter discussie’ terecht: ‘Dit is van a tot z de allergrootste kolder. De enige vraag zou kunnen zijn wie dit uit zijn duim heeft gezogen: de auteurs of een kwaadwillende informant’ (p. 47).

Hierin moet ik van Manen gelijk geven, als ervaringsdeskundige kan ik mij niet herkennen in het bovenstaande beeld. Zonder meer een punt voor van Manen.

Maar dan vervolgen Zondergeld en van der Tuin: ‘Ook het geschiedenisonderwijs- voor zover dat volgens de voorschriften van Steiner gegeven wordt en dat is volgens ons onderzoek niet altijd het geval- kenmerkt zich door de meest onwaarschijnlijke onzin. Atlantis heeft een miljoen jaar bestaan. Een reeds lang en breed achterhaald bijgeloof dat ook door Mellie Uyldert wordt aangehangen, die zich daarbij beroept op nazi-historicus/charlatan Hermann Wirth’ (p. 49).
En nu het meest interessante, over deze laatste passage zwijgt van Manen, terwijl het in de direct opvolgende zin staat. Dit laatste is namelijk wel waar. Dat van die Nazi historicus en Mellie Uyldert weet ik niet direct (het medium Mellie Uyldert is een beruchte randfiguur binnen de Nederlandse antroposofie, die de Holocaust ‘kharmisch’ weet te rechtvaardigen omdat ‘Joden er zijn om te lijden’ en van ‘Christus stierf voor ons en zij sterven nog steeds met hem mee’, kom ik later op terug). Maar dat je leert dat Atlantis heeft bestaan klopt, zeg ik wederom als ervaringsdeskundige (al ligt de bron daarvan natuurlijk bij Steiner zelf en niet bij een of andere Nazi-historicus, al wil ik meteen geloven dat Mellie Uyldert zich daar maar al te graag op beroept). Zo begon mijn eerste periode geschiedenis in de vijfde klas van de lagere school. Over Manu die het verzinkende Atlantis wist te ontkomen en de beschaving naar het oude India bracht.

Een voorbeeld van manipuleren, vindt Schreve, want volgens hem had Van Manen ook kunnen zeggen:

Wat zij (nvdr. Zondergeld en Van der Tuin) over occultisme op school uitkramen is van a tot z de grootste kolder, maar wij leren onze kinderen wel over het bestaan van Atlantis. Wij antroposofen geloven namelijk dat Atlantis heeft bestaan, zoals Rudolf Steiner dit talloze malen uiteen heeft gezet in oa zijn ‘Akasha Kroniek.

Kolder? Niet voor wie zich verdiept heeft in de door Steiner ontwikkelde ‘menskunde’ en de toepassing ervan in de pedagogie. Occult betekent niet voor niets ‘verborgen’. En de meeste kinderen nemen wat volwassenen aanbieden voor vanzelfsprekend.

Zullen we daar eens een boompje over opzetten?

Ramon DJV

Geplaatst door: Floris Schreve &#124; 12-10-08 om 4:08 

reactie Michel Gastkemper

Ontkenningsfase 

Zoals hij hier al had aangekondigd, is vandaag de reactie van Floris Schreve, onder andere op het teruggetrokken artikel van Paul Heldens, op zijn weblog verschenen. Dit is nog eens zo’n uitvoerig betoog, net als de vorige keer, waarin hij de punten naloopt die voor hem het racistisch karakter van de antroposofie uitmaken. Hij begint opnieuw met zijn persoonlijke ‘Werdegang’, vooral met betrekking tot de antroposofie, zodat duidelijk kan worden tot welke positie hij ten aanzien hiervan is gekomen. Vervolgens gaat hij in op Paul Heldens, verder bespreekt hij enkele van diens literatuurverwijzingen, waaronder het boekje ‘Antroposofie ter discussie’ uit 1985 en een extra editie over racisme van tijdschrift ‘Driegonaal’ uit 1996. Zijn artikel is echt een deel 2 geworden, waarin Floris Schreve de puntjes op de i zet. Inzichtelijk, navolgbaar, weldenkend en redelijk. En ja, antroposofen krijgen het voor hun kiezen. Maar hij doet dat met open vizier. 
Hij schrijft dat hij zich in jonge jaren na zijn vrijeschooltijd ook met verschillende richtingen van de esoterie heeft beziggehouden. Maar dit heeft hij op een gegeven moment toch weer losgelaten.


‘Vanuit de universiteit kreeg ik echter volstrekt ander soort denkbeelden mee (vooral veel postmodernisme en later ook het “postkolonialisme” als ik het zo kan omschrijven, gezien mijn interesse voor hedendaagse kunst en cultuur uit de niet-westerse wereld). Ik ben me ook veel meer daarop gaan richten en heb de esoterie gelaten voor wat die was. Uiteindelijk vond ik het ook veel te megalomaan en, wat betreft de antroposofie, een idee als bijvoorbeeld de Aarde Evolutie en het bestaan van Wortelrassen (en ik verwar deze niet met de huidige mensenrassen, al blijf ik erbij dat het wel wat met elkaar te maken heeft, zie Blavatsky en overigens ook Steiner) werd voor mij een regelrechte absurditeit.’

Herinneringen aan zijn vrijeschooltijd kwamen weer boven toen medio jaren negentig antroposofie in opspraak raakte vanwege racisme. Alle publiciteit daarover liet hem niet onberoerd.


‘Vooral het denken in analogieën (nacht=zwarte ras, ochtend =Aziaten, dag=blanke ras, avond=indianen) was voor mij een schok van herkenning, al had ik het zelf nooit meegekregen dat dit soort modellen ook op mensenrassen werden geprojecteerd. Maar het antroposofisch wereldbeeld (overigens net zo goed andere esoterische denksystemen, maar bijvoorbeeld ook de astrologie) hangen aan elkaar van analogieën, in plaats van causaliteiten. Wat ik hiermee bedoel is dat in de antroposofie het hermetische principe wordt toegepast, het “zo boven zo beneden” beginsel. Krachten en verhoudingen die in de macrokosmos werkzaam zijn, bijvoorbeeld de sterren of de loop van de planeten, zijn ook aanwezig in de microkosmos, bijvoorbeeld de levensloop van de mens, en in het geval van de antroposofie, de mensenrassen. Steiners “de Volkszielen” is gebouwd op analoge causaliteiten of Hermetische “zo boven, zo beneden” redenaties. Zoals Steiner zijn rassenleer in astrologische termen heeft gegoten (...)’

Steen des aanstoots is ‘Die Mission einzelner Volksseelen im Zusammenhang mit der germanisch-nordischen Ideologie’; hiervan volgt, in aanvulling op zijn vorige artikel, een interpretatie van uitvoerige citaten. Met als conclusie:


‘Laten we dus vaststellen dat er wel degelijk sprake is van rassenleer en wel volgens een zeer doordacht en consequent model, al zijn de grondslagen van dat model regelrecht absurd te noemen volgens iedere “normale” logica. Fysionomie, astrologie, geografie en huidskleur, alles samengebracht tot een geheel. Hoe “mooi” de theorie ook in elkaar lijkt te zitten, deze manier van redeneren staat haaks op iedere vorm van academisch of filosofisch redeneren in de wetenschappelijke traditie, zoals die sinds Descartes gebruikelijk is. Dit plaatst de antroposofie ook buiten de wetenschap, hoezeer er in antroposofische kring wordt gesproken van “wetenschap”. Correcter is het om te zeggen dat het om een geloof gaat, al wil ik mij hier niet uitspreken over de mogelijkheid tot schouwen in de Hogere Werelden, zoals Rudolf Steiner zijn ‘Geesteswetenschap’ heeft omschreven (vooral Steiners ‘Wetenschap van de Geheimen der Ziel’ is op dit gebied zeer onthullend). Het gaat mij er hier overigens niet om, om een uitgebreide beschouwing te houden over wat wetenschap is en wat niet (dat is filosofisch nogal complex en voert dus wat ver), maar ik denk dat de vaststelling dat de antroposofie vooral een “geloof” is en geen “wetenschap” hier volstaat.’

Even later spreekt Floris Schreve zich zo mogelijk nog duidelijker uit:


‘De algemene generalisaties en de welhaast monolithische voorstellingen van niet alleen “rassen” maar ook “culturen” zijn een gruwel voor iedereen die vandaag de dag een beetje geschoold is in een historische of cultuurwetenschap. Ook in de culturele antropologie is dit soort etnocentrisch, laat staan racistisch denken (want dat is het) terecht volstrekt uit den boze. De hele theorie van de rassen, maar ook de cultuurperiodes kan wat mij betreft afgedaan worden als negentiende eeuwse eurocentrische rassenwaan, maar helaas tot op de dag van vandaag wordt het binnen sommige antroposofische kringen verkocht en beleden als een diepe mystieke en essentiële waarheid.’

Ook komt hij opnieuw te spreken over De Brug, een antroposofisch tijdschrift uit België, dat op internet zeer ruim is vertegenwoordigd. De vorige keer heeft hij de artikelen uit deze hoek al als volstrekt onder de maat beoordeeld; dat wordt dit keer niet minder. Het gaat er daar zo woest aan toe, dat dit tot een goed advies aanleiding geeft:


‘het lijkt mij genoeg reden voor de gemeenschap der antroposofen om zich definitief van tijdschrift de Brug te distantiëren. (...) Waarom zegt niemand uit antroposofische kring hier iets van?’

Helemaal aan het slot vat hij zijn bezwaren nog een keer samen:


‘Wat mijn probleem met de antroposofie is, is dat het zich allerlei uitspraken permitteert over onbewijsbare grootheden, met een air en een pretentie alsof het de universele waarheid is. Nu doen ook alle religies dat, maar erken dan tenminste dat de antroposofie geen wetenschap is maar een geloof. En voor als je er in kan geloven (en dat kan ik niet meer) waag je dan niet aan allerlei theorieën en uitspraken over rassen, homoseksualiteit (zijn ze bij de Brug heel goed in), over hoe de geschiedenis in rigide sjablonen van cultuurperiodes is in te delen, over de geschiedenis van de aarde, etc.

Ik zie ook wel de goede dingen (bepaalde kanten van het onderwijs en ik ben ook zeker voor ecologische landbouw), maar wat betreft het duiden of classificeren van rassen en culturen en de megalomane visie op de geschiedenis zijn voor mij persoonlijk eren.’


(Hier is blijkbaar iets weggevallen, ‘zijn voor mij persoonlijk moeilijk te verteren’ bijvoorbeeld, maar evengoed is duidelijk wat hij bedoelt.)


‘Ook van dit soort koloniaal gedachtegoed is de antroposofie doordrenkt, zij het dat er een dikke esoterische saus overheen is gegoten, verpakt in een universele en eeuwig geldende kosmologie. Het zou interessant zijn om dat te doorbreken, dan kan de antroposofie zich ook van het racisme bevrijden. Want dat racisme duikt constant in verschillende vormen op.
Ik denk dat dit het probleem is, hoewel het door Geuljans geopperde “ethisch individualisme” wellicht een uitweg biedt. Verder is het in verschillende antroposofische uitingsvormen, in talloze gedaantes, telkens weer raak. De vorm is vaak verschillend, maar de inhoud is steeds dezelfde. Of het nu gaat om de mysterieuze op astrologie en aardkrachten gebaseerde rassenleer van Rudolf Steiner in de Volkszielen (en dat is wel de bron), het kwakkelende betoog voor “rasbewustzijn” van Maarten Ploeger ( zwabberend tussen Senghor en Wounded Knee, waarvan hij de eerste niet begrepen heeft en van het tweede de feiten niet kent), het gezwam van meneer Wiechert over Ajax en wederom Wounded Knee, de agressieve vlucht naar voren methode van de auteurs van de Brug die er allerlei neo-nazi elementen bij sleuren (David Irving), of de kruidenvrouwtjespraat van Mellie Uyldert over het Jodendom en de concentratiekampen; keer op keer steekt het racisme de kop weer op. Dat is precies het probleem, en dat maakt voor mij de antroposofie onverteerbaar en uiteindelijk verwerpelijk. Ik denk dat aan dat racisme probleem echt iets gedaan moet worden. (...) als we wederom de oogst van het bovenstaande eerlijk onder ogen durven te zien lijkt mij een discussie niet meer dan normaal. Maar deze zal vooral door de antroposofen zelf gevoerd moeten worden, want een antroposoof ben ik niet.

Nu heb ik zelf geen hekel aan antroposofische mensen en ik meen te weten dat er genoeg rondlopen die dit probleem eigenlijk ook verschrikkelijk vinden, maar het probleem blijft als er niet een keer een gemeende en verinnerlijkte verandering optreedt. En de plaat van het verkeerd citeren, uit de context halen, etc. is langzamerhand wel grijs gedraaid. De tijd van de ontkenningsfase lijkt me nu wel voorbij.’


Nu wil de lezer natuurlijk weten wat ikzelf hiervan vind. Stem ik volledig met Floris Schreve in, ik haal hem hier immers zonder commentaar aan? Nee, dat hoeft helemaal niet. Ik zie genoeg punten waarop een discussie gevoerd kan worden. Dat kan ook al blijken uit hetgeen ik van hem heb geciteerd. Maar dat vraagt nog wel nader onderzoek, om met een gedegen reactie te kunnen komen. Dat vraagt ook tijd. Ik ga mezelf misschien herhalen: is er niet iemand anders die een reactie klaar heeft? Van Paul Heldens is die niet meer te verwachten helaas. Maar van wie dan wel?


Geplaatst door Michel Gastkemper op 20:44 
Labels: esoterie, racisme, Steiner, weblogs 
1 reacties: 
Ramon De Jonghe zei 
Michel,

Ik vermoed dat er al zo veel in rondjes is gelopen wat Steiner en racisme betreft, dat er door inslijping ondertussen al wel een tunnel tot aan de andere kant van de planeet is ontstaan.

Maar toch een opmerking over het stuk van Schreve (en daarvoor heb ik eerst een stuk van mijn eigen blog gepikt)

Wanneer het echter over de steinerscholen en de kritiek daarop door twee academici gaat, put Schreve voor zijn argumentatie uit zijn eigen ervaring als lagereschoolleerling op een steinerschool. De twee academici, Zondergeld en Van der Tuin, hebben het over het ingieten van occulte zaken in kinderen.

Van der Tuin en Zondergeld:
De leerlingen krijgen een totaalpakket aangeboden, waaraan zij zich nauwelijks kunnen onttrekken. Een onderwijspakket, waarin geloof in reïnkarnatie, karma (Indisch noodlot), aura (onzichtbare uitstraling van ieder mens als ‘tastbaar’ bewijs van zijn geesteslichaam) en allerlei andere totaal onbewezen occulte zaken langzaam maar heel zeker de kinderen wordt ingegoten’ (p. 49.)

Floris Schreve treedt vervolgens Van Manen gedeeltelijk bij.

Hans Peter van Manen zegt in ‘Antroposofie ter discussie’ terecht: ‘Dit is van a tot z de allergrootste kolder. De enige vraag zou kunnen zijn wie dit uit zijn duim heeft gezogen: de auteurs of een kwaadwillende informant’ (p. 47).

Schreve: Hierin moet ik van Manen gelijk geven, als ervaringsdeskundige kan ik mij niet herkennen in het bovenstaande beeld. Zonder meer een punt voor van Manen.

Maar dan vervolgen Zondergeld en van der Tuin: ‘Ook het geschiedenisonderwijs- voor zover dat volgens de voorschriften van Steiner gegeven wordt en dat is volgens ons onderzoek niet altijd het geval- kenmerkt zich door de meest onwaarschijnlijke onzin. Atlantis heeft een miljoen jaar bestaan. Een reeds lang en breed achterhaald bijgeloof dat ook door Mellie Uyldert wordt aangehangen, die zich daarbij beroept op nazi-historicus/charlatan Hermann Wirth’ (p. 49).
En nu het meest interessante, over deze laatste passage zwijgt van Manen, terwijl het in de direct opvolgende zin staat. Dit laatste is namelijk wel waar. Dat van die Nazi historicus en Mellie Uyldert weet ik niet direct (het medium Mellie Uyldert is een beruchte randfiguur binnen de Nederlandse antroposofie, die de Holocaust ‘kharmisch’ weet te rechtvaardigen omdat ‘Joden er zijn om te lijden’ en van ‘Christus stierf voor ons en zij sterven nog steeds met hem mee’, kom ik later op terug). Maar dat je leert dat Atlantis heeft bestaan klopt, zeg ik wederom als ervaringsdeskundige (al ligt de bron daarvan natuurlijk bij Steiner zelf en niet bij een of andere Nazi-historicus, al wil ik meteen geloven dat Mellie Uyldert zich daar maar al te graag op beroept). Zo begon mijn eerste periode geschiedenis in de vijfde klas van de lagere school. Over Manu die het verzinkende Atlantis wist te ontkomen en de beschaving naar het oude India bracht.

Een voorbeeld van manipuleren, vindt Schreve, want volgens hem had Van Manen ook kunnen zeggen:

Wat zij (nvdr. Zondergeld en Van der Tuin) over occultisme op school uitkramen is van a tot z de grootste kolder, maar wij leren onze kinderen wel over het bestaan van Atlantis. Wij antroposofen geloven namelijk dat Atlantis heeft bestaan, zoals Rudolf Steiner dit talloze malen uiteen heeft gezet in oa zijn ‘Akasha Kroniek.

wat zeg ik daarop? Dat het geen kolder is. Zeker niet voor wie zich verdiept heeft in de door Steiner ontwikkelde ‘menskunde’ en de toepassing ervan in de pedagogie. Occult betekent niet voor niets ‘verborgen’. En de meeste kinderen nemen wat volwassenen aanbieden voor vanzelfsprekend.

Op verscheidene plaatsen (onder andere in &#039;Opvoeding van het kind in het licht van de antropsofie&#039;, basiswerkje)spreekt Steiner over het overbrengen van geloof via de overtuiging van de leraar op de leerling waardoor deze ook tot overtuiging kan komen. 
Wel: is dat geen ingieten van geloofszaken? Of om het letterlijk met Steiner te zeggen: &#039;...dit geloof gaat als een geheimzinnige stroom van spreker op toehoorder over...&#039;

En wat gebeurt als kinderen niet overtuigd geraken?

Groeten
Ramon

Geplaatst door: Floris Schreve &#124; 12-10-08 om 4:04 

reactie Michel Gastkemper: http://antroposofieindepers.blogspot.com/2008/09/ontkenningsfase.html

Geplaatst door: Floris Schreve &#124; 11-10-08 om 20:28 

Hi Floris,

Een heldere en overzichtelijke uiteenzetting die je hebt neergeschreven.

Bij de passage waarin het over steinerscholen en het ingieten van occulte zaken in kinderen gaat, wil ik toch opmerken dat je daar volgens mij wat licht overheen gaat.

Op verscheidene plaatsen, onder andere in &#039;Opvoeding van het kind in het licht van de antroposofie&#039;, heeft Steiner het over het overbrengen van geloof via de overtuiging van de leraar op de leerling waardoor deze ook tot overtuiging kan komen.

Volgens mij is dat ingieten van geloofszaken. Of om het letterlijk met Steiner te zeggen: &#039;...dit geloof gaat als een geheimzinnige stroom van spreker op toehoorder over...&#039;

Als je geheimzinnig als occult vertaalt en stromen als ingieten, vraag ik me af in hoeverre Zondergeld en Ven der Tuin ,iet hetzelfde zeggen?

Op mijn website www.steinerscholen.com heb ik meer aandacht aan je artikel besteed. 

Groeten
Ramon</description>
		<content:encoded><![CDATA[<p>Reacties<br />
Reactie Ramon de Jonghe (www.steinerscholen.com)</p>
<p>Ik ga me hier verder niet over dit onderwerp uitspreken. De ‘discussie’ hierover is erg onvruchtbaar gebleken, de meeste critici hebben hun ‘oordeel’ al lang klaar en lijken niet geïnteresseerd in een genuanceerde behandeling van dit complexe vraagstuk.’</p>
<p>Die reactie kwam op het artikel ‘Steiner hat gesagt….’. Waarna wordt verdergegaan.</p>
<p>Maar m.b.t. de uitspraken hierboven over de affaire rond Christof Wiechert wil ik even iets rechtzetten. Er staat: ‘Dit in ogenschouw nemende, vond Wiechert de gedachte achter de kosmische rassenleer van Steiner meer begrijpelijk. Het publiek had dit anders begrepen, namelijk als onverdund racisme.’<br />
Het was niet het publiek, maar de journalist van de Humanistische Omroep die een rel schiep, door voorafgaand aan de uitzending een persbericht de wereld in te sturen. Zonder deze actie was er waarschijnlijk helemaal geen affaire geweest. De uitzending zelf was een montage, op basis van een gesprek van enkele uren, die tegen de afspraak in niet vooraf aan Wiechert was voorgelegd. Naïef van Wiechert, dat wel.</p>
<p>Wiechert zou ‘geflikt’ zijn door een of andere schrandere journalist? Toch dom voor iemand die zijn wijsheden betrekt uit hogere werelden, niet? Het zou natuurlijk kunnen dat het zo gegaan is, maar het lijkt er sterk op dat dit simpelweg de zoveelste verdedigings- en rechtvaardigingstactiek is die vanuit antroposofische hoek wordt aangewend wanneer er iemand door de mand valt.</p>
<p>Dat de racismediscussie weinig vruchtbaar is gebleken, ligt dan toch vooral aan antroposofen zelf. Die kruipen steeds wanneer er een kritisch geluid klinkt ergens weg in een hoekje, maar niet voordat er doorheen de beweging heel hard ‘Ahriman, Ahriman’ is geroepen, vaak vergezeld van nog meer ‘ad hominem’. En dan maar wachten tot het licht weer aangaat.</p>
<p>Zo kreeg Floris Schreve, die hier al enkele reacties plaatste waarin hij refereerde naar zijn artikel over racisme en sektarisme in de antroposofie, er vanwege dat artikel onlangs flink van langs op Nederlands grootste antroposofische webportaal: Antrovista. Paul Heldens, zeer bedrijvig binnen de antroposofische beweging spendeerde maar liefst negen pagina’s aan het artikel van ‘een jonge hond die tegen mijn broek pist’, waarmee Heldens duidelijk naar Schreve verwees. Argumenten tegen het betoog van Schreve had hij niet, wel een lange literatuurlijst. En toen de wind te veel tegenzat, haalde Heldens zijn stuk van de site van Antrovista. Die historie is nog na te lezen in mijn bijdrage ‘Eerst blazen…dan aftocht’.</p>
<p>Floris Schreve liet het er echter niet bij en dient op zijn weblog Heldens sinds vandaag van repliek met een nieuw artikel, genaamd ‘Antroposofie deel II: een repliek’. De auteur heeft iets met lange titels, want als ondertitel staat er dit:</p>
<p>Van de propaganda, halve waarheden en kloeke leugens. Over de kunst van het vermeend selectief citeren ter bewijs van een ‘vermeende’ rassenleer waarin een gedeeltelijke repliek op Paul Heldens ‘9/11 Heikele kwesties’ en met een verwerking van zijn belangrijkste literatuursuggesties.</p>
<p>Een hele mond vol. Het is, net zoals de vorige keer, een uitgebreid betoog geworden, waarin hij zich vooral richt op het door enkele antroposofen samengestelde boek ‘Antroposofie ter discussie’. Alleen is het deze keer overzichtelijker om te lezen (de layout is stukken beter). Schreve komt ook met heel sterke argumenten; Het valt op dat hij zich meer in zijn eigen vakgebied, cultuurgeschiedenis, begeeft en het hem lukt zo zijn argumenten meer gewicht te geven. Vooral de bijdragen van Maarten Ploeger en Hans Peter van Manen aan het hierboven genoemde boek worden zorvuldig ‘uitgebeend’. Schreve toont aan dat beide heren nogal mank lopen wat hun argumentatie betreft.</p>
<p>Ploeger: ‘Er blijkt zelfs een opmerkelijke affiniteit te bestaan tot grensoverschrijding tussen leven en dood. Al in een vroeg leeftijdsstadium vertonen indianen scherp getekende gelaatstrekken. Bij de prairie-indianen werd een belangrijkste krijgers inwijding gevonden in strijdsituaties met een welhaast zeker dood voor ogen (de eer behalen door een gewapende vijand aan te tikken met een stok)…(…) Met deze karakteristieken voor ogen kan Steiners uitspraak in de Volkszielen (vrij weergegeven): ‘De indianen moesten uitsterven en de kolonisten waren het uiteindelijke instrument’, in en juist daglicht worden gesteld. Het is allerminst een excuus voor het botvieren van de blanke moordcapaciteit; die schuld hebben wij hoe dan ook op ons geladen (evenmin kan de nog steeds voortgaande uitroeiing van de Amazone-indianen hiermee op welke wijze dan ook aanvaardbaar worden gemaakt). Zoals een ouder mens aan een op zichzelf niet zo dramatische ziekte licht kan bezwijken, zo betekende de confrontatie met de blanke expansiedrift voor de indianen meer dan een reeks ongelijke oorlogen. De indiaanse cultuur had à priori de bevattelijkheid om hieraan te gronde gaan (zie bijvoorbeeld de Wovoka-episode, uitmondend in de ‘zelfdestructie’ onder leiding van Sitting Bull bij Wounded Knee)’. (p.43-44 [nvdr. Antroposofie ter disccussie])</p>
<p>Dan Schreve weer:</p>
<p>Wellicht is het zinvol om een paar foto’s te tonen van de dode lichamen die na de slachting op karren naar het massagraf werden gereden (zie link <a href="http://hoist.hrtc.net/~wbt/woundedknee.htm" rel="nofollow">http://hoist.hrtc.net/~wbt/woundedknee.htm</a> , overigens geheel ten overvloede, de foto’s zijn schokkend). Maar misschien dat het dan wat minder een abstractie wordt waar de heren Ploeger en Wiechert vrijblijvend hun semi-wijsheidjes over menen te moeten spuien. Wat de Belgische antroposofen van de Brug met de Holocaust hebben, hebben sommige Nederlandse antroposofen met Wounded Knee. Verder blundert Ploeger al in het vermelden van de juiste feiten (het was niet onder leiding van Sitting Bull, want die was daarvoor al vermoord), laat staan dat hij dan in staat zou kunnen zijn om de ‘kosmische noodzaak’ van ‘Wounded Knee’ uit de doeken te doen. Er was ook geen sprake van zelfdestructie, want de kogels kwamen uit twee Hotchkiss kanonnen, op bevel van Kolonel James W. Forsyth opgesteld op de heuvel boven de vallei, waar een ongewapende menigte van tussen de driehonderd en driehonderdvijftig Minneconjou Lakota werd uitgemoord, zonder aanzien des persoons, op 29 december 1890 (feiten zijn toch belangrijk, al lijkt meneer Ploeger daar niet zoveel om te geven. Die zoekt het meer in de ‘grote lijnen’ en de achterliggende ‘wetmatigheden’). Stamhoofd Big Foot, want die was het, dus niet Sitting Bull, leed op dat moment aan een zware longontsteking en was eigenlijk doodziek. Berucht is de foto van zijn door de strenge vorst bevroren lichaam, in een verwrongen houding in de sneeuw. Ik zou wellicht wat literatuur en andere bronnen kunnen aanraden over de toedracht en de achtergronden van deze massaslachting, maar het lijkt mij het beste en ook wel zo kies als bepaalde Nederlandse antroposofen voortaan hun mond houden over de kwestie Wounded Knee. Dan gebeuren er tenminste geen ongelukken.<br />
Aan het eind van dit onfrisse verhaal zegt Ploeger, nu kennelijk in de hoedanigheid van rassenveredelaar:</p>
<p>‘De opheffing van de fysieke verschillen tussen de rassen gaat onherroepelijk door. Er is nog maar weinig tijd om hier juist op te antwoorden. Dit antwoord moet grotendeels nog gevonden worden. Schrijver dezes heeft het voornemen tot een uitvoeriger publicatie te komen, in een poging hieraan verder te werken’.<br />
Bij mijn weten is die publicatie er nog niet gekomen. Houder van deze webstek heeft echter het voornemen om die publicatie op gepaste wijze te recenseren, mocht het ooit zover komen, al denk ik dat de heer Ploeger het maar beter kan laten.</p>
<p>Dit om zo’n beetje aan te geven op welke manier de auteur zich met de literatuursuggesties van Paul Heldens heeft uiteengezet.</p>
<p>Wanneer het echter over de steinerscholen en de kritiek daarop door twee academici gaat, put Schreve voor zijn argumentatie uit zijn eigen ervaring als lagereschoolleerling op een steinerschool. De twee academici, Zondergeld en Van der Tuin, hebben het over het ingieten van occulte zaken in kinderen.</p>
<p>De leerlingen krijgen een totaalpakket aangeboden, waaraan zij zich nauwelijks kunnen onttrekken. Een onderwijspakket, waarin geloof in reïnkarnatie, karma (Indisch noodlot), aura (onzichtbare uitstraling van ieder mens als ‘tastbaar’ bewijs van zijn geesteslichaam) en allerlei andere totaal onbewezen occulte zaken langzaam maar heel zeker de kinderen wordt ingegoten’ (p. 49.)</p>
<p>Floris Schreve treedt vervolgens Van Manen gedeeltelijk bij.</p>
<p>Hans Peter van Manen zegt in ‘Antroposofie ter discussie’ terecht: ‘Dit is van a tot z de allergrootste kolder. De enige vraag zou kunnen zijn wie dit uit zijn duim heeft gezogen: de auteurs of een kwaadwillende informant’ (p. 47).</p>
<p>Hierin moet ik van Manen gelijk geven, als ervaringsdeskundige kan ik mij niet herkennen in het bovenstaande beeld. Zonder meer een punt voor van Manen.</p>
<p>Maar dan vervolgen Zondergeld en van der Tuin: ‘Ook het geschiedenisonderwijs- voor zover dat volgens de voorschriften van Steiner gegeven wordt en dat is volgens ons onderzoek niet altijd het geval- kenmerkt zich door de meest onwaarschijnlijke onzin. Atlantis heeft een miljoen jaar bestaan. Een reeds lang en breed achterhaald bijgeloof dat ook door Mellie Uyldert wordt aangehangen, die zich daarbij beroept op nazi-historicus/charlatan Hermann Wirth’ (p. 49).<br />
En nu het meest interessante, over deze laatste passage zwijgt van Manen, terwijl het in de direct opvolgende zin staat. Dit laatste is namelijk wel waar. Dat van die Nazi historicus en Mellie Uyldert weet ik niet direct (het medium Mellie Uyldert is een beruchte randfiguur binnen de Nederlandse antroposofie, die de Holocaust ‘kharmisch’ weet te rechtvaardigen omdat ‘Joden er zijn om te lijden’ en van ‘Christus stierf voor ons en zij sterven nog steeds met hem mee’, kom ik later op terug). Maar dat je leert dat Atlantis heeft bestaan klopt, zeg ik wederom als ervaringsdeskundige (al ligt de bron daarvan natuurlijk bij Steiner zelf en niet bij een of andere Nazi-historicus, al wil ik meteen geloven dat Mellie Uyldert zich daar maar al te graag op beroept). Zo begon mijn eerste periode geschiedenis in de vijfde klas van de lagere school. Over Manu die het verzinkende Atlantis wist te ontkomen en de beschaving naar het oude India bracht.</p>
<p>Een voorbeeld van manipuleren, vindt Schreve, want volgens hem had Van Manen ook kunnen zeggen:</p>
<p>Wat zij (nvdr. Zondergeld en Van der Tuin) over occultisme op school uitkramen is van a tot z de grootste kolder, maar wij leren onze kinderen wel over het bestaan van Atlantis. Wij antroposofen geloven namelijk dat Atlantis heeft bestaan, zoals Rudolf Steiner dit talloze malen uiteen heeft gezet in oa zijn ‘Akasha Kroniek.</p>
<p>Kolder? Niet voor wie zich verdiept heeft in de door Steiner ontwikkelde ‘menskunde’ en de toepassing ervan in de pedagogie. Occult betekent niet voor niets ‘verborgen’. En de meeste kinderen nemen wat volwassenen aanbieden voor vanzelfsprekend.</p>
<p>Zullen we daar eens een boompje over opzetten?</p>
<p>Ramon DJV</p>
<p>Geplaatst door: Floris Schreve | 12-10-08 om 4:08 </p>
<p>reactie Michel Gastkemper</p>
<p>Ontkenningsfase </p>
<p>Zoals hij hier al had aangekondigd, is vandaag de reactie van Floris Schreve, onder andere op het teruggetrokken artikel van Paul Heldens, op zijn weblog verschenen. Dit is nog eens zo’n uitvoerig betoog, net als de vorige keer, waarin hij de punten naloopt die voor hem het racistisch karakter van de antroposofie uitmaken. Hij begint opnieuw met zijn persoonlijke ‘Werdegang’, vooral met betrekking tot de antroposofie, zodat duidelijk kan worden tot welke positie hij ten aanzien hiervan is gekomen. Vervolgens gaat hij in op Paul Heldens, verder bespreekt hij enkele van diens literatuurverwijzingen, waaronder het boekje ‘Antroposofie ter discussie’ uit 1985 en een extra editie over racisme van tijdschrift ‘Driegonaal’ uit 1996. Zijn artikel is echt een deel 2 geworden, waarin Floris Schreve de puntjes op de i zet. Inzichtelijk, navolgbaar, weldenkend en redelijk. En ja, antroposofen krijgen het voor hun kiezen. Maar hij doet dat met open vizier.<br />
Hij schrijft dat hij zich in jonge jaren na zijn vrijeschooltijd ook met verschillende richtingen van de esoterie heeft beziggehouden. Maar dit heeft hij op een gegeven moment toch weer losgelaten.</p>
<p>‘Vanuit de universiteit kreeg ik echter volstrekt ander soort denkbeelden mee (vooral veel postmodernisme en later ook het “postkolonialisme” als ik het zo kan omschrijven, gezien mijn interesse voor hedendaagse kunst en cultuur uit de niet-westerse wereld). Ik ben me ook veel meer daarop gaan richten en heb de esoterie gelaten voor wat die was. Uiteindelijk vond ik het ook veel te megalomaan en, wat betreft de antroposofie, een idee als bijvoorbeeld de Aarde Evolutie en het bestaan van Wortelrassen (en ik verwar deze niet met de huidige mensenrassen, al blijf ik erbij dat het wel wat met elkaar te maken heeft, zie Blavatsky en overigens ook Steiner) werd voor mij een regelrechte absurditeit.’</p>
<p>Herinneringen aan zijn vrijeschooltijd kwamen weer boven toen medio jaren negentig antroposofie in opspraak raakte vanwege racisme. Alle publiciteit daarover liet hem niet onberoerd.</p>
<p>‘Vooral het denken in analogieën (nacht=zwarte ras, ochtend =Aziaten, dag=blanke ras, avond=indianen) was voor mij een schok van herkenning, al had ik het zelf nooit meegekregen dat dit soort modellen ook op mensenrassen werden geprojecteerd. Maar het antroposofisch wereldbeeld (overigens net zo goed andere esoterische denksystemen, maar bijvoorbeeld ook de astrologie) hangen aan elkaar van analogieën, in plaats van causaliteiten. Wat ik hiermee bedoel is dat in de antroposofie het hermetische principe wordt toegepast, het “zo boven zo beneden” beginsel. Krachten en verhoudingen die in de macrokosmos werkzaam zijn, bijvoorbeeld de sterren of de loop van de planeten, zijn ook aanwezig in de microkosmos, bijvoorbeeld de levensloop van de mens, en in het geval van de antroposofie, de mensenrassen. Steiners “de Volkszielen” is gebouwd op analoge causaliteiten of Hermetische “zo boven, zo beneden” redenaties. Zoals Steiner zijn rassenleer in astrologische termen heeft gegoten (&#8230;)’</p>
<p>Steen des aanstoots is ‘Die Mission einzelner Volksseelen im Zusammenhang mit der germanisch-nordischen Ideologie’; hiervan volgt, in aanvulling op zijn vorige artikel, een interpretatie van uitvoerige citaten. Met als conclusie:</p>
<p>‘Laten we dus vaststellen dat er wel degelijk sprake is van rassenleer en wel volgens een zeer doordacht en consequent model, al zijn de grondslagen van dat model regelrecht absurd te noemen volgens iedere “normale” logica. Fysionomie, astrologie, geografie en huidskleur, alles samengebracht tot een geheel. Hoe “mooi” de theorie ook in elkaar lijkt te zitten, deze manier van redeneren staat haaks op iedere vorm van academisch of filosofisch redeneren in de wetenschappelijke traditie, zoals die sinds Descartes gebruikelijk is. Dit plaatst de antroposofie ook buiten de wetenschap, hoezeer er in antroposofische kring wordt gesproken van “wetenschap”. Correcter is het om te zeggen dat het om een geloof gaat, al wil ik mij hier niet uitspreken over de mogelijkheid tot schouwen in de Hogere Werelden, zoals Rudolf Steiner zijn ‘Geesteswetenschap’ heeft omschreven (vooral Steiners ‘Wetenschap van de Geheimen der Ziel’ is op dit gebied zeer onthullend). Het gaat mij er hier overigens niet om, om een uitgebreide beschouwing te houden over wat wetenschap is en wat niet (dat is filosofisch nogal complex en voert dus wat ver), maar ik denk dat de vaststelling dat de antroposofie vooral een “geloof” is en geen “wetenschap” hier volstaat.’</p>
<p>Even later spreekt Floris Schreve zich zo mogelijk nog duidelijker uit:</p>
<p>‘De algemene generalisaties en de welhaast monolithische voorstellingen van niet alleen “rassen” maar ook “culturen” zijn een gruwel voor iedereen die vandaag de dag een beetje geschoold is in een historische of cultuurwetenschap. Ook in de culturele antropologie is dit soort etnocentrisch, laat staan racistisch denken (want dat is het) terecht volstrekt uit den boze. De hele theorie van de rassen, maar ook de cultuurperiodes kan wat mij betreft afgedaan worden als negentiende eeuwse eurocentrische rassenwaan, maar helaas tot op de dag van vandaag wordt het binnen sommige antroposofische kringen verkocht en beleden als een diepe mystieke en essentiële waarheid.’</p>
<p>Ook komt hij opnieuw te spreken over De Brug, een antroposofisch tijdschrift uit België, dat op internet zeer ruim is vertegenwoordigd. De vorige keer heeft hij de artikelen uit deze hoek al als volstrekt onder de maat beoordeeld; dat wordt dit keer niet minder. Het gaat er daar zo woest aan toe, dat dit tot een goed advies aanleiding geeft:</p>
<p>‘het lijkt mij genoeg reden voor de gemeenschap der antroposofen om zich definitief van tijdschrift de Brug te distantiëren. (&#8230;) Waarom zegt niemand uit antroposofische kring hier iets van?’</p>
<p>Helemaal aan het slot vat hij zijn bezwaren nog een keer samen:</p>
<p>‘Wat mijn probleem met de antroposofie is, is dat het zich allerlei uitspraken permitteert over onbewijsbare grootheden, met een air en een pretentie alsof het de universele waarheid is. Nu doen ook alle religies dat, maar erken dan tenminste dat de antroposofie geen wetenschap is maar een geloof. En voor als je er in kan geloven (en dat kan ik niet meer) waag je dan niet aan allerlei theorieën en uitspraken over rassen, homoseksualiteit (zijn ze bij de Brug heel goed in), over hoe de geschiedenis in rigide sjablonen van cultuurperiodes is in te delen, over de geschiedenis van de aarde, etc.</p>
<p>Ik zie ook wel de goede dingen (bepaalde kanten van het onderwijs en ik ben ook zeker voor ecologische landbouw), maar wat betreft het duiden of classificeren van rassen en culturen en de megalomane visie op de geschiedenis zijn voor mij persoonlijk eren.’</p>
<p>(Hier is blijkbaar iets weggevallen, ‘zijn voor mij persoonlijk moeilijk te verteren’ bijvoorbeeld, maar evengoed is duidelijk wat hij bedoelt.)</p>
<p>‘Ook van dit soort koloniaal gedachtegoed is de antroposofie doordrenkt, zij het dat er een dikke esoterische saus overheen is gegoten, verpakt in een universele en eeuwig geldende kosmologie. Het zou interessant zijn om dat te doorbreken, dan kan de antroposofie zich ook van het racisme bevrijden. Want dat racisme duikt constant in verschillende vormen op.<br />
Ik denk dat dit het probleem is, hoewel het door Geuljans geopperde “ethisch individualisme” wellicht een uitweg biedt. Verder is het in verschillende antroposofische uitingsvormen, in talloze gedaantes, telkens weer raak. De vorm is vaak verschillend, maar de inhoud is steeds dezelfde. Of het nu gaat om de mysterieuze op astrologie en aardkrachten gebaseerde rassenleer van Rudolf Steiner in de Volkszielen (en dat is wel de bron), het kwakkelende betoog voor “rasbewustzijn” van Maarten Ploeger ( zwabberend tussen Senghor en Wounded Knee, waarvan hij de eerste niet begrepen heeft en van het tweede de feiten niet kent), het gezwam van meneer Wiechert over Ajax en wederom Wounded Knee, de agressieve vlucht naar voren methode van de auteurs van de Brug die er allerlei neo-nazi elementen bij sleuren (David Irving), of de kruidenvrouwtjespraat van Mellie Uyldert over het Jodendom en de concentratiekampen; keer op keer steekt het racisme de kop weer op. Dat is precies het probleem, en dat maakt voor mij de antroposofie onverteerbaar en uiteindelijk verwerpelijk. Ik denk dat aan dat racisme probleem echt iets gedaan moet worden. (&#8230;) als we wederom de oogst van het bovenstaande eerlijk onder ogen durven te zien lijkt mij een discussie niet meer dan normaal. Maar deze zal vooral door de antroposofen zelf gevoerd moeten worden, want een antroposoof ben ik niet.</p>
<p>Nu heb ik zelf geen hekel aan antroposofische mensen en ik meen te weten dat er genoeg rondlopen die dit probleem eigenlijk ook verschrikkelijk vinden, maar het probleem blijft als er niet een keer een gemeende en verinnerlijkte verandering optreedt. En de plaat van het verkeerd citeren, uit de context halen, etc. is langzamerhand wel grijs gedraaid. De tijd van de ontkenningsfase lijkt me nu wel voorbij.’</p>
<p>Nu wil de lezer natuurlijk weten wat ikzelf hiervan vind. Stem ik volledig met Floris Schreve in, ik haal hem hier immers zonder commentaar aan? Nee, dat hoeft helemaal niet. Ik zie genoeg punten waarop een discussie gevoerd kan worden. Dat kan ook al blijken uit hetgeen ik van hem heb geciteerd. Maar dat vraagt nog wel nader onderzoek, om met een gedegen reactie te kunnen komen. Dat vraagt ook tijd. Ik ga mezelf misschien herhalen: is er niet iemand anders die een reactie klaar heeft? Van Paul Heldens is die niet meer te verwachten helaas. Maar van wie dan wel?</p>
<p>Geplaatst door Michel Gastkemper op 20:44<br />
Labels: esoterie, racisme, Steiner, weblogs<br />
1 reacties:<br />
Ramon De Jonghe zei<br />
Michel,</p>
<p>Ik vermoed dat er al zo veel in rondjes is gelopen wat Steiner en racisme betreft, dat er door inslijping ondertussen al wel een tunnel tot aan de andere kant van de planeet is ontstaan.</p>
<p>Maar toch een opmerking over het stuk van Schreve (en daarvoor heb ik eerst een stuk van mijn eigen blog gepikt)</p>
<p>Wanneer het echter over de steinerscholen en de kritiek daarop door twee academici gaat, put Schreve voor zijn argumentatie uit zijn eigen ervaring als lagereschoolleerling op een steinerschool. De twee academici, Zondergeld en Van der Tuin, hebben het over het ingieten van occulte zaken in kinderen.</p>
<p>Van der Tuin en Zondergeld:<br />
De leerlingen krijgen een totaalpakket aangeboden, waaraan zij zich nauwelijks kunnen onttrekken. Een onderwijspakket, waarin geloof in reïnkarnatie, karma (Indisch noodlot), aura (onzichtbare uitstraling van ieder mens als ‘tastbaar’ bewijs van zijn geesteslichaam) en allerlei andere totaal onbewezen occulte zaken langzaam maar heel zeker de kinderen wordt ingegoten’ (p. 49.)</p>
<p>Floris Schreve treedt vervolgens Van Manen gedeeltelijk bij.</p>
<p>Hans Peter van Manen zegt in ‘Antroposofie ter discussie’ terecht: ‘Dit is van a tot z de allergrootste kolder. De enige vraag zou kunnen zijn wie dit uit zijn duim heeft gezogen: de auteurs of een kwaadwillende informant’ (p. 47).</p>
<p>Schreve: Hierin moet ik van Manen gelijk geven, als ervaringsdeskundige kan ik mij niet herkennen in het bovenstaande beeld. Zonder meer een punt voor van Manen.</p>
<p>Maar dan vervolgen Zondergeld en van der Tuin: ‘Ook het geschiedenisonderwijs- voor zover dat volgens de voorschriften van Steiner gegeven wordt en dat is volgens ons onderzoek niet altijd het geval- kenmerkt zich door de meest onwaarschijnlijke onzin. Atlantis heeft een miljoen jaar bestaan. Een reeds lang en breed achterhaald bijgeloof dat ook door Mellie Uyldert wordt aangehangen, die zich daarbij beroept op nazi-historicus/charlatan Hermann Wirth’ (p. 49).<br />
En nu het meest interessante, over deze laatste passage zwijgt van Manen, terwijl het in de direct opvolgende zin staat. Dit laatste is namelijk wel waar. Dat van die Nazi historicus en Mellie Uyldert weet ik niet direct (het medium Mellie Uyldert is een beruchte randfiguur binnen de Nederlandse antroposofie, die de Holocaust ‘kharmisch’ weet te rechtvaardigen omdat ‘Joden er zijn om te lijden’ en van ‘Christus stierf voor ons en zij sterven nog steeds met hem mee’, kom ik later op terug). Maar dat je leert dat Atlantis heeft bestaan klopt, zeg ik wederom als ervaringsdeskundige (al ligt de bron daarvan natuurlijk bij Steiner zelf en niet bij een of andere Nazi-historicus, al wil ik meteen geloven dat Mellie Uyldert zich daar maar al te graag op beroept). Zo begon mijn eerste periode geschiedenis in de vijfde klas van de lagere school. Over Manu die het verzinkende Atlantis wist te ontkomen en de beschaving naar het oude India bracht.</p>
<p>Een voorbeeld van manipuleren, vindt Schreve, want volgens hem had Van Manen ook kunnen zeggen:</p>
<p>Wat zij (nvdr. Zondergeld en Van der Tuin) over occultisme op school uitkramen is van a tot z de grootste kolder, maar wij leren onze kinderen wel over het bestaan van Atlantis. Wij antroposofen geloven namelijk dat Atlantis heeft bestaan, zoals Rudolf Steiner dit talloze malen uiteen heeft gezet in oa zijn ‘Akasha Kroniek.</p>
<p>wat zeg ik daarop? Dat het geen kolder is. Zeker niet voor wie zich verdiept heeft in de door Steiner ontwikkelde ‘menskunde’ en de toepassing ervan in de pedagogie. Occult betekent niet voor niets ‘verborgen’. En de meeste kinderen nemen wat volwassenen aanbieden voor vanzelfsprekend.</p>
<p>Op verscheidene plaatsen (onder andere in &#8216;Opvoeding van het kind in het licht van de antropsofie&#8217;, basiswerkje)spreekt Steiner over het overbrengen van geloof via de overtuiging van de leraar op de leerling waardoor deze ook tot overtuiging kan komen.<br />
Wel: is dat geen ingieten van geloofszaken? Of om het letterlijk met Steiner te zeggen: &#8216;&#8230;dit geloof gaat als een geheimzinnige stroom van spreker op toehoorder over&#8230;&#8217;</p>
<p>En wat gebeurt als kinderen niet overtuigd geraken?</p>
<p>Groeten<br />
Ramon</p>
<p>Geplaatst door: Floris Schreve | 12-10-08 om 4:04 </p>
<p>reactie Michel Gastkemper: <a href="http://antroposofieindepers.blogspot.com/2008/09/ontkenningsfase.html" rel="nofollow">http://antroposofieindepers.blogspot.com/2008/09/ontkenningsfase.html</a></p>
<p>Geplaatst door: Floris Schreve | 11-10-08 om 20:28 </p>
<p>Hi Floris,</p>
<p>Een heldere en overzichtelijke uiteenzetting die je hebt neergeschreven.</p>
<p>Bij de passage waarin het over steinerscholen en het ingieten van occulte zaken in kinderen gaat, wil ik toch opmerken dat je daar volgens mij wat licht overheen gaat.</p>
<p>Op verscheidene plaatsen, onder andere in &#8216;Opvoeding van het kind in het licht van de antroposofie&#8217;, heeft Steiner het over het overbrengen van geloof via de overtuiging van de leraar op de leerling waardoor deze ook tot overtuiging kan komen.</p>
<p>Volgens mij is dat ingieten van geloofszaken. Of om het letterlijk met Steiner te zeggen: &#8216;&#8230;dit geloof gaat als een geheimzinnige stroom van spreker op toehoorder over&#8230;&#8217;</p>
<p>Als je geheimzinnig als occult vertaalt en stromen als ingieten, vraag ik me af in hoeverre Zondergeld en Ven der Tuin ,iet hetzelfde zeggen?</p>
<p>Op mijn website <a href="http://www.steinerscholen.com" rel="nofollow">http://www.steinerscholen.com</a> heb ik meer aandacht aan je artikel besteed. </p>
<p>Groeten<br />
Ramon</p>
]]></content:encoded>
	</item>
	<item>
		<title>Comment on De antroposofie is racistisch en sektarisch (deel 1) by florisschreve1973</title>
		<link>http://florisschreve1973.wordpress.com/2008/10/12/de-antroposofie-is-racistisch-en-sektarisch-deel-1/#comment-2</link>
		<dc:creator>florisschreve1973</dc:creator>
		<pubDate>Mon, 13 Oct 2008 01:09:33 +0000</pubDate>
		<guid isPermaLink="false">http://florisschreve1973.wordpress.com/?p=14#comment-2</guid>
		<description>Reacties
eerste bespreking van Michel Gastkemper, waarop het tegenartikel van Paul Heldens volgde:

Dankzij het weblog van Ramon De Jonghe, die hier al verschillende keren commentaar heeft geleverd, ben ik vandaag gestuit op het weblog van Floris Schreve uit Amsterdam. Een weblog bijhouden doet hij nog niet zo lang, sinds 11 mei van dit jaar, dus is hij bijna op hetzelfde moment gestart als ik. In een van zijn eerste pennenvruchten, en een heel lange ook (met een absurd lange titel trouwens), gaat hij uitgebreid in op een thema dat hier onlangs aan bod kwam, op donderdag 28 augustus 2008 in de bijdrage ‘Verwerking’, namelijk antroposofie en racisme. Dit is een eeuwig actueel thema, en dat blijft het ook, vooral als het niet goed benaderd wordt (door antroposofen bedoel ik). Dan worden altijd dezelfde bezwaren tegen antroposofie van stal gehaald, want als die niet afdoende weerlegd kunnen worden, dan blijven ze uiteraard geldig.

Het belangrijkste punt in het stuk van Floris Schreve is dat hij het onderzoeksrapport hekelt dat in 2000 is uitgebracht door de ‘Commissie antroposofie en het vraagstuk van de rassen’ onder leiding van Ted van Baarda. Wel een beetje laat misschien, maar dat maakt in wezen niet zo veel uit. Wat er wel toe doet, is de vraag of zijn argumenten steekhoudend zijn. Nu is dat niet zo eenvoudig uit te maken, dit is intussen een behoorlijk specialistisch onderwerp geworden. Belangrijk is daarom op te merken dat Floris Schreve op mij als volkomen integer overkomt, eerlijk onderzoekend en afwegend en zo tot een oordeel komend, ook al is dat in dit geval niet positief over antroposofie. Integendeel, zeer negatief, zou ik zeggen. Heeft hij gelijk, is dit iets om ernstig rekening mee te houden. Heeft hij ongelijk, moet dat duidelijk gemaakt kunnen worden. Dat lijkt mij een uiterst respectabele opgave.

Ook is het goed te weten dat zijn uitgangspunt ten opzichte van antroposofie, wegens de omstandigheden in zijn persoonlijk leven, positief is:


‘Ik heb me daar ook pas sinds de laatste jaren in verdiept. Ik ben er niet positiever over gaan denken, al heb ik dit bizarre gedachtegoed heel lang het voordeel van de twijfel gegeven. Ik ben er voor een gedeelte mee opgegroeid en heb zelf op de Vrije School gezeten (alleen lagere school, waar ik goede herinneringen aan heb). Thuis deden we aan de BD en we hadden een abonnement op de “Jonas”, een niet meer bestaand liberaal en gematigd antroposofisch tijdschrift en opinieblad. Toen er midden jaren negentig verhalen in de Volkskrant en de Groene Amsterdammer verschenen over racisme in het onderwijs op Vrije Scholen (de kwesties van de verontruste Vrije School ouders Angelique Oprinsen en Toos Jeurissen, die van de kant van de Antroposofische Vereniging in Nederland slechts op een muur van onwil en afwijzing stuitten) was ik aan een kant verrast, maar terugdenkend aan mijn eigen ervaringen, had ik toch het bange vermoeden dat het weleens waar zou kunnen zijn.’

Wat hem ook zeer voor me heeft ingenomen, is wat hij verder op zijn weblog schrijft. Met groot plezier heb ik zijn stukken gelezen over Irak en over Iraakse kunstenaars, over Edward Said en over de huidige indianen in Noord-Amerika. Hij weet waarover hij schrijft, met verstand van zaken en veel invoelingsvermogen. Een reden te meer om zijn artikel over antroposofie serieus te nemen. Ik laat hier een aantal gedeelten volgen, die een indruk geven, ook van zijn bevindingen. Het biedt meteen de mogelijkheid om de discussie die in Duitsland momenteel nog steeds gaande is, vanuit een Nederlandse optiek te benaderen, waar deze al vanaf de jaren tachtig speelde.


Een van de kwalijkste kanten van het rapport-Van Baarda, los van het feit dat men mijns inziens slechts probeert zoveel mogelijk Steiners reputatie op te schonen, zijn de scherpe verwijten aan het adres van verschillende critici, vooral ook naar degenen die in gesprek met de antroposofie willen blijven, als bijvoorbeeld Toos Jeurissen. Kritiek op Steiner heet vaak ‘oppervlakkig’ of er is verkeerd geciteerd, of zaken zijn uit hun verband gerukt. Laat ik met het verkeerd citeren beginnen. In het geval van Toos Jeurissen en Bram Moerland ben ik alle citaten nagegaan, voorzover het de literatuur betreft die ik ook bestudeerd heb. Ik heb géén enkele verkeerde bronvermelding of een verdraaiing van een citaat mogen aantreffen. Alles wat Jeurissen en Moerland aanhalen uit ‘De Volkszielen’, ‘De Akasha kroniek’ of (in het geval van Moerland) Blavatsky’s ‘De Geheime Leer’ is correct. Ik heb hier Max Heindels ‘De wereldbeschouwing der rozenkruisers’ buiten beschouwing gelaten, dus ben daar ook niet de verwijzingen van Bram Moerland nagegaan, maar voor het overige klopte alles. Als de Van Baarda-commissie met dit soort beschuldigingen komt en daarmee de integriteit van de critici in twijfel trekt moet ze ook met bewijzen komen. Daar is ze niet in geslaagd. Dit maakt het rapport er niet geloofwaardiger door, al lijkt het door de omvang en de vele geraadpleegde bronnen nog zo degelijk. Niet geloofwaardig en ook niet erg sympathiek. Dit geldt ook voor de behandeling van Jeurissen, die voor een korte brochure goed en degelijk werk heeft geleverd, binnen de Nederlandse context zelfs baanbrekend. Bovendien is Jeurissen al te zeer bereid de dialoog aan te gaan (doet ze ook met haar contact met de Flensburger Hefte). Qua bronnen leunt haar verhaal dan ook sterk op de publicaties van de Flensburger Hefte. Daarover meldt het Van Baarda-rapport niets. Het blijft dus onduidelijk of de onderzoekscommissie ook vraagtekens heeft bij het werk van deze kritische antroposofen in Duitsland. Het zou wel interessant zijn geweest om daar iets meer te van vernemen. Indirect wordt er zo wel gesuggereerd dat het werk van Thomas Höfer en Bernd Hansen ook gebaseerd is op selectief citeren en het uit hun verband halen van uitspraken van Rudolf Steiner, tenzij Jeurissen deze inmiddels vooraanstaande antroposofische nieuwlichters ook verkeerd citeert (daarover trouwens ook geen woord, het lijkt erop alsof dit onderwerp gemeden wordt). Maar Jeurissen krijgt dus de volle laag en over de Flensburger Hefte geen woord, terwijl meer dan de helft van haar betoog op hun bevindingen is gebaseerd. Maar dan nog, los van de Flensburger Hefte heeft ook Jeurissen een andere behandeling verdiend. Haar zorgen als direct betrokkene (ouder van kinderen op een vrije school) waren absoluut gerechtvaardigd en zij heeft voor haar bijdrage meer dan goed werk gedaan.

(...)

De Duitse rechter heeft vrij onlangs (2007) restricties en voorwaarden gesteld aan publicatie en verspreiding van ‘De Volkszielen’ (moet vanaf nu geannoteerd en met een inlegblad). Ook in Zwitserland is er op dit moment een zaak onder de rechter wat betreft antisemitisme in het werk van Steiner. Geeft toch een beetje een ander beeld dan wat de AViN [Antroposofische Vereniging in Nederland, MG] en de Commissie-Van Baarda ons voorschotelt. Het internationale debat vind ik overigens ook een gemiste kans van de Commissie-Van Baarda; dit is natuurlijk niet een kwestie die zich tot Nederland beperkt. Vooral in Duitsland wordt het debat veel intensiever gevoerd. Maar ook in Zwitserland, Canada en de Verenigde Staten speelt deze kwestie, zowel de discussie als verschillende rechtzaken, die niet allemaal in het voordeel van de locale antroposofen en het werk van Rudolf Steiner hebben uitgepakt. Nu zijn de meeste van deze zaken van recenter datum dan het Van Baarda-rapport, maar toch, ook toen speelden deze kwesties ook in het buitenland, met name in Duitsland rond de kring van Thomas Höfer en de Flensburger Hefte waar vanuit overigens moedige en lovenswaardige pogingen zijn ondernomen om de antroposofie daadwerkelijk te zuiveren van racisme (in plaats van simpelweg te ontkennen dat er sprake is van rassenleer). Zoals verwoord in hun publicatie ‘Antroposophie und Rassismus’: ‘Onder de uitspraken van Steiner bevinden zich enkele die door niets meer te rechtvaardigen zijn en waar men zich consequent van zou moeten distantiëren. Wij zijn ons ervan bewust dat dit pijnlijk kan zijn, maar we menen dat het noodzakelijk is en dat het ook in de bedoeling lag van Steiner, die er immers telkens weer toe opgeroepen heeft zijn uitspraken te onderzoeken. Wij hebben niets anders gedaan dan aan deze oproep gehoor te geven.’ (geciteerd uit Jeurissen in de Groene Amsterdammer van 5-2-1997). Er is dus echt wel iets aan de hand met het antroposofische gedachtegoed.

Het gaat mij hier niet om alle juristerij, waar ik geen verstand van heb en voor mij ook niet zo belangrijk is. Persoonlijk ben ik op dat vlak een tamelijk radicale en hartstochtelijke libertinist dat ik vind dat zelfs ‘Mein Kampf’ niet verboden zou mogen worden, al zullen mijn juristen vrienden mij nu kunnen zeggen dat ik hier wellicht hele domme dingen uitkraam. Maar een wereld met boeken waar je je helemaal kapot aan kan ergeren, of zelfs gevaarlijke boeken, is interessanter dan zonder. Alles beter dan indexen, inquisities of censuur.

Ik zal later terugkomen op de Volkszielen maar ik ben in het algemeen tot de conclusie gekomen dat de antroposofie structureel racistisch is en als levensbeschouwing regelrecht bizar en sektarisch, hoe mooi en bijna ‘kloppend’ het theoretische bouwwerk ook door Steiner aan elkaar gepraat is. Dit gaat nadrukkelijk niet over mijn oude school, noch mijn leraren, aanhangers of enthousiastelingen die ik persoonlijk ken, veelal mee bevriend ben en waar bovendien geen onintelligente mensen tussen zitten, geen enkel misverstand, maar de leer zelf. Ik ben tot deze conclusie gekomen na enige studie naar het werk van Steiner, Blavatsky, sympathisanten, aanbidders, opportunisten, meelopers en goedpraters, regelrechte racisten en Holocaustontkenners (uit naam van Rudolf Steiner), krankzinnige fanatici en dolgedraaide extremisten die Ahriman op een foto menen te herkennen bij de aanslagen van 11 september, maar ook critici, waarvan de laatsten vaak beter op de hoogte bleken te zijn van de herkomst van bepaalde opvattingen of de historische wortels van de antroposofie dan de sofen zelf. Die staren zich in regel blind op hun grote roerganger. Hieronder mijn uitgebreide en uit de hand gelopen antwoord (voor mij de aanleiding en het excuus om alles een keer op te schrijven) op een hele simpele vraag, oorspronkelijk in een iets andere en veel kortere vorm elders geplaatst.

(...)

Bram Moerland toont mijn inziens overtuigend aan dat de Theosofie, zoals die door Blavatsky is geformuleerd (volgens haar door ‘Oosterse Meesters’ gedicteerd) niet zozeer Oosters is maar in een westerse mystieke traditie staat, gemengd met de Darwinistische Evolutie-leer, waardoor er in feite een soort ‘neo-religie’ is ontstaan, overigens een typisch negentiende eeuws fenomeen. Zo is de ‘val van de hogere geest in de lagere stof’ een westers gnostisch concept, dat vervolgens weer is vermengd met het net opgekomen Darwinisme (Moerland, p. 9). Voeg daarbij de westerse koloniale opvattingen over rassen bij, vermengd met een exotistisch sausje (’oriëntalistisch’ zou Edward Said het omschrijven, maw elementen die volgens de westerse perceptie typisch oosters zouden zijn) en je hebt de basisingrediënten van het theosofische gedachtegoed. Als je met Edward Said wilt schermen (wat de commissie-Van Baarda probeert) is dit de uitgelezen plaats en context. Het is dus een mengsel van typisch koloniaal racisme en exotisme vermengd met modieus spiritualisme en neo-gnosticisme. Eigenlijk heel negentiende eeuws, precies passend bij de mode van die tijd. Het is denk ik dan ook niet zo verwonderlijk dat juist toen racistische elementen werden vermengd met een soort gnostisch gedachtegoed. Steiner heeft zich dit gedachtegoed slechts eigen gemaakt, maar heeft het oosterse element weggezuiverd en het verder aangevuld met typisch Duitse romantische elementen. Een tamelijk prozaïsche, maar naar mijn mening waarschijnlijker verklaring dan dat het allemaal op een bovenzintuigelijke wijze zou zijn geopendbaard.

Hoewel Helena Blavatsky niet besproken wordt, zou zij perfect passen in de wereldberoemd geworden studie ‘The invention of tradition’ van de historici Eric Hobsbawm en Terence Ranger (Cambridge 1983). Zij beschrijven hoe in de diverse westerse koloniale rijken in de negentiende eeuw tradities en rituelen begonnen te ontwikkelen om de status quo te rechtvaardigen. Allerlei tradities werden letterlijk ‘uitgevonden’ om de heersende orde een plaats in de geschiedenis te geven. Overigens gold het zelfde voor de opkomende nationalistische onafhankelijkheidsbewegingen, ook zij ontwikkelden hun eigen ‘tradities’ en ‘geschiedenis’ om hun claims te rechtvaardigen. Blavatsky (en Steiner) putten op een eclectische manier uit verschillende religieuze en spirituele tradities, vermengden deze met toen modieuze ideeën over evolutie en rassen, om zichzelf ook historisch te rechtvaardigen. Zie overigens ook de multi-inzetbare Perzische Ahriman bij Steiner en diverse hedendaagse antroposofen. Zowel de theosofie als de antroposofie hangen aan elkaar van ‘invented traditions’, zowel wat betreft de leer als de ritus en beroepen zich daar ook permanent op om hun universele waarheidspretenties te rechtvaardigen.


Geplaatst door Michel Gastkemper op 23:00 
Labels: esoterie, onderzoek, racisme, Steiner, weblogs 
2 reacties: 
barbara zei 
das ist ein komischer blog, allerdings mit ausführlicher biografie und nur wenigen aber ellenlangen berichten.
diese indianische kunst ist irgendwie seltsam, ohne deinen beitrag hätte ich seinen bezug zur anhtroposophie nicht entdeckt.
warum er sich so viel mühe incl literaturzitate gibt, einen solch ellenlangen bericht über steiner und rassisums zu schreiben incl weltkarte, habe ich nicht entdecken können. solche literaturliste allein macht schon eine menge mühe.

7 september 2008 22:16 
Anoniem zei 
liebe Barbara,
lieber Michel Gastkemper

hab erst ein bißchen gesehen, nehme mir vor diesen Post, den link und den Zondag genau zu lesen um &quot;op eigen kracht te onderkennen&quot;
herzliche Grüsse!
Liesel

8 september 2008 17:14 


Geplaatst door: Floris Schreve &#124; 12-10-08 om 18:50 

Bewaard gebleven fragment van het tegenartikel van Paul Heldens &#039;9/11 Heikele Kwesties&#039;, oorspronkelijk gepubliceerd op www.antrovista.com

Als dan ook nog een goudeerlijke oud-vrijeschoolleerling luisterend naar de naam Floris, maar die niets heeft met Blanchefleur, Rudolf Steiner en zijn leerlingen voor racistische idioten uitmaakt en een van die ‘idioten’ daar welwillend zijn oren naar laat hangen, krijg ik on-danks al mijn goede voornemens om vanwege een RSI niet meer te schrijven, hevige jeuk. Drie heikele thema’s binnen één week kan zelfs een zachtmoedig mens teveel worden. Tijd om even op het toetsenbord mijn jeuk weg te krabben. Die RSI loopt toch niet weg, die komt vanzelf wel terug.

“Op zaterdag 6 september 2008 bracht Michiel Gastkemper op zijn weblog het verhaal van een 35-jarige oud-vrijeschoolleerling en kunsthistoricus, die door zelfstandig onderzoek tot de kloeke conclusie is gekomen dat de antroposofie racistisch en sektarisch is. Punt uit. Gastkemper is duidelijk ingenomen met Felix Schreve, want zo heet de persoon in kwestie. En ik lees graag de informatieve en goed geschreven weblog van Michiel Gastkemper. Maar ook het beste paard laat wel eens een vijg vallen, nietwaar?
“Volkomen integer” en “eerlijk onderzoekend en afwegend” noemt Gastkemper het lange stuk van Schreve met de al even lange titel: “Geloof in kabouters, Atlantis, Volkszielen en Wortelrassen en pas op voor Dark Lord Ahriman, zwart-magische constructies, de Luciferi-sche Verleiding, overkokende kliersystemen en de ‘Finsteren Saturn’; Rudolf Steiner en de antroposofie”. 
Nieuwsgierig geworden, heb ik mij de moeite getroost - zo mag ik dat wel noemen - om dat onderzoeksverhaal over antroposofie helemaal uit te lezen. Afgaand op de titel dacht ik eerst nog dat het om een hilarische column ging, maar dat bleek niet het geval. Zo ‘open minded’ Floris Schreve is als het gaat om allerlei interessante vormen van kunst over de hele wereld - zijn website is een kleine goudmijn op dit terrein -, zo kleingeestig wordt hij als het gaat om antroposofie. Een veel voorkomend verschijnsel; een mens zit vol tegenstrijdigheden.
Schrijvers van het Belgische tijdschrift voor antroposofie, De Brug, blijken in de ogen van Floris lachwekkend domme Belgen te zijn. Op grond van passages in de zogeheten volkeren-cyclus wordt Steiner door hem ontmaskerd als een overtuigd racist. Niks ‘slip of the tongue’, niks koloniale tijdgeest van destijds of andere slappe excuses. Geen wonder dat veel antroposofen zich tegenwoordig geen raad meer met Steiner weten, meent hij. De naar zijn mening halfslachtige benadering in de eindrapportage van de z.g. Commissie van Baarda, ziet hij als een voorbeeld van die verlegenheid.
Michiel Gastkemper is duidelijk gecharmeerd van de fermheid van Schreve’s denkwijze. Het is sowieso overal ‘recht voor je raap’ wat de klok slaat. De nuance zoeken, ‘that’s just boring man!’ Maar als een kwieke jonge hond mij tegen de broek aanpiest, ben ik toch niet zo charmant om te zeggen ‘dank u wel, ga gerust uw gang!’ Ik ben in zo’n geval meer van “hee joh, doe effe normaal zeg!’
Floris Schreve noemt zichzelf “agnost/atheïst”. Ieder zijn meug natuurlijk, maar die overtuiging valt moeilijk te rijmen met onbevangenheid als het om ‘bijgeloof in iets bovennatuurlijks’ gaat. Zijn lange tirade tegen de antroposofie is dan ook geheel in de stijl van Simpos, die linkse bikkels van de harde actie tegen discriminatie, fascisme en racisme. Simpos staat voor “Stichting Informatie over Maatschappelijke Problemen rond Occulte Stromingen”. Samen met de wat chiquere academici van de Stichting Skepsis vormen zij de ‘ghostbusters’ van elke New-Agestroming die door middel van slimme indoctrinatie onschuldige burgers van hun gezonde verstand berooft. De antroposofie valt vanzelfsprekend ook onder die kwalificatie. Wat de Vereniging tegen de Kwakzalverij is op het gebied van de gezondheidszorg, zijn Simpos en Skepsis op het gebied van de levensbeschouwing.
‘Floris Schreve blijkt zich erg thuis te voelen bij de geschriften van Toos Jeurissen, Bram Moerland en Simposman Jan Willem de Groot. Tegen het eind van zijn stuk bedankt hij Bram Moerland en de weduwe van August de Roode vriendelijk “voor het aanleveren van hun materiaal”.
Wijlen August de Roode was vader van een kind op de Vrije School Meppel medio jaren tachtig. Hij stuitte meer of minder toevallig op passages in het werk van Rudolf Steiner die hij erg discriminerend vond. Hij eiste van de schoolleiding opheldering. Dat liep in 1985 uit op een vreselijke rel en August de Roode nam zijn kind van school. Inmiddels had hij zijn licht opgestoken bij ‘pacifist’ Gjalt Zondergeld, die hem volledig inwijdde in de geheime fascistische trekjes van Steiner en zijn aanhangers. August de Roode werd in 1986 samen met Evert van der Tuin en Gjalt Zondergeld auteur van het boekje: “Antroposofisch racisme. Als de blonden uitsterven zouden de mensen steeds dommer worden”. Aangezien mijnheer de Roode bij leven een ‘donkergekleurde medemens uit Suriname’ was, betekende alleen al zijn medewerking aan die publicatie een luide aanklacht tegen Steiner die ieder normaal denkend mens moest overtuigen. De kunst van propaganda maken verstonden Gjalt Zondergeld en ook Bram Moerland altijd uitstekend. In dit opzicht hebben zij in 1995 ook Toos Jeurissen - een pseudoniem overigens - doeltreffend geadviseerd.
‘Antroposofisch racisme’, dat is naar mijn mening een contradictie in terminis. Precies dat feit maakt de hele kwestie zo heikel. Er staan in Steiners werk immers passages die nu vanzelfsprekend heel anders beleefd worden dan in de tijd, dat deze werden uitgesproken. Floris Schreve meent echter - en hij is bepaald niet de enige - dat antroposofie identiek is met racisme.
Floris Schreve schijnt niet bekend te zijn met of niet geïnteresseerd te zijn in de artikelen van bijvoorbeeld Fred Beekers, Mark Bischot, Mouringh Boeke, Dieter Brül, Edith de Clerq Zubli, Stephan Geuljans, Walter Heijder, Hans Peter van Manen, Maarten Ploeger, Arnold Sandhaus en Wim Veltman, waarin de feitelijke onjuistheden en de tendentieuze interpretatie van de gewraakte teksten van Rudolf Steiner worden belicht, die bij Toos Jeurissen, Bram Moerland, Gjalt Zondergeld e.a. schering en inslag zijn. Halve waarheden zijn verwoestender dan kloeke leugens. Dieter Brüll karakteriseerde deze geestesstroming daarom treffend als “de nieuwe reactionairen”.

Een viertal correcties op de beweringen van Floris Schreve wil ik de lezer niet onthouden.

Wat de kritiek van Schreve op “De volkzielen” betreft, vind ik het artikel van Hans Peter van Manen: “Rudolf Steiners visie op volken en rassen” in de bundel “Antroposofie ter discussie” nog altijd zeer ‘to the point’. Niettemin schijnt die bundel in antroposofische kringen inmiddels als hopeloos gedateerd te worden beschouwd. Maar elk nadeel heeft z’n voordeel: in de ‘ramsj’ zijn nog enkele exemplaren te koop.
Wat het vaak bekritiseerde citaat betreft, waarin Steiner spreekt over de invloed van ervaringen van de moeder tijdens de zwangerschap op het embryo, waarbij hij als voorbeeld het lezen van destijds in de mode zijnde ‘negerromans’ noemde, zie Lorenzo Ravagli: “Negerromane - was meinte Steiner wirklich?“. Der Europäer, jrg. 5, nr. 5, pag. 19-21, maart 2001.
Over de eindeloos herhaalde zogenaamde antisemitische uitlating van Steiner uit 1888 schreef Boris Bernstein in het tijdschrift Der Europäer recent een verhelderend artikel met de titel: “Apropos 44: Wie gegen Rudolf Steiner agitiert wird“. De uitgever van het tijdschrift, Perseus Verlag te Bazel, bracht dit jaar een herdruk uit van de boeiende studie van Karl Heyer: “Wie man gegen Rudolf Steiner kämpft“.
En wat het vermeende ‘jatten’ van Steiner bij andere, eeuwenoude geestesstromingen betreft, leze men het slot van de Voorwoorden van juni 1913 en januari 1925 in Steiners boek “De wetenschap van de geheimen der ziel”
Tot slot de hamvraag: welke vitale samenhang bestaat er tussen “De volkszielen” van Rudolf Steiner en de preventie van (staats)terrorisme? Als een epidemisch verschijnsel zie je op de Balkan, in Irak en in de Kaukasus immers niet langer meerdere volken, culturen en godsdiensten samenleven binnen één staatsvorm, maar elke etnisch-religieuze groep zijn eigen ministaatje opeisten in naam van het zelfbeschikkingsrecht der volkeren. Het zionistische Israël, dat het nagenoeg onoplosbaar geworden Palestijnenvraagstuk voortbracht en daardoor aan de wieg stond van het Arabisch terrorisme, lijkt het prototype te zijn geworden voor een nieuw verdeel-en-heers-systeem, dat door George Bush senior op 11 september 1990 in de aanloop naar de z.g. Golfoorlog in 1991 in een rede voor het Amerikaanse Congres en de Senaat te samen, The New Order werd genoemd. Niet het zelfbeschikkingsrecht van het menselijke individu, maar het misleidende ‘zelfbeschikkingsrecht der volkeren’ vormt de grondslag van die nieuwe wereldorde, die op zijn beurt de basis heeft gelegd voor de ‘botsende beschavingen’. Een gewaarschuwd mens telt voor twee!”

literatuurverwijzingen Paul Heldens:
13 De weblog van Floris Schreve bevindt zich op het internetadres: http://florisschreve.blog-s.nl
14 Rudolf Steiner: “De volkeren van Europa”. Amsterdam 2006, Pentagon. (GA 121). Eerder verschenen onder de titel “De volkszielen”. Zeist 1980, Vrij Geestesleven.
15 “Antroposofie en het vraagstuk van de rassen. Eindrapportage van de onderzoekscommissie”. Zeist 2000, Antroposofische Vereniging in Nederland.
16 De website van Simpos en geestverwanten is: www.stelling.nl De digitale krant van Simpos heet “Kleintje muurkrant”.
17 De website van Skepsis: www.skepsis.nl. Het tijdschrift van deze stichting heet “Skepter”, een blad waarin scepsis tegen elke vorm van pseudo-wetenschap de scepter zwaait.
18 Die opheldering resulteerde in een speciale editie van de schoolkrant van de Vrije School Meppel in januari 1985.
19 Toos Jeurissen: “Uit de Vrije School geklapt. Over antroposofie en racisme; een stellingname”. Sittard 1996, Baalproducties.
20 Fred Beekers &amp; Liesbeth Takken: “Anti-racisten intolerant. Of: symptoom van de moderne fraseologie”. Driegonaal, jrg. 13, nr. 1, pag. 19-22, voorjaar 1987.
21 Mark Bischot &amp; Jan Luiten: “’t Kan anders, maar niet zo!”. Driegonaal, jrg. 11, nr. 4, pag. 10-14, winter 1985.
22 H.E.M. Boeke: “Rudolf Steiner en de gevaren van onze tijd”. Driegonaal, jrg. 14, nr. 2, pag. 13-14, zomer 1988.
23 Dieter Brül: “De nieuwe reactionairen – met bijzondere aandacht voor het verschijnsel Zondergeld”. Driego-naal, jrg. 12, nr. 1, pag. 6-15, voorjaar 1986.
24 Edith Boeke[-de Clerq Zubli]: “Opkomst van het mythische denken. Terug naar af?” Jonas jrg. 15, nr. 13, 15 februari 1985. Idem: “Antroposofie en mythisch denken”. Pag. 59-68 in: “Antroposofie ter discussie”. Zeist 1985, Vrij Geestesleven. Isbn: 90-6038-214-5.
25 Stephan Geuljans: “Antroposofie en darwinisme”. Driegonaal, jrg. ?, nr. 2, pag. ?, zomer 1996.
26 Walter Heijder: “Rudolf Steiner versus nationaal-socialisme”. Den Haag 1997, Vereniging voor Vrije Opvoed-kunst. Isbn: 90-76156-01-8.
27 Hans Peter van Manen: “Rudolf Steiners visie op de volken en rassen”. Pag. 46- in: “Antroposofie ter discus-sie”. Zeist 1985, Vrij Geestesleven.
28 Maarten Ploeger: “Afrekenen met discrimineren vraagt eerst om afrekenen met struisvogelpolitiek”. Jonas, jrg. 15, nr. 10, 4 januari 1985. Idem: “Racisme en antroposofie”. Pag. 37-45 in: “Antroposofie ter discussie”. Zeist 1985, Vrij Geestesleven.
29 Arnold Sandhaus: “De eenvoud van het geloof van doktor Verkuyl”. Driegonaal, jrg. 13, nr. 1, pag. 24-25, voorjaar 1987. Idem: “Het bruine denken van Frans van de Ven. Het karakter van fascistoïde propaganda”. Drie-gonaal, jrg. 14, nr. 2, pag. 11-13, zomer 1988. Idem: “Het nazisme waart nog steeds rond, maar waar?” Driego-naal, jrg. 15, nr. 3, pag. 21-23, herfst 1989. Idem: “Herhaling van dit bericht’. Driegonaal, jrg. 15, nr. 1, pag. 4, voorjaar 1989.
7

Geplaatst door: Floris Schreve &#124; 11-10-08 om 20:40 

eerste reactie Michel Gastkemper:http://antroposofieindepers.blogspot.com/2008/09/idioten.html

Geplaatst door: Floris Schreve &#124; 11-10-08 om 20:32 

zie voor een bespreking van dit artikel door Michiel Gastkemper, oud-redacteur van &#039;Motief&#039;, het blad van de Antroposofische Vereniging in Nederland, http://antroposofieindepers.blogspot.com/2008/09/heikel.html

Geplaatst door: Floris Schreve &#124; 12-10-08 om 0:46 

discussie Michel Gastkemper, Ramon de Jonghe, Paul Heldens en ikzelf:

Michel,

Zie ik het nu wel goed, maar verwijst Paul Heldens ter rechtvaardigng van Steiners discriminerende uitspraken vrijwel uitsluitend naar antroposofische literatuur?

Ik had gehoopt dat de Duitse historicus Helmut Zander, die op het gebied van historisch onderzoek naar Steiner en de antroposofie als een autoriteit mag worden gezien, ook in het lijstje voor zou komen. 

Dit lijkt weer hetzelfde verhaal als dat van de commissie Van Baarda te worden. Het waanidee dat alleen een select groepje antroposofen kan lezen en beoordelen, komt aanwaaien.

12 september 2008 18:51 
Michel Gastkemper zei 
Beste Ramon De Jonghe,
Niet alleen dat, maar hij geeft zelf niet één argument om de beweringen van Floris Schreve te ontkrachten, of je zou daartoe ‘passages die nu vanzelfsprekend heel anders beleefd worden dan in de tijd, dat deze werden uitgesproken’ moeten rekenen. Paul Heldens noemt wel een vracht aan (oude, voor het overgrote deel uit de jaren tachtig) literatuur van Nederlandse auteurs, maar het gaat hier vrijwel allemaal om tijdschriftartikelen. Van een die hij speciaal noemt als correctie op de beweringen van Floris Schreve die hij de lezer niet wil onthouden, het hoofdstuk van Hans Peter van Manen ‘Rudolf Steiners visie op volken en rassen’ in de bundel ‘Antroposofie ter discussie’, geeft hij geen ander argument dan dat hij dit nog altijd zeer ‘to the point’ vindt. Maar hij voegt er wel aan toe: ‘Niettemin schijnt die bundel in antroposofische kringen inmiddels als hopeloos gedateerd te worden beschouwd.’ Ja, dan wil je toch graag weten waarom.
Ik zou er geen enkel probleem mee hebben als Paul Heldens werkelijk in staat zou zijn om de kritiek te weerleggen die Floris Schreve vooral naar voren brengt naar aanleiding van ‘De volkszielen’, maar op deze manier zie ik dat voorlopig nog niet gebeuren. Op AntroVista verklaart Paul Heldens vandaag als reactie op mijn commentaar dat ik daar vanochtend gaf: ‘Ik weiger echter pertinent om in het openbaar een inhoudelijke discussie aan te gaan die alle argumenten slechts in één richting waardeert: de publieke bekentenis dat Steiner een racist was.’ Ik kan hem geruststellen: dat gebeurt hier niet. Integendeel, ik zou graag een goed antwoord krijgen op de vraag die ik hier al twee keer heb opgeworpen. Zo schreef ik eergisteren over Floris Schreve: ‘Hij stelt namelijk dat de genoemde commissie haar werk niet goed heeft gedaan. De vraag is of hij daarin gelijk heeft of niet.’ En afgelopen zaterdag: ‘Wat er wel toe doet, is de vraag of zijn argumenten steekhoudend zijn.’ Als Paul Heldens vervolgens met behulp van een wervende banner direct op de homepage van AntroVista aandacht vraagt voor zijn artikel ‘9/11 Heikele kwesties’, dan vraag ik me af wat zijn ‘pertinente weigering om in het openbaar een inhoudelijke discussie aan te gaan’ eigenlijk inhoudt. Die is voor mij op deze manier weinig overtuigend. Ik zou in ieder geval van hem, zoals ik hem tot nu toe ken, meer hebben verwacht.
Maar het kan zijn dat ik de artikelen die hij al op AntroVista heeft gepubliceerd er eerst nog eens op moet naslaan, misschien dat er daar al het nodige over te vinden is. Dat kan natuurlijk ook altijd nog.
Met vriendelijke groet,
Michel Gastkemper

Er schijnen nogal wat misverstanden te bestaan over de aard van antroposofie. Dat merk ik aan wat Paul Heldens te berde brengt inzake wat hij hier gelezen heeft over Floris Schreve. Antroposofie heeft de ambitie een geesteswetenschap te zijn. Als zij werkelijk een wetenschap is, dan hoeft men zich geen zorgen te maken wat deze of gene van de onderzoeksresultaten vindt. Die kunnen hooguit worden aangepast en bijgesteld, en eventueel ook bevestigd, vervangen of verworpen. Maar de wetenschap zelf wordt daarmee niet minder. Integendeel, iedereen werkt er zo aan mee om deze te vergroten en te vervolmaken. Die is niet afhankelijk van de sympathie of antipathie van wie dan ook voor de bevindingen ervan. Wat telt is de onomstotelijke waarheid van die wetenschap, die zo objectief mogelijk wordt weergegeven.

Bij antroposofie lijkt dit opeens niet meer te gelden. Waarom dan toch niet, vraag ik me af. Hebben antroposofen zelf wel voldoende notie van het feit dat antroposofie een geesteswetenschap is? Of voelen ze zich aangevallen als iemand de bevindingen ervan ter discussie stelt? Dan gaat het toch meer op een leer lijken. En dat is heel iets anders. Antroposofen en niemand anders zijn verantwoordelijk voor welke status antroposofie in de wereld heeft of krijgt. Het stemt niet erg hoopvol, als je kijkt hoe er bijvoorbeeld met het thema ‘racisme’ wordt omgegaan. Veelvuldig kun je een ontwijken en duiken waarnemen, maar weinig een staan voor antroposofie als wetenschap en in die zin het debat aangaan. Het zou veel verhelderends moeten kunnen brengen in recente debatten. Denk bijvoorbeeld aan het allochtonenvraagstuk. Ooit iemand als antroposoof hierin stelling zien nemen en voor zijn standpunt uitkomen? Geen wonder dat het ‘racismevraagstuk’ de antroposofie blijft achtervolgen. Men kent in de publieke opinie wat dit betreft weinig tot geen andere uitingen, dan de uitlatingen die door critici worden gedaan.

Terwijl ik dit aan het schrijven ben, plaatst Paul Heldens een nieuwe reactie op het bericht in de rubriek AntroBoulevard op AntroVista. Gisteren heb ik de eerste twee reacties hierop, van hem en van mij, weergegeven. Sindsdien zijn er vier nieuwe bijgekomen. Namelijk deze:


Ik kom er net weer achter dat een mens ook een vat vol ‘ad hominem’ kan zijn. Reactie van Ramon De Jonghe

Geachte heer Gastkemper, het spijt me als u bij mij slechts ‘denigrerende opmerkingen’ waarneemt. Ik ben niet geïnteresseerd in het beledigen of kwetsen van u of anderen en schrik van uw reactie. Ik weiger echter pertinent om in het openbaar een inhoudelijke discussie aan te gaan die alle argumenten slechts in één richting waardeert: de publieke bekentenis dat Steiner een racist was. Dat is m.i. de reactionaire kant van zo’n enorm eerlijke discussie. In China is de ‘culturele revolutie’ godzijdank voorbij, nu in antroposofenland nog, zeg ik maar. Héél kort samengevat: ‘antroposofisch racisme’ is een contradictio in termini. Reactie van Paul Heldens

Beste Paul Heldens,
We spreken hier over een geesteswetenschap. Iemand heeft een publicatie hiervan bestudeerd en stelt daar indringende vragen bij. Misschien is zijn kennis van deze wetenschap te beperkt, waardoor hij deze onjuist beoordeelt. Maar ook dan mag hij een goed antwoord verwachten. Volgens mij gaat het er juist ‘om in het openbaar een inhoudelijke discussie aan te gaan die alle argumenten NIET slechts in één richting waardeert’, maar op de juiste waarde schat. Dus niet alleen maar stellige beweringen doen, in welke richting dan ook, maar zelf tot eigen argumenten komen en deze afwegen, om zo meer inzicht te krijgen. Daar is mijn weblog op gericht. Of moet je hier bang voor zijn? Reactie van Michel Gastkemper

Beste Michiel Gastkemper,
Ik stel voor dat u zelf in uw weblog aan Floris Schreve uitlegt hoe dat zit met Steiners boek over de volkszielen en de Eindrapportage van de z.g. Commissie van Baarda. Dat vergt weliswaar veel studie vooraf, maar ik twijfel er niet aan dat het resultaat de moeite waard zal zijn. Ik zal uw antwoorden aan Floris met genoegen lezen! Reactie van Paul Heldens


Helaas bevestigt dit volledig wat ik aan het schrijven was. (Zou er dan toch sprake zijn van een zekere blindheid? Die vraag ga ik me toch stellen als ik zie met welke hardnekkigheid ik Michiel genoemd blijf worden... Of is dat tegen beter weten in?)


Typisch ook in dit opzicht is hoe het Opus Magnum van Helmut Zander, dat ruim een jaar geleden uitkwam, is ontvangen, speciaal in Nederland. Ik kan me niet heugen dat daar serieus aandacht is geschonken. In het ‘nieuwarchief’ op de website van de Antroposofische Vereniging in Nederland is alleen dit te vinden (een heel eind naar beneden scrollen, tot ongeveer halverwege, bij de datum van 14 oktober 2007):


‘In Duitsland is, vooral onder antroposofen veel te doen om het boek van historicus Helmut Zander “Anthroposophie in Deutschland. Theosophische Weltanschauung und Praxis 1884-1945”. Het is een omvangrijk werk in twee banden waarin Zander in 1800 pagina’s Rudolf Steiner en de antroposofie scherp tegen het licht houdt. 

Zander plaatst Rudolf Steiner en zijn ideeën op kritische wijze in hun tijd en historische context. Steiners “geestelijke wereld” houdt Zander voor een onwetenschappelijke kennisbron en hij meent te kunnen aantonen dat Steiner alles heeft ontleend aan schriftelijke bronnen. Een andere basiskritiek van het boek is dat antroposofen te weinig kritisch zijn ten aanzien van Rudolf Steiner en zijn leer. Ze beschouwen hem te veel als een heilige. Zander hoopt dat zijn werk de antroposofen zal helpen om een kritischer houding te ontwikkelen ten aanzien van hun traditie en dat zij het goede van de antroposofie zullen behouden.’


Er worden drie links bijgevoegd, eentje naar een aankondiging op de website van het Duitse maandblad Info3, eentje naar een (slechte, alleen met Internet Explorer te openen) scan van twee artikelen uit het Zwitserse weekblad ‘Das Goetheanum’ en eentje naar dit pdf-document (Engelstalig): ‘In het laatste nummer van Anthroposophy Worldwide staat een artikel waarin Robin Schmidt en Bodo von Plato met elkaar in discussie gaan over Zanders boek.’ De eerste twee respectievelijk geschreven door Johannes Kiersch en Andreas Neider, bij de laatste (het interview op blz. 8 en 9) staat geen auteur vermeld. Ze zijn zeer verschillend van karakter.

Ik wil hier graag enkele uitspraken van Robin Schmidt aanhalen (‘from the Goetheanum’s research group on the cultural impulse’) omdat ik me daar het meest in kan vinden.


‘Helmut Zander writes about anthroposophy as a non-anthroposophist. He is interested in it as a purely historical phenomenon. (...) I find it quite challenging, for instance, to speak or write in a language that does justice to anthroposophy – makes clear what is important to me today – and is appropriate for current academic discourse at the same time.’

Wanneer Bodo von Plato deze stellige uitspraak doet: ‘anthroposophy is open, is public – or it is not anthroposophy’, reageert Robin Schmidt met:


‘Doesn’t openness also have an inner, esoteric aspect? There is no freedom if I entrench myself in my criticism or if I am caught up by enthusiastically and naively identifying myself with something. But avoiding these is not so easy. Openness is really a question of development.

Perhaps Rudolf Steiner has something to teach us here if we understand how he lived in his own time, and then see how anthroposophy might succeed today. In my view, Rudolf Steiner worked quite intensively with his own time and lived into its spirit. He tries to find the future-oriented, Michaelic impulses of his time and surround them with warmth so that people can find a connection to them.

The best way to recognize Rudolf Steiner historically might be found by looking at how he transformed his own time. There are always two levels for examining what we generally perceive today as the whole of anthroposophy: how it is colored by its own time, and what we find as Rudolf Steiner’s creative approach in taking things up and transforming them.’


Bodo von Plato noemt dit uitgangspunt extreem belangrijk:

‘The central question in this whole argument is: What is my relationship to the existence of the real spirit. The decision is made by whether I understand that the spirit is not just something I imagine – it has an active, present nature. It is a creative power, not simply an image.’

Resumerend zegt Robin Schmidt:


‘Helmut Zander goes against the grain. This reveals things that may seem uncomfortable. Much of what arises from his approach in interpretation is selective and it is also colored by his intentions. Even a quick reading will show that a lot is simply wrong, too. But that is an unavoidable part of academic life, and can’t be changed so quickly, even if we are conscious of it.

We know there will be another book on this theme. For instance, through this study I found that the influence of theosophy in the modern anthroposophical movement has remained largely unexplored. Anthroposophists are not the first to try approaching the theme of Christianity from a spiritual-scientific perspective. Nor are they the first who attempted to found schools based on a spiritual pedagogy, or to produce Mystery dramas on the stage. There are areas of theosophy that offered Rudolf Steiner a lot, things that he took up in his own way.

But that certainly does not mean anthroposophy is really theosophy under another name, as Helmut Zander assumes from the first page. If we think of anthroposophy as the core, then there is a context into which Rudolf Steiner stepped actively. Along with the theosophical context there were also the esoteric movements at the turn of the century – the Rosicrucians or Freemasons, for instance. And then there is a third circle where there was a great deal of activity – the infallibility dogma, the Kulturkampf [clash of cultures], and then there were the natural living movements for example, or the social problems at the turn of the century. It is really quite valuable to look at the origins of anthroposophy from these standpoints.’


Dit lijkt me het meest vruchtbare uitgangspunt om met antroposofie verder te komen.



Ik kreeg net een reactie van Ramon De Jonghe per mail. Hij legt zelf uit waarom. Ik laat deze reactie hier graag als een update (14.40 uur) van het bericht van vandaag volgen:

Ik heb drie keer geprobeerd om op je artikel ‘Idioten’ van 12 september een reactie te geven, maar blijkbaar wordt de reactie niet weergegeven. Het zou kunnen dat dat aan de lengte van de reactie ligt (is nogal lang) of omdat er zich een link in bevond. Ik stuur je daarom via deze weg de reactie.

Ik heb op mijn eigen website al aangegeven dat ik op het stuk van Schreve weinig tot niets kan afdingen. Ik heb de door jou geselecteerde fragmenten nog eens kritisch bekeken: volgens mij klopt Schreve zijn argumentatie. Bij één zinnetje twijfel ik echter of dat wel goed gekozen is: ‘het is een coherent onderdeel van een zeer uitgesproken racistisch vertoog’.

Naar mijn aanvoelen is het begrip ‘racistisch vertoog’ meer iets dat we aan bijvoorbeeld een ‘overkokende’ Hitler kunnen toeschrijven, omdat een racistisch vertoog volgens mij meestal gepaard gaat met haat spuien naar andere rassen. Bij Steiner kan ik me niet voorstellen dat zijn rassenleer zou zijn ontstaan uit haat jegens andere rassen. Zelf zou ik gekozen hebben voor: ‘Het is een coherent onderdeel van een uitgesproken visie waarin het maken van onderscheid tussen rassen, waarbij het ene ras hoger wordt geplaatst, meer aanzien krijgt dan het andere, essentieel is.’

Over je hier weergegeven reactie op Antrovista wil ik iets zeggen: ‘Beste Paul Heldens, We spreken hier over een geesteswetenschap. Iemand heeft een publicatie hiervan bestudeerd en stelt daar indringende vragen bij. Misschien is zijn kennis van deze wetenschap te beperkt, waardoor hij deze onjuist beoordeelt. Maar ook dan mag hij een goed antwoord verwachten. Volgens mij gaat het er juist ‘om in het openbaar een inhoudelijke discussie aan te gaan die alle argumenten NIET slechts in één richting waardeert’, maar op de juiste waarde schat. Dus niet alleen maar stellige beweringen doen, in welke richting dan ook, maar zelf tot eigen argumenten komen en deze afwegen, om zo meer inzicht te krijgen. Daar is mijn weblog op gericht. Of moet je hier bang voor zijn? Reactie van Michel Gastkemper’

Ik kan me helemaal in je reactie vinden. Als ik het goed heb begrepen ben jij voor voortgaand onderzoek, zelfs als dat een bevinding van Steiner zou kunnen weerleggen? Lijkt me in ieder geval een betere manier om aan waarheidsvinding te doen dan er bij voorbaat van uit te gaan dat elk woord van Steiner sowieso een niet tijdsgebonden waarheid uitdrukt die dan ook niet meer hoeft te worden bijgewerkt om in een ander tijdsbestek te passen. Maar, laten blijken de waarheid in pacht te hebben trekt mensen aan die zich de moeite getroosten om dat ofwel hard te maken, of te ontkrachten. In die context begrijp ik eigenlijk de kritiek op Steiner en de antroposofie.

De racismekritiek op Steiner en de antroposofie is volgens mij dan ook slechts een voorwendsel om iets dat dieper zit naar boven te halen. Ik vermoed namelijk dat de aanhoudende kritiek op de antroposofische beweging veel te maken heeft met de verafgoding van Rudolf Steiner en de daaruit voortkomende afzondering van wat niet strookt met dat waar Steiner van overtuigd was. Nu is die afzondering op zich niet echt een probleem, want het hebben van een van het gangbare afwijkende visie en die standvastig proberen hard te maken is ook een vorm van afzondering. Het wordt wel een probleem wanneer die visie door haar aanhangers als superieur en zaligmakend wordt uitgedragen, waardoor mensen die die visie niet delen al vlug als onwetend, zelfs minderwaardig worden beschouwd. Er ontstaan twee kampen: de wetende en de onwetende mensen (of de goeden en de slechten, zo je wilt). Dan krijg je toestanden zoals onder andere niet ernstig willen discussiëren met iemand die zich bijvoorbeeld atheïst noemt (kan een atheïst niet helder denken?) of iemand die er een totaal andere visie op nahoudt. 

Mij verwondert het dan ook niet dat er mensen opdagen die antroposofen, om verschillende redenen, met Steiners eigen boeken om de oren slaan. En wat overtuigt dan het meest? Dat is ondertussen al 25 jaar duidelijk; de grove uitspraken over andere rassen. ‘Zo heilig en alwetend was hij toch ook niet, wel?’ hoor ik zogenaamd onwetenden al roepen. En als we een aantal van die uitspraken eens onbevangen bekijken, zonder te beginnen over context of tijdsgeest of wat dan ook, dan lijkt me toch duidelijk dat die ‘not done’ zijn? Ze maken echter van Steiner nog geen racist, wat eigenlijk een andere discussie is dan die waarbij er commentaar op zijn uitspraken wordt gegeven. (Paul Heldens maakt dit onderscheid tussen de man en enkele van zijn uitspraken in zijn betoog op Antrovista blijkbaar niet.)

Toemaat: Strikt genomen is het zich in groep afzonderen van de rest van de samenleving op basis van afwijkende ideeën die men als superieur ervaart, waardoor men zich als groep gaat beschouwen als verheven boven rest van de wereld, sektarisme. Ik merk dat dit in de antroposofische beweging sterk aanwezig is, alhoewel er tal van antroposofische organisaties maatschappelijk actief zijn. Mentaal bevinden ze zich volgens mij in een glazen stolp. Er is in de maatschappij een hoge tolerantie voor sektarisme, in die zin dat geprobeerd wordt het woord sekte te vervangen door het begrip ‘Nieuwe religieuze beweging’. Volgens Wikipedia valt de antroposofie daaronder. http://nl.wikipedia.org/wiki/Lijst_van_religies#Mystiek.


Ramon De Jonghe zei... 
Het wetenschapplijk onderzoek van Helmut Zander naar de antroposofie, hoe goed of slecht dat onderzoek ook mag zijn, geeft de antroposofische beweging een enorme mogelijkheid: zich kritisch met zichzelf uiteen te zetten.

Doet de beweging dat niet en laat ze het onderzoek aan zich voorbijgaan, ziet het er niet goed uit: Zanders werk zal dan op academisch en maatschappelijk vlak namelijk als belangrijkste wetenschappelijke bron het beeld van de beweging gaan bepalen.

Iets om over na te denken.

13 september 2008 14:02


Floris Schreve zei... 
Bericht voor Paul Heldens,

Geachte heer Heldens,

Toch dank voor het uitvoerige commentaar, al zijn we het (voorlopig) niet eens. Een opmerking, mijn naam is echt Floris Schreve (inderdaad van &#039;Floris ende Blanchefleur&#039;) en niet Felix Schreve. Felix is mijn neefje van bijna een jaar oud en die heeft hier werkelijk niets mee te maken. Dus als u dat zou willen corrigeren, ook in uw bijdrage op antrovista, heel graag.

bij voorbaat dank en uitvoerige reactie volgt,

vriendelijke groet,
Floris Schreve

PS er kon tot voor kort niet direct op mijn blog gereageerd worden. Ik heb het nu zo ingesteld dat dit wel kan. Dus voor commentaar, heel graag ook onder mijn blog.

13 september 2008 16:54


Herman Boswijk zei... 
We weten allemaal uit ervaring dat er op internet erg veel onzin te vinden is. Niet alles verdient een serieuze reactie. Een wetenschapper of anderszins deskundige zal heus niet in discussie gaan met iemand die overduidelijk weinig tot niets van het onderwerp heeft begrepen. Dat vinden we vanzelfsprekend. Hij zou dat om didaktische of therapeutische redenen toch kunnen doen, maar het is aan hemzelf om te beoordelen of hij daar tijd en energie in wil steken. Niemand zal willen beweren dat hij verplicht is om zich &#039;kritisch met zichzelf uiteen te zetten&#039; enkel op grond van duidelijk ondeskundige meningen.
De vraag is dan: hoe staat het met het artikel van Floris Schreve in dit opzicht? Paul Heldens maakt duidelijk dat naar zijn inzicht het artikel niets toevoegt aan de bekende epistels van De Groot, Moerland, Jeurissen enz. enz. Hij beperkt zijn reactie door te verwijzen naar literatuur die hierover al in de tachtiger en negentiger jaren is gepubliceerd. Deze artikelen en opstellen zijn niet op internet te vinden en dat is jammer. Misschien moet daar iets aan gedaan worden. Maar een deel van de literatuur die Floris heeft gebruikt staat daar ook niet en die heeft hij desondanks gevonden. De reacties van antroposofische zijde heeft hij niet boven water gekregen (in ieder geval verwijst hij er niet naar) en dat lijkt me een nalatigheid zijnerzijds. Bij de bibliotheek van de Antroposofische Vereniging is dit allemaal te vinden.
Michel en Ramon lijken het een interessant en serieus artikel te vinden, maar gaan daar verder niet inhoudelijk op in.

Michel, ik heb de indruk dat je er vooral op hoopt dat er vanuit antro-kringen inhoudelijk op de kwestie ingegaan zal worden, maar dat je dat zelf niet zal gaan doen en je daarom inhoudelijk op de vlakte houdt. Ik ben bang dat er, behalve van bv. Paul Heldens en ondergetekende, niet veel zal komen. We kunnen speculeren over de redenen daarvoor. Feit is dat, anders dan Ramon op zijn eigen weblog suggereert, het rapport van de Commissie pas tot stand kwam nadat de kwestie de landelijke media haalde, niet naar aanleding van het schotschrift van Toos J.

Ik heb zelf het artikel van Floris, net als Paul, helemaal gelezen, inclusief de verwijzingen (al eerder, via een link op de Simpos-website) en ben tot de conclusie gekomen dat het een erg slecht artikel is. Niet alleen worden er helemaal geen argumenten voor de al in de ondertitel geformuleerde conclusie aangevoerd, het is eenzijdig, het staat vol onbewezen beweringen, onjuistheden en tendentieuze kwalificaties. Maar ik zal dit binnenkort op het weblog van Floris zelf toelichten.
Voor de goede orde: ik beweer niet dat ik aan de goede bedoelingen van Floris twijfel; ik beweer alleen dat zijn inspanningen helaas tot een erg slecht artikel hebben geleid.

groetjes, Herman

13 september 2008 17:37


Michel Gastkemper zei... 
Beste Herman,
Dank je voor je reactie!
Op je vraag ingaand, zal ik proberen mijn beweegredenen te schetsen. In mijn weblog ben ik bezig om de antroposofie in Nederland in kaart te brengen, uiteraard vanuit mijn blikveld. Niet per se uitputtend, maar toch wel zo dat je een beetje een overzicht kunt krijgen. Verschillende thema’s zijn hierbij al aan bod gekomen. Andere wachten nog op behandeling. Vaak heeft dit te maken met de tijdrovende research die nodig is om een bepaald onderwerp enigszins tot zijn recht te laten komen. Soms ook is er geen directe aanleiding om er aandacht aan te besteden, en gaat er iets anders, actuelers voor.
Een van die tijdrovende onderwerpen is uiteraard ‘racisme en antroposofie’. Zoals je zelf al constateert is daarover een grote hoeveelheid op internet te vinden, maar uit een heel bepaalde hoek. Vanuit antroposofische zijde staat daar heel weinig tegenover. Voor zover ik weet in boekvorm alleen het hier al vaker genoemde ‘Antroposofie ter discussie’ uit 1985 en het commissierapport uit 2000.
In Duitsland (of de Duitstalige gebieden) is dit heel anders. Maar zij hebben dan ook geen officieel door de Antroposofische Vereniging ondersteund commissierapport, zoals wij in Nederland. Dat durven zij daar niet aan. In Nederland zie je verder wat dit onderwerp betreft ook een grote vermoeidheid. ‘Moet dat nou weer, wat levert het op, alleen maar gezeur en gekift’, hoor je antroposofen denken.
Nu naar Floris Schreve. Het gaat mij er niet om om uit te maken of zij artikel goed of slecht is. Dat is van secundair belang. Ieder bedrijf weet dat het na vijf of zeven jaar weer opnieuw naar zichzelf moet kijken: hoe zit het met de eigen identiteit, met het eigen functioneren, wat is er in de tussentijd veranderd, ook bij onszelf, bijvoorbeeld doordat er nieuwe medewerkers bij zijn gekomen, wat we ons nu bewust moeten worden en in ons bedrijfssysteem moeten incorpereren, willen we in de stroom van de tijd blijven staan. Floris Schreve heeft de moeite genomen om ‘De volkszielen’ grondig te lezen en komt daarin bevreemdende zaken tegen. Door wie hij zich daarbij laat assisteren of influisteren doet niet ter zake, het gaat erom dat hij tot bepaalde vragen komt.
Tussen haakjes, juister is om te zeggen dat hij ‘Die Mission einzelner Volksseelen’ ter hand heeft genomen, de originele Duitse uitgave. De reden daartoe vind ik ronduit schandalig. Uitgeverij Pentagon brengt controversiële boeken zoals deze en ‘Uit de Akasha-kroniek’ uit, die door haar in hun Nederlandstalige versie gecensureerd worden. Daarmee maak je naar mijn mening de zaken alleen maar erger.
Floris Schreve constateert in feite alleen in dit boek, want dit gebruikt hij als zijn enige primaire bron (al het overige dat hij aandraagt is voor mij secundair), dat er een rassenleer bestaat. Vraag 1: klopt de samenvatting die hij van dit boek geeft? Vraag 2: kloppen vervolgens ook de conclusies die hij hieruit trekt? Dat zijn voor mij vragen die na zo’n acht jaar best wel eens weer opnieuw gesteld mogen worden. Zeker als degene die ze aandraagt het commissierapport dat hierover gaat als onvoldoende kwalificeert. Is de maatschappij op zo’n manier verder ontwikkeld, dat ik bepaalde zaken opnieuw moet bezien, herzien zelfs? Is er een blinde vlek die ik nog niet eerder heb gezien, maar die nu zichtbaar wordt? Kortom, onbevooroordeeld het onderwerp opnieuw in ogenschouw nemen.
Ik wil wel zeker deze vragen inhoudelijk zelf nagaan. Een gedegen reactie heb ik niet paraat, die kost tijd. Maar misschien heeft iemand anders die wel. Daar was ik heel nieuwsgierig naar. Er moeten in Nederland toch een paar antroposofen rondlopen die hier gefundeerd op kunnen antwoorden. Anders ben je als antroposofische beweging geen knip voor je neus waard. Of blijft het alleen bij afwachten en bij onraad in een hoekje duiken?
Het artikel van Floris Schreve is hiervoor de actuele aanleiding. Anders was ik in een later stadium zeker op dit onderwerp ingegaan. Nu ontbreekt mij afdoende voorbereiding. De vraag voor mij is ook of ik alleen sta. Of dat het leidt tot een categorische afwijzing, in de zin van: dat is toch allemaal al uitgemaakte zaak. Zo wordt er vaak ook op gereageerd.
Paul Heldens schrijft dat Floris Schreve vijfendertig is. Dat is Robin Schmidt ook, terwijl Rahel Uhlenhof negenentwintig jaar is (zij hebben allebei een in wezen positieve recensie van het boek van Helmut Zander geschreven). Dat zijn jonge mensen die wat hebben met antroposofie en voor een deel daar ook wat mee willen. Zij hebben er niks aan als iets al voor een uitgemaakte zaak wordt versleten. Voor hen geldt dat waarschijnlijk niet. Vermoedelijk willen zij deze zaken voor zichzelf uitzoeken. En wij dan niet, wij blijven lekker aan de kant staan? (Ik ben van jaargang 1960.) Daar voel ik dus niets voor.
Dat zijn zo mijn beweegredenen om het artikel van Floris Schreve als een soort casus aan te grijpen. Niets geen didactische of therapeutische redenen, of het zou om de Antroposofische Vereniging en antroposofische beweging zelf moeten gaan. Want daar ligt volgens mij het probleem.
Nu jij weer!
Met hartelijke groet,
Michel

13 september 2008 19:24


Ramon De Jonghe zei... 
@Michel,

Ik zie dat je mijn reactie op het artikel ‘Idioten’ toegevoegd hebt aan dit artikel. Je hebt trouwens goed ingeschat dat die reactie beter op zijn plaats is onder dat stuk. Waarvoor dank aan de redactie.

Ik ben benieuwd of en hoe er wordt gereageerd en mensen zoals onder andere Paul Heldens, die op Antrovista nu toch vrij nadrukkelijk wordt uitgenodigd om met een argument te komen, de discussie inhoudelijk willen aangaan. 

Ik heb trouwens gemaild met Floris Schreve om hem de suggestie te doen, dat als hij een diepgaande discussie wil, hij beter zijn blog open kan stellen voor reacties of eventueel (en daar wil ik desnoods wel tijd in steken) een afzonderlijk platform te creëren om over de racismekwestie in de antroposofie te discussiëren.

Wanneer het over het stuk van Schreve gaat, is zijn blog de meest aangewezen plaats. Dat stuk zou echter, zoals jij dat hebt gedaan, een handvat kunnen zijn om de discussie ruimer aan te pakken, bijvoorbeeld om naast andere artikelen te plaatsen. (Ik laat hier gewoon mijn gedachten even de vrije loop, hoor)

Het verbaast me trouwens iedere keer weer om te zien met welke eenvoud je op je blog bepaalde zaken in het licht weet te plaatsen. Ik heb in die korte periode vanaf ik je blog ben beginnen lezen tot nu al een en ander van je opgestoken (wat je misschien al is op gevallen tijdens het lezen van mijn blog). 

Het is voor mij een openbaring dat in het Nederlandse taalgebied iemand van de antroposofische beweging over antroposofie gaat schrijven zonder de dringende behoefte te voelen om in de verdediging te gaan. Dat mag binnen de beweging in Nederland als een gat in de markt worden gezien! 

Vriendelijke groet

Ramon

@Herman


Ik schreef eerder al op mijn eigen weblog dat ik me om de racismediscussie op zich niet zo druk maak. Ik ben er momenteel bij betrokken, doordat Floris Schreve uitgebreide reacties op mijn weblog plaatste en ik nu eenmaal het type mens ben die wat op zijn weg komt de nodige aandacht geeft. Dat is uit interesse in de medemens en ik neem die mens en zijn stem inderdaad serieus, zelfs als die stem een geluid zou voortbrengen dat ik niet graag hoor. Maar ik stop dan zeker geen bijenwas in mijn oren.

Je opmerking dat ik niet inhoudelijk op het stuk van Schreve inga, klopt niet. Enkele uren voor je reactie update Michel het bovenstaande artikel en plaatste daarin een reactie van mij, waarin ik een citaat van Schreve in twijfel trek en er iets anders voor in de plaats zet.

Citaat: Bij één zinnetje twijfel ik echter of dat wel goed gekozen is:

&#039;het is een coherent onderdeel van een zeer uitgesproken racistisch vertoog&#039; 

Naar mijn aanvoelen is het begrip &#039;racistisch vertoog&#039; meer iets dat we aan bijvoorbeeld een ‘overkokende’ Hitler kunnen toeschrijven, omdat een racistisch vertoog volgens mij meestal gepaard gaat met haat spuien naar andere rassen. Bij Steiner kan ik me niet voorstellen dat zijn rassenleer zou zijn ontstaan uit haat jegens andere rassen.

Zelf zou ik gekozen hebben voor: &#039;Het is een coherent onderdeel van een uitgesproken visie waarin het maken van onderscheid tussen rassen, waarbij het ene ras hoger wordt geplaatst, meer aanzien krijgt dan het andere, essentieel is.&#039; 

Het is niet veel, maar ik gaf al aan dat ik niet veel kan afdingen op het stuk. Aan de hand van wat ik (weliswaar al een vijftal jaar geleden) heb gelezen rond racisme binnen de antroposofische beweging (o.a. rapport Van Baarda) klopt Schreves argumentatie volgens mij. Ik hoop eigenlijk onderbouwde tegenargumenten te horen van degenen die het met Schreves stuk niet eens zijn. Zelf ga ik niet op zoek naar iets dat er volgens mij niet is. But, please yourself and surprise me.

Iets uitgebreider ben ik door het lezen van het artikel van Schreve ingegaan op het onderwerp racisme. Zie mijn site voor de artikelen ‘Steiner hat gesagt’ en ‘Vraagstuk II’ en reacties daarop: http://antroposofie.wordpress.com/2008/01/08/antroposofie-geen-schadelijke-sekte/#comment-138. 

Ik kan trouwens je vaststelling dat wetenschappers of deskundigen niet in discussie zullen gaan met iemand die van het onderwerp niets heeft begrepen, niet onderschrijven. In Vlaanderen bijvoorbeeld is het zo dat erin het onderwijs tot op het hoogste beleidsniveau ouders (officieel) mee mogen discussiëren. De tijd dat alleen priesters konden lezen en schrijven, dus deskundig waren, is al even voorbij. En als we het over deskundigheid in een gesprek over antroposofie gaan hebben…Nu ja, je bent al op mijn site geweest, hé.

Vriendelijke groet

Ramon

14 september 2008 15:23


Floris Schreve zei... 
Beste Michel, Ramon en Herman (en wellicht Paul Heldens als hij dit leest),

Voor het eerst dat ik hier uitgebreid reageer. In mijn stuk verwijs ik er maar heel summier naar, maar dit is volgens mij een buitengewoon heldere en compacte analyse van waar het allemaal om gaat. Het is van een zeker Jana Husman Husmann-Kastein van de Berlijnse Humboldt Universiteit. Alle &#039;rasmodellen&#039; worden hier buitengewoon compact samengevat en uitgelegd met bronvermelding. Afgaand op wat ik gelezen heb, heb ik toch het idee dat dit zo&#039;n beetje klopt. Het is te lezen op onder de volgende link:

http://www.religio.de/dialog/106/29_22-29.htm

Zo effectief is het bij mijn weten in Nederland nog nooit samengevat, niet door de &#039;pro&#039;s&#039; en niet door de &#039;contra&#039;s&#039;. Maar mochten jullie geinteresseerd zijn, ben heel benieuwd naar jullie mening,

vriendelijke groet,

Floris Schreve

14 september 2008 22:35


Michel Gastkemper zei... 
Beste Floris Schreve,
Dank voor je reactie.
Over de bijdrage van Jana Husmann-Kastein, waar jij naar verwijst, is in de Duitstalige antroposofische wereld heel wat te doen geweest. Er bestaat ook een uitgebreidere versie van, als voordrachtsmanuscript, zoals dit is voorgedragen op een congres op 21 juli 2006 in Berlijn: http://www2.hu-berlin.de/gkgeschlecht/downloads/veranstalt/2006/Husmann-Kastein%20Vortrag%20HU%20210706.pdf.
Van dit congres met de titel ‘Kritische Reflexionen zur Anthroposophie’ is een uitgebreid verslag gemaakt door Detlef Hardorp, ‘Bildungspolitischer Sprecher der Waldorfschulen in Berlin-Brandenburg’ en dienovereenkomstig gekleurd: http://www.waldorf.net/html/aktuell/humboldt/index.html.
Dezelfde Detlef Hardorp schreef mede naar aanleiding hiervan op 1 september 2006 een opiniërend artikel in het Zwitserse weekblad ‘Das Goetheanum’, dat wordt uitgegeven door de Algemene Antroposofische Vereniging. Het richt zich dus tot antroposofen; het is op de website ‘Themen der Zeit’ van Michael Mentzel te vinden: http://www.themen-der-zeit.de/content/Unzeitgemaesses_Vokabular.92.0.html.
Heel interessant is de bijdrage van 4 december 2006 op het weblog van Nerone, die zich ook over het manuscript van Husmann-Kastein gebogen heeft. Hij krijgt onmiddellijk bijval van Michael Eggert (Egoisten). Het oordeel van deze twee mensen weegt voor mij zwaar; ik heb ze niet voor niets op mijn blogroll staan.
Tot slot nogmaals Detlef Hardorp, die een jaar geleden inging op een heikele kwestie in Duitsland waarbij Jana Husmann-Kastein ook betrokken was: http://www.waldorf.net/html/aktuell/indexierungsverfahren.htm.
Je ziet aan dit alles wel dat het mij beter lukt om secundaire literatuur op te voeren en bij te houden, dan primaire bronnen te bestuderen. Ik probeer me te beperken tot het Nederlandse taalgebied om het nog een beetje doenlijk te houden, maar dat is bijna onmogelijk, omdat veel met elkaar samenhangt over de grenzen heen. Dus vanuit de verte volg ik de discussies in het buitenland wel zo goed als ik kan, maar er direct een gefundeerd oordeel over geven, zoals je vraag is, kan ik (nog) niet.
Met vriendelijke groet,
Michel Gastkemper

15 september 2008 3:33


Michel Gastkemper zei... 
Aha, ik zie dat ik de link naar de bijdrage bij Nerone ben vergeten. Dat is natuurlijk niet erg handig. Hier komt-ie alsnog: http://nerone.wordpress.com/2006/12/04/schwarz-weis-konstruktion/.

15 september 2008 3:38


Er schijnen nogal wat misverstanden te bestaan over de aard van antroposofie. Dat merk ik aan wat Paul Heldens te berde brengt inzake wat hij hier gelezen heeft over Floris Schreve. Antroposofie heeft de ambitie een geesteswetenschap te zijn. Als zij werkelijk een wetenschap is, dan hoeft men zich geen zorgen te maken wat deze of gene van de onderzoeksresultaten vindt. Die kunnen hooguit worden aangepast en bijgesteld, en eventueel ook bevestigd, vervangen of verworpen. Maar de wetenschap zelf wordt daarmee niet minder. Integendeel, iedereen werkt er zo aan mee om deze te vergroten en te vervolmaken. Die is niet afhankelijk van de sympathie of antipathie van wie dan ook voor de bevindingen ervan. Wat telt is de onomstotelijke waarheid van die wetenschap, die zo objectief mogelijk wordt weergegeven.Bij antroposofie lijkt dit opeens niet meer te gelden. Waarom dan toch niet, vraag ik me af. Hebben antroposofen zelf wel voldoende notie van het feit dat antroposofie een geesteswetenschap is? Of voelen ze zich aangevallen als iemand de bevindingen ervan ter discussie stelt? Dan gaat het toch meer op een leer lijken. En dat is heel iets anders. Antroposofen en niemand anders zijn verantwoordelijk voor welke status antroposofie in de wereld heeft of krijgt. Het stemt niet erg hoopvol, als je kijkt hoe er bijvoorbeeld met het thema ‘racisme’ wordt omgegaan. Veelvuldig kun je een ontwijken en duiken waarnemen, maar weinig een staan voor antroposofie als wetenschap en in die zin het debat aangaan. Het zou veel verhelderends moeten kunnen brengen in recente debatten. Denk bijvoorbeeld aan het allochtonenvraagstuk. Ooit iemand als antroposoof hierin stelling zien nemen en voor zijn standpunt uitkomen? Geen wonder </description>
		<content:encoded><![CDATA[<p>Reacties<br />
eerste bespreking van Michel Gastkemper, waarop het tegenartikel van Paul Heldens volgde:</p>
<p>Dankzij het weblog van Ramon De Jonghe, die hier al verschillende keren commentaar heeft geleverd, ben ik vandaag gestuit op het weblog van Floris Schreve uit Amsterdam. Een weblog bijhouden doet hij nog niet zo lang, sinds 11 mei van dit jaar, dus is hij bijna op hetzelfde moment gestart als ik. In een van zijn eerste pennenvruchten, en een heel lange ook (met een absurd lange titel trouwens), gaat hij uitgebreid in op een thema dat hier onlangs aan bod kwam, op donderdag 28 augustus 2008 in de bijdrage ‘Verwerking’, namelijk antroposofie en racisme. Dit is een eeuwig actueel thema, en dat blijft het ook, vooral als het niet goed benaderd wordt (door antroposofen bedoel ik). Dan worden altijd dezelfde bezwaren tegen antroposofie van stal gehaald, want als die niet afdoende weerlegd kunnen worden, dan blijven ze uiteraard geldig.</p>
<p>Het belangrijkste punt in het stuk van Floris Schreve is dat hij het onderzoeksrapport hekelt dat in 2000 is uitgebracht door de ‘Commissie antroposofie en het vraagstuk van de rassen’ onder leiding van Ted van Baarda. Wel een beetje laat misschien, maar dat maakt in wezen niet zo veel uit. Wat er wel toe doet, is de vraag of zijn argumenten steekhoudend zijn. Nu is dat niet zo eenvoudig uit te maken, dit is intussen een behoorlijk specialistisch onderwerp geworden. Belangrijk is daarom op te merken dat Floris Schreve op mij als volkomen integer overkomt, eerlijk onderzoekend en afwegend en zo tot een oordeel komend, ook al is dat in dit geval niet positief over antroposofie. Integendeel, zeer negatief, zou ik zeggen. Heeft hij gelijk, is dit iets om ernstig rekening mee te houden. Heeft hij ongelijk, moet dat duidelijk gemaakt kunnen worden. Dat lijkt mij een uiterst respectabele opgave.</p>
<p>Ook is het goed te weten dat zijn uitgangspunt ten opzichte van antroposofie, wegens de omstandigheden in zijn persoonlijk leven, positief is:</p>
<p>‘Ik heb me daar ook pas sinds de laatste jaren in verdiept. Ik ben er niet positiever over gaan denken, al heb ik dit bizarre gedachtegoed heel lang het voordeel van de twijfel gegeven. Ik ben er voor een gedeelte mee opgegroeid en heb zelf op de Vrije School gezeten (alleen lagere school, waar ik goede herinneringen aan heb). Thuis deden we aan de BD en we hadden een abonnement op de “Jonas”, een niet meer bestaand liberaal en gematigd antroposofisch tijdschrift en opinieblad. Toen er midden jaren negentig verhalen in de Volkskrant en de Groene Amsterdammer verschenen over racisme in het onderwijs op Vrije Scholen (de kwesties van de verontruste Vrije School ouders Angelique Oprinsen en Toos Jeurissen, die van de kant van de Antroposofische Vereniging in Nederland slechts op een muur van onwil en afwijzing stuitten) was ik aan een kant verrast, maar terugdenkend aan mijn eigen ervaringen, had ik toch het bange vermoeden dat het weleens waar zou kunnen zijn.’</p>
<p>Wat hem ook zeer voor me heeft ingenomen, is wat hij verder op zijn weblog schrijft. Met groot plezier heb ik zijn stukken gelezen over Irak en over Iraakse kunstenaars, over Edward Said en over de huidige indianen in Noord-Amerika. Hij weet waarover hij schrijft, met verstand van zaken en veel invoelingsvermogen. Een reden te meer om zijn artikel over antroposofie serieus te nemen. Ik laat hier een aantal gedeelten volgen, die een indruk geven, ook van zijn bevindingen. Het biedt meteen de mogelijkheid om de discussie die in Duitsland momenteel nog steeds gaande is, vanuit een Nederlandse optiek te benaderen, waar deze al vanaf de jaren tachtig speelde.</p>
<p>Een van de kwalijkste kanten van het rapport-Van Baarda, los van het feit dat men mijns inziens slechts probeert zoveel mogelijk Steiners reputatie op te schonen, zijn de scherpe verwijten aan het adres van verschillende critici, vooral ook naar degenen die in gesprek met de antroposofie willen blijven, als bijvoorbeeld Toos Jeurissen. Kritiek op Steiner heet vaak ‘oppervlakkig’ of er is verkeerd geciteerd, of zaken zijn uit hun verband gerukt. Laat ik met het verkeerd citeren beginnen. In het geval van Toos Jeurissen en Bram Moerland ben ik alle citaten nagegaan, voorzover het de literatuur betreft die ik ook bestudeerd heb. Ik heb géén enkele verkeerde bronvermelding of een verdraaiing van een citaat mogen aantreffen. Alles wat Jeurissen en Moerland aanhalen uit ‘De Volkszielen’, ‘De Akasha kroniek’ of (in het geval van Moerland) Blavatsky’s ‘De Geheime Leer’ is correct. Ik heb hier Max Heindels ‘De wereldbeschouwing der rozenkruisers’ buiten beschouwing gelaten, dus ben daar ook niet de verwijzingen van Bram Moerland nagegaan, maar voor het overige klopte alles. Als de Van Baarda-commissie met dit soort beschuldigingen komt en daarmee de integriteit van de critici in twijfel trekt moet ze ook met bewijzen komen. Daar is ze niet in geslaagd. Dit maakt het rapport er niet geloofwaardiger door, al lijkt het door de omvang en de vele geraadpleegde bronnen nog zo degelijk. Niet geloofwaardig en ook niet erg sympathiek. Dit geldt ook voor de behandeling van Jeurissen, die voor een korte brochure goed en degelijk werk heeft geleverd, binnen de Nederlandse context zelfs baanbrekend. Bovendien is Jeurissen al te zeer bereid de dialoog aan te gaan (doet ze ook met haar contact met de Flensburger Hefte). Qua bronnen leunt haar verhaal dan ook sterk op de publicaties van de Flensburger Hefte. Daarover meldt het Van Baarda-rapport niets. Het blijft dus onduidelijk of de onderzoekscommissie ook vraagtekens heeft bij het werk van deze kritische antroposofen in Duitsland. Het zou wel interessant zijn geweest om daar iets meer te van vernemen. Indirect wordt er zo wel gesuggereerd dat het werk van Thomas Höfer en Bernd Hansen ook gebaseerd is op selectief citeren en het uit hun verband halen van uitspraken van Rudolf Steiner, tenzij Jeurissen deze inmiddels vooraanstaande antroposofische nieuwlichters ook verkeerd citeert (daarover trouwens ook geen woord, het lijkt erop alsof dit onderwerp gemeden wordt). Maar Jeurissen krijgt dus de volle laag en over de Flensburger Hefte geen woord, terwijl meer dan de helft van haar betoog op hun bevindingen is gebaseerd. Maar dan nog, los van de Flensburger Hefte heeft ook Jeurissen een andere behandeling verdiend. Haar zorgen als direct betrokkene (ouder van kinderen op een vrije school) waren absoluut gerechtvaardigd en zij heeft voor haar bijdrage meer dan goed werk gedaan.</p>
<p>(&#8230;)</p>
<p>De Duitse rechter heeft vrij onlangs (2007) restricties en voorwaarden gesteld aan publicatie en verspreiding van ‘De Volkszielen’ (moet vanaf nu geannoteerd en met een inlegblad). Ook in Zwitserland is er op dit moment een zaak onder de rechter wat betreft antisemitisme in het werk van Steiner. Geeft toch een beetje een ander beeld dan wat de AViN [Antroposofische Vereniging in Nederland, MG] en de Commissie-Van Baarda ons voorschotelt. Het internationale debat vind ik overigens ook een gemiste kans van de Commissie-Van Baarda; dit is natuurlijk niet een kwestie die zich tot Nederland beperkt. Vooral in Duitsland wordt het debat veel intensiever gevoerd. Maar ook in Zwitserland, Canada en de Verenigde Staten speelt deze kwestie, zowel de discussie als verschillende rechtzaken, die niet allemaal in het voordeel van de locale antroposofen en het werk van Rudolf Steiner hebben uitgepakt. Nu zijn de meeste van deze zaken van recenter datum dan het Van Baarda-rapport, maar toch, ook toen speelden deze kwesties ook in het buitenland, met name in Duitsland rond de kring van Thomas Höfer en de Flensburger Hefte waar vanuit overigens moedige en lovenswaardige pogingen zijn ondernomen om de antroposofie daadwerkelijk te zuiveren van racisme (in plaats van simpelweg te ontkennen dat er sprake is van rassenleer). Zoals verwoord in hun publicatie ‘Antroposophie und Rassismus’: ‘Onder de uitspraken van Steiner bevinden zich enkele die door niets meer te rechtvaardigen zijn en waar men zich consequent van zou moeten distantiëren. Wij zijn ons ervan bewust dat dit pijnlijk kan zijn, maar we menen dat het noodzakelijk is en dat het ook in de bedoeling lag van Steiner, die er immers telkens weer toe opgeroepen heeft zijn uitspraken te onderzoeken. Wij hebben niets anders gedaan dan aan deze oproep gehoor te geven.’ (geciteerd uit Jeurissen in de Groene Amsterdammer van 5-2-1997). Er is dus echt wel iets aan de hand met het antroposofische gedachtegoed.</p>
<p>Het gaat mij hier niet om alle juristerij, waar ik geen verstand van heb en voor mij ook niet zo belangrijk is. Persoonlijk ben ik op dat vlak een tamelijk radicale en hartstochtelijke libertinist dat ik vind dat zelfs ‘Mein Kampf’ niet verboden zou mogen worden, al zullen mijn juristen vrienden mij nu kunnen zeggen dat ik hier wellicht hele domme dingen uitkraam. Maar een wereld met boeken waar je je helemaal kapot aan kan ergeren, of zelfs gevaarlijke boeken, is interessanter dan zonder. Alles beter dan indexen, inquisities of censuur.</p>
<p>Ik zal later terugkomen op de Volkszielen maar ik ben in het algemeen tot de conclusie gekomen dat de antroposofie structureel racistisch is en als levensbeschouwing regelrecht bizar en sektarisch, hoe mooi en bijna ‘kloppend’ het theoretische bouwwerk ook door Steiner aan elkaar gepraat is. Dit gaat nadrukkelijk niet over mijn oude school, noch mijn leraren, aanhangers of enthousiastelingen die ik persoonlijk ken, veelal mee bevriend ben en waar bovendien geen onintelligente mensen tussen zitten, geen enkel misverstand, maar de leer zelf. Ik ben tot deze conclusie gekomen na enige studie naar het werk van Steiner, Blavatsky, sympathisanten, aanbidders, opportunisten, meelopers en goedpraters, regelrechte racisten en Holocaustontkenners (uit naam van Rudolf Steiner), krankzinnige fanatici en dolgedraaide extremisten die Ahriman op een foto menen te herkennen bij de aanslagen van 11 september, maar ook critici, waarvan de laatsten vaak beter op de hoogte bleken te zijn van de herkomst van bepaalde opvattingen of de historische wortels van de antroposofie dan de sofen zelf. Die staren zich in regel blind op hun grote roerganger. Hieronder mijn uitgebreide en uit de hand gelopen antwoord (voor mij de aanleiding en het excuus om alles een keer op te schrijven) op een hele simpele vraag, oorspronkelijk in een iets andere en veel kortere vorm elders geplaatst.</p>
<p>(&#8230;)</p>
<p>Bram Moerland toont mijn inziens overtuigend aan dat de Theosofie, zoals die door Blavatsky is geformuleerd (volgens haar door ‘Oosterse Meesters’ gedicteerd) niet zozeer Oosters is maar in een westerse mystieke traditie staat, gemengd met de Darwinistische Evolutie-leer, waardoor er in feite een soort ‘neo-religie’ is ontstaan, overigens een typisch negentiende eeuws fenomeen. Zo is de ‘val van de hogere geest in de lagere stof’ een westers gnostisch concept, dat vervolgens weer is vermengd met het net opgekomen Darwinisme (Moerland, p. 9). Voeg daarbij de westerse koloniale opvattingen over rassen bij, vermengd met een exotistisch sausje (’oriëntalistisch’ zou Edward Said het omschrijven, maw elementen die volgens de westerse perceptie typisch oosters zouden zijn) en je hebt de basisingrediënten van het theosofische gedachtegoed. Als je met Edward Said wilt schermen (wat de commissie-Van Baarda probeert) is dit de uitgelezen plaats en context. Het is dus een mengsel van typisch koloniaal racisme en exotisme vermengd met modieus spiritualisme en neo-gnosticisme. Eigenlijk heel negentiende eeuws, precies passend bij de mode van die tijd. Het is denk ik dan ook niet zo verwonderlijk dat juist toen racistische elementen werden vermengd met een soort gnostisch gedachtegoed. Steiner heeft zich dit gedachtegoed slechts eigen gemaakt, maar heeft het oosterse element weggezuiverd en het verder aangevuld met typisch Duitse romantische elementen. Een tamelijk prozaïsche, maar naar mijn mening waarschijnlijker verklaring dan dat het allemaal op een bovenzintuigelijke wijze zou zijn geopendbaard.</p>
<p>Hoewel Helena Blavatsky niet besproken wordt, zou zij perfect passen in de wereldberoemd geworden studie ‘The invention of tradition’ van de historici Eric Hobsbawm en Terence Ranger (Cambridge 1983). Zij beschrijven hoe in de diverse westerse koloniale rijken in de negentiende eeuw tradities en rituelen begonnen te ontwikkelen om de status quo te rechtvaardigen. Allerlei tradities werden letterlijk ‘uitgevonden’ om de heersende orde een plaats in de geschiedenis te geven. Overigens gold het zelfde voor de opkomende nationalistische onafhankelijkheidsbewegingen, ook zij ontwikkelden hun eigen ‘tradities’ en ‘geschiedenis’ om hun claims te rechtvaardigen. Blavatsky (en Steiner) putten op een eclectische manier uit verschillende religieuze en spirituele tradities, vermengden deze met toen modieuze ideeën over evolutie en rassen, om zichzelf ook historisch te rechtvaardigen. Zie overigens ook de multi-inzetbare Perzische Ahriman bij Steiner en diverse hedendaagse antroposofen. Zowel de theosofie als de antroposofie hangen aan elkaar van ‘invented traditions’, zowel wat betreft de leer als de ritus en beroepen zich daar ook permanent op om hun universele waarheidspretenties te rechtvaardigen.</p>
<p>Geplaatst door Michel Gastkemper op 23:00<br />
Labels: esoterie, onderzoek, racisme, Steiner, weblogs<br />
2 reacties:<br />
barbara zei<br />
das ist ein komischer blog, allerdings mit ausführlicher biografie und nur wenigen aber ellenlangen berichten.<br />
diese indianische kunst ist irgendwie seltsam, ohne deinen beitrag hätte ich seinen bezug zur anhtroposophie nicht entdeckt.<br />
warum er sich so viel mühe incl literaturzitate gibt, einen solch ellenlangen bericht über steiner und rassisums zu schreiben incl weltkarte, habe ich nicht entdecken können. solche literaturliste allein macht schon eine menge mühe.</p>
<p>7 september 2008 22:16<br />
Anoniem zei<br />
liebe Barbara,<br />
lieber Michel Gastkemper</p>
<p>hab erst ein bißchen gesehen, nehme mir vor diesen Post, den link und den Zondag genau zu lesen um &#8220;op eigen kracht te onderkennen&#8221;<br />
herzliche Grüsse!<br />
Liesel</p>
<p>8 september 2008 17:14 </p>
<p>Geplaatst door: Floris Schreve | 12-10-08 om 18:50 </p>
<p>Bewaard gebleven fragment van het tegenartikel van Paul Heldens &#8216;9/11 Heikele Kwesties&#8217;, oorspronkelijk gepubliceerd op <a href="http://www.antrovista.com" rel="nofollow">http://www.antrovista.com</a></p>
<p>Als dan ook nog een goudeerlijke oud-vrijeschoolleerling luisterend naar de naam Floris, maar die niets heeft met Blanchefleur, Rudolf Steiner en zijn leerlingen voor racistische idioten uitmaakt en een van die ‘idioten’ daar welwillend zijn oren naar laat hangen, krijg ik on-danks al mijn goede voornemens om vanwege een RSI niet meer te schrijven, hevige jeuk. Drie heikele thema’s binnen één week kan zelfs een zachtmoedig mens teveel worden. Tijd om even op het toetsenbord mijn jeuk weg te krabben. Die RSI loopt toch niet weg, die komt vanzelf wel terug.</p>
<p>“Op zaterdag 6 september 2008 bracht Michiel Gastkemper op zijn weblog het verhaal van een 35-jarige oud-vrijeschoolleerling en kunsthistoricus, die door zelfstandig onderzoek tot de kloeke conclusie is gekomen dat de antroposofie racistisch en sektarisch is. Punt uit. Gastkemper is duidelijk ingenomen met Felix Schreve, want zo heet de persoon in kwestie. En ik lees graag de informatieve en goed geschreven weblog van Michiel Gastkemper. Maar ook het beste paard laat wel eens een vijg vallen, nietwaar?<br />
“Volkomen integer” en “eerlijk onderzoekend en afwegend” noemt Gastkemper het lange stuk van Schreve met de al even lange titel: “Geloof in kabouters, Atlantis, Volkszielen en Wortelrassen en pas op voor Dark Lord Ahriman, zwart-magische constructies, de Luciferi-sche Verleiding, overkokende kliersystemen en de ‘Finsteren Saturn’; Rudolf Steiner en de antroposofie”.<br />
Nieuwsgierig geworden, heb ik mij de moeite getroost &#8211; zo mag ik dat wel noemen &#8211; om dat onderzoeksverhaal over antroposofie helemaal uit te lezen. Afgaand op de titel dacht ik eerst nog dat het om een hilarische column ging, maar dat bleek niet het geval. Zo ‘open minded’ Floris Schreve is als het gaat om allerlei interessante vormen van kunst over de hele wereld &#8211; zijn website is een kleine goudmijn op dit terrein -, zo kleingeestig wordt hij als het gaat om antroposofie. Een veel voorkomend verschijnsel; een mens zit vol tegenstrijdigheden.<br />
Schrijvers van het Belgische tijdschrift voor antroposofie, De Brug, blijken in de ogen van Floris lachwekkend domme Belgen te zijn. Op grond van passages in de zogeheten volkeren-cyclus wordt Steiner door hem ontmaskerd als een overtuigd racist. Niks ‘slip of the tongue’, niks koloniale tijdgeest van destijds of andere slappe excuses. Geen wonder dat veel antroposofen zich tegenwoordig geen raad meer met Steiner weten, meent hij. De naar zijn mening halfslachtige benadering in de eindrapportage van de z.g. Commissie van Baarda, ziet hij als een voorbeeld van die verlegenheid.<br />
Michiel Gastkemper is duidelijk gecharmeerd van de fermheid van Schreve’s denkwijze. Het is sowieso overal ‘recht voor je raap’ wat de klok slaat. De nuance zoeken, ‘that’s just boring man!’ Maar als een kwieke jonge hond mij tegen de broek aanpiest, ben ik toch niet zo charmant om te zeggen ‘dank u wel, ga gerust uw gang!’ Ik ben in zo’n geval meer van “hee joh, doe effe normaal zeg!’<br />
Floris Schreve noemt zichzelf “agnost/atheïst”. Ieder zijn meug natuurlijk, maar die overtuiging valt moeilijk te rijmen met onbevangenheid als het om ‘bijgeloof in iets bovennatuurlijks’ gaat. Zijn lange tirade tegen de antroposofie is dan ook geheel in de stijl van Simpos, die linkse bikkels van de harde actie tegen discriminatie, fascisme en racisme. Simpos staat voor “Stichting Informatie over Maatschappelijke Problemen rond Occulte Stromingen”. Samen met de wat chiquere academici van de Stichting Skepsis vormen zij de ‘ghostbusters’ van elke New-Agestroming die door middel van slimme indoctrinatie onschuldige burgers van hun gezonde verstand berooft. De antroposofie valt vanzelfsprekend ook onder die kwalificatie. Wat de Vereniging tegen de Kwakzalverij is op het gebied van de gezondheidszorg, zijn Simpos en Skepsis op het gebied van de levensbeschouwing.<br />
‘Floris Schreve blijkt zich erg thuis te voelen bij de geschriften van Toos Jeurissen, Bram Moerland en Simposman Jan Willem de Groot. Tegen het eind van zijn stuk bedankt hij Bram Moerland en de weduwe van August de Roode vriendelijk “voor het aanleveren van hun materiaal”.<br />
Wijlen August de Roode was vader van een kind op de Vrije School Meppel medio jaren tachtig. Hij stuitte meer of minder toevallig op passages in het werk van Rudolf Steiner die hij erg discriminerend vond. Hij eiste van de schoolleiding opheldering. Dat liep in 1985 uit op een vreselijke rel en August de Roode nam zijn kind van school. Inmiddels had hij zijn licht opgestoken bij ‘pacifist’ Gjalt Zondergeld, die hem volledig inwijdde in de geheime fascistische trekjes van Steiner en zijn aanhangers. August de Roode werd in 1986 samen met Evert van der Tuin en Gjalt Zondergeld auteur van het boekje: “Antroposofisch racisme. Als de blonden uitsterven zouden de mensen steeds dommer worden”. Aangezien mijnheer de Roode bij leven een ‘donkergekleurde medemens uit Suriname’ was, betekende alleen al zijn medewerking aan die publicatie een luide aanklacht tegen Steiner die ieder normaal denkend mens moest overtuigen. De kunst van propaganda maken verstonden Gjalt Zondergeld en ook Bram Moerland altijd uitstekend. In dit opzicht hebben zij in 1995 ook Toos Jeurissen &#8211; een pseudoniem overigens &#8211; doeltreffend geadviseerd.<br />
‘Antroposofisch racisme’, dat is naar mijn mening een contradictie in terminis. Precies dat feit maakt de hele kwestie zo heikel. Er staan in Steiners werk immers passages die nu vanzelfsprekend heel anders beleefd worden dan in de tijd, dat deze werden uitgesproken. Floris Schreve meent echter &#8211; en hij is bepaald niet de enige &#8211; dat antroposofie identiek is met racisme.<br />
Floris Schreve schijnt niet bekend te zijn met of niet geïnteresseerd te zijn in de artikelen van bijvoorbeeld Fred Beekers, Mark Bischot, Mouringh Boeke, Dieter Brül, Edith de Clerq Zubli, Stephan Geuljans, Walter Heijder, Hans Peter van Manen, Maarten Ploeger, Arnold Sandhaus en Wim Veltman, waarin de feitelijke onjuistheden en de tendentieuze interpretatie van de gewraakte teksten van Rudolf Steiner worden belicht, die bij Toos Jeurissen, Bram Moerland, Gjalt Zondergeld e.a. schering en inslag zijn. Halve waarheden zijn verwoestender dan kloeke leugens. Dieter Brüll karakteriseerde deze geestesstroming daarom treffend als “de nieuwe reactionairen”.</p>
<p>Een viertal correcties op de beweringen van Floris Schreve wil ik de lezer niet onthouden.</p>
<p>Wat de kritiek van Schreve op “De volkzielen” betreft, vind ik het artikel van Hans Peter van Manen: “Rudolf Steiners visie op volken en rassen” in de bundel “Antroposofie ter discussie” nog altijd zeer ‘to the point’. Niettemin schijnt die bundel in antroposofische kringen inmiddels als hopeloos gedateerd te worden beschouwd. Maar elk nadeel heeft z’n voordeel: in de ‘ramsj’ zijn nog enkele exemplaren te koop.<br />
Wat het vaak bekritiseerde citaat betreft, waarin Steiner spreekt over de invloed van ervaringen van de moeder tijdens de zwangerschap op het embryo, waarbij hij als voorbeeld het lezen van destijds in de mode zijnde ‘negerromans’ noemde, zie Lorenzo Ravagli: “Negerromane &#8211; was meinte Steiner wirklich?“. Der Europäer, jrg. 5, nr. 5, pag. 19-21, maart 2001.<br />
Over de eindeloos herhaalde zogenaamde antisemitische uitlating van Steiner uit 1888 schreef Boris Bernstein in het tijdschrift Der Europäer recent een verhelderend artikel met de titel: “Apropos 44: Wie gegen Rudolf Steiner agitiert wird“. De uitgever van het tijdschrift, Perseus Verlag te Bazel, bracht dit jaar een herdruk uit van de boeiende studie van Karl Heyer: “Wie man gegen Rudolf Steiner kämpft“.<br />
En wat het vermeende ‘jatten’ van Steiner bij andere, eeuwenoude geestesstromingen betreft, leze men het slot van de Voorwoorden van juni 1913 en januari 1925 in Steiners boek “De wetenschap van de geheimen der ziel”<br />
Tot slot de hamvraag: welke vitale samenhang bestaat er tussen “De volkszielen” van Rudolf Steiner en de preventie van (staats)terrorisme? Als een epidemisch verschijnsel zie je op de Balkan, in Irak en in de Kaukasus immers niet langer meerdere volken, culturen en godsdiensten samenleven binnen één staatsvorm, maar elke etnisch-religieuze groep zijn eigen ministaatje opeisten in naam van het zelfbeschikkingsrecht der volkeren. Het zionistische Israël, dat het nagenoeg onoplosbaar geworden Palestijnenvraagstuk voortbracht en daardoor aan de wieg stond van het Arabisch terrorisme, lijkt het prototype te zijn geworden voor een nieuw verdeel-en-heers-systeem, dat door George Bush senior op 11 september 1990 in de aanloop naar de z.g. Golfoorlog in 1991 in een rede voor het Amerikaanse Congres en de Senaat te samen, The New Order werd genoemd. Niet het zelfbeschikkingsrecht van het menselijke individu, maar het misleidende ‘zelfbeschikkingsrecht der volkeren’ vormt de grondslag van die nieuwe wereldorde, die op zijn beurt de basis heeft gelegd voor de ‘botsende beschavingen’. Een gewaarschuwd mens telt voor twee!”</p>
<p>literatuurverwijzingen Paul Heldens:<br />
13 De weblog van Floris Schreve bevindt zich op het internetadres: <a href="http://florisschreve.blog-s.nl" rel="nofollow">http://florisschreve.blog-s.nl</a><br />
14 Rudolf Steiner: “De volkeren van Europa”. Amsterdam 2006, Pentagon. (GA 121). Eerder verschenen onder de titel “De volkszielen”. Zeist 1980, Vrij Geestesleven.<br />
15 “Antroposofie en het vraagstuk van de rassen. Eindrapportage van de onderzoekscommissie”. Zeist 2000, Antroposofische Vereniging in Nederland.<br />
16 De website van Simpos en geestverwanten is: <a href="http://www.stelling.nl" rel="nofollow">http://www.stelling.nl</a> De digitale krant van Simpos heet “Kleintje muurkrant”.<br />
17 De website van Skepsis: <a href="http://www.skepsis.nl" rel="nofollow">http://www.skepsis.nl</a>. Het tijdschrift van deze stichting heet “Skepter”, een blad waarin scepsis tegen elke vorm van pseudo-wetenschap de scepter zwaait.<br />
18 Die opheldering resulteerde in een speciale editie van de schoolkrant van de Vrije School Meppel in januari 1985.<br />
19 Toos Jeurissen: “Uit de Vrije School geklapt. Over antroposofie en racisme; een stellingname”. Sittard 1996, Baalproducties.<br />
20 Fred Beekers &amp; Liesbeth Takken: “Anti-racisten intolerant. Of: symptoom van de moderne fraseologie”. Driegonaal, jrg. 13, nr. 1, pag. 19-22, voorjaar 1987.<br />
21 Mark Bischot &amp; Jan Luiten: “’t Kan anders, maar niet zo!”. Driegonaal, jrg. 11, nr. 4, pag. 10-14, winter 1985.<br />
22 H.E.M. Boeke: “Rudolf Steiner en de gevaren van onze tijd”. Driegonaal, jrg. 14, nr. 2, pag. 13-14, zomer 1988.<br />
23 Dieter Brül: “De nieuwe reactionairen – met bijzondere aandacht voor het verschijnsel Zondergeld”. Driego-naal, jrg. 12, nr. 1, pag. 6-15, voorjaar 1986.<br />
24 Edith Boeke[-de Clerq Zubli]: “Opkomst van het mythische denken. Terug naar af?” Jonas jrg. 15, nr. 13, 15 februari 1985. Idem: “Antroposofie en mythisch denken”. Pag. 59-68 in: “Antroposofie ter discussie”. Zeist 1985, Vrij Geestesleven. Isbn: 90-6038-214-5.<br />
25 Stephan Geuljans: “Antroposofie en darwinisme”. Driegonaal, jrg. ?, nr. 2, pag. ?, zomer 1996.<br />
26 Walter Heijder: “Rudolf Steiner versus nationaal-socialisme”. Den Haag 1997, Vereniging voor Vrije Opvoed-kunst. Isbn: 90-76156-01-8.<br />
27 Hans Peter van Manen: “Rudolf Steiners visie op de volken en rassen”. Pag. 46- in: “Antroposofie ter discus-sie”. Zeist 1985, Vrij Geestesleven.<br />
28 Maarten Ploeger: “Afrekenen met discrimineren vraagt eerst om afrekenen met struisvogelpolitiek”. Jonas, jrg. 15, nr. 10, 4 januari 1985. Idem: “Racisme en antroposofie”. Pag. 37-45 in: “Antroposofie ter discussie”. Zeist 1985, Vrij Geestesleven.<br />
29 Arnold Sandhaus: “De eenvoud van het geloof van doktor Verkuyl”. Driegonaal, jrg. 13, nr. 1, pag. 24-25, voorjaar 1987. Idem: “Het bruine denken van Frans van de Ven. Het karakter van fascistoïde propaganda”. Drie-gonaal, jrg. 14, nr. 2, pag. 11-13, zomer 1988. Idem: “Het nazisme waart nog steeds rond, maar waar?” Driego-naal, jrg. 15, nr. 3, pag. 21-23, herfst 1989. Idem: “Herhaling van dit bericht’. Driegonaal, jrg. 15, nr. 1, pag. 4, voorjaar 1989.<br />
7</p>
<p>Geplaatst door: Floris Schreve | 11-10-08 om 20:40 </p>
<p>eerste reactie Michel Gastkemper:http://antroposofieindepers.blogspot.com/2008/09/idioten.html</p>
<p>Geplaatst door: Floris Schreve | 11-10-08 om 20:32 </p>
<p>zie voor een bespreking van dit artikel door Michiel Gastkemper, oud-redacteur van &#8216;Motief&#8217;, het blad van de Antroposofische Vereniging in Nederland, <a href="http://antroposofieindepers.blogspot.com/2008/09/heikel.html" rel="nofollow">http://antroposofieindepers.blogspot.com/2008/09/heikel.html</a></p>
<p>Geplaatst door: Floris Schreve | 12-10-08 om 0:46 </p>
<p>discussie Michel Gastkemper, Ramon de Jonghe, Paul Heldens en ikzelf:</p>
<p>Michel,</p>
<p>Zie ik het nu wel goed, maar verwijst Paul Heldens ter rechtvaardigng van Steiners discriminerende uitspraken vrijwel uitsluitend naar antroposofische literatuur?</p>
<p>Ik had gehoopt dat de Duitse historicus Helmut Zander, die op het gebied van historisch onderzoek naar Steiner en de antroposofie als een autoriteit mag worden gezien, ook in het lijstje voor zou komen. </p>
<p>Dit lijkt weer hetzelfde verhaal als dat van de commissie Van Baarda te worden. Het waanidee dat alleen een select groepje antroposofen kan lezen en beoordelen, komt aanwaaien.</p>
<p>12 september 2008 18:51<br />
Michel Gastkemper zei<br />
Beste Ramon De Jonghe,<br />
Niet alleen dat, maar hij geeft zelf niet één argument om de beweringen van Floris Schreve te ontkrachten, of je zou daartoe ‘passages die nu vanzelfsprekend heel anders beleefd worden dan in de tijd, dat deze werden uitgesproken’ moeten rekenen. Paul Heldens noemt wel een vracht aan (oude, voor het overgrote deel uit de jaren tachtig) literatuur van Nederlandse auteurs, maar het gaat hier vrijwel allemaal om tijdschriftartikelen. Van een die hij speciaal noemt als correctie op de beweringen van Floris Schreve die hij de lezer niet wil onthouden, het hoofdstuk van Hans Peter van Manen ‘Rudolf Steiners visie op volken en rassen’ in de bundel ‘Antroposofie ter discussie’, geeft hij geen ander argument dan dat hij dit nog altijd zeer ‘to the point’ vindt. Maar hij voegt er wel aan toe: ‘Niettemin schijnt die bundel in antroposofische kringen inmiddels als hopeloos gedateerd te worden beschouwd.’ Ja, dan wil je toch graag weten waarom.<br />
Ik zou er geen enkel probleem mee hebben als Paul Heldens werkelijk in staat zou zijn om de kritiek te weerleggen die Floris Schreve vooral naar voren brengt naar aanleiding van ‘De volkszielen’, maar op deze manier zie ik dat voorlopig nog niet gebeuren. Op AntroVista verklaart Paul Heldens vandaag als reactie op mijn commentaar dat ik daar vanochtend gaf: ‘Ik weiger echter pertinent om in het openbaar een inhoudelijke discussie aan te gaan die alle argumenten slechts in één richting waardeert: de publieke bekentenis dat Steiner een racist was.’ Ik kan hem geruststellen: dat gebeurt hier niet. Integendeel, ik zou graag een goed antwoord krijgen op de vraag die ik hier al twee keer heb opgeworpen. Zo schreef ik eergisteren over Floris Schreve: ‘Hij stelt namelijk dat de genoemde commissie haar werk niet goed heeft gedaan. De vraag is of hij daarin gelijk heeft of niet.’ En afgelopen zaterdag: ‘Wat er wel toe doet, is de vraag of zijn argumenten steekhoudend zijn.’ Als Paul Heldens vervolgens met behulp van een wervende banner direct op de homepage van AntroVista aandacht vraagt voor zijn artikel ‘9/11 Heikele kwesties’, dan vraag ik me af wat zijn ‘pertinente weigering om in het openbaar een inhoudelijke discussie aan te gaan’ eigenlijk inhoudt. Die is voor mij op deze manier weinig overtuigend. Ik zou in ieder geval van hem, zoals ik hem tot nu toe ken, meer hebben verwacht.<br />
Maar het kan zijn dat ik de artikelen die hij al op AntroVista heeft gepubliceerd er eerst nog eens op moet naslaan, misschien dat er daar al het nodige over te vinden is. Dat kan natuurlijk ook altijd nog.<br />
Met vriendelijke groet,<br />
Michel Gastkemper</p>
<p>Er schijnen nogal wat misverstanden te bestaan over de aard van antroposofie. Dat merk ik aan wat Paul Heldens te berde brengt inzake wat hij hier gelezen heeft over Floris Schreve. Antroposofie heeft de ambitie een geesteswetenschap te zijn. Als zij werkelijk een wetenschap is, dan hoeft men zich geen zorgen te maken wat deze of gene van de onderzoeksresultaten vindt. Die kunnen hooguit worden aangepast en bijgesteld, en eventueel ook bevestigd, vervangen of verworpen. Maar de wetenschap zelf wordt daarmee niet minder. Integendeel, iedereen werkt er zo aan mee om deze te vergroten en te vervolmaken. Die is niet afhankelijk van de sympathie of antipathie van wie dan ook voor de bevindingen ervan. Wat telt is de onomstotelijke waarheid van die wetenschap, die zo objectief mogelijk wordt weergegeven.</p>
<p>Bij antroposofie lijkt dit opeens niet meer te gelden. Waarom dan toch niet, vraag ik me af. Hebben antroposofen zelf wel voldoende notie van het feit dat antroposofie een geesteswetenschap is? Of voelen ze zich aangevallen als iemand de bevindingen ervan ter discussie stelt? Dan gaat het toch meer op een leer lijken. En dat is heel iets anders. Antroposofen en niemand anders zijn verantwoordelijk voor welke status antroposofie in de wereld heeft of krijgt. Het stemt niet erg hoopvol, als je kijkt hoe er bijvoorbeeld met het thema ‘racisme’ wordt omgegaan. Veelvuldig kun je een ontwijken en duiken waarnemen, maar weinig een staan voor antroposofie als wetenschap en in die zin het debat aangaan. Het zou veel verhelderends moeten kunnen brengen in recente debatten. Denk bijvoorbeeld aan het allochtonenvraagstuk. Ooit iemand als antroposoof hierin stelling zien nemen en voor zijn standpunt uitkomen? Geen wonder dat het ‘racismevraagstuk’ de antroposofie blijft achtervolgen. Men kent in de publieke opinie wat dit betreft weinig tot geen andere uitingen, dan de uitlatingen die door critici worden gedaan.</p>
<p>Terwijl ik dit aan het schrijven ben, plaatst Paul Heldens een nieuwe reactie op het bericht in de rubriek AntroBoulevard op AntroVista. Gisteren heb ik de eerste twee reacties hierop, van hem en van mij, weergegeven. Sindsdien zijn er vier nieuwe bijgekomen. Namelijk deze:</p>
<p>Ik kom er net weer achter dat een mens ook een vat vol ‘ad hominem’ kan zijn. Reactie van Ramon De Jonghe</p>
<p>Geachte heer Gastkemper, het spijt me als u bij mij slechts ‘denigrerende opmerkingen’ waarneemt. Ik ben niet geïnteresseerd in het beledigen of kwetsen van u of anderen en schrik van uw reactie. Ik weiger echter pertinent om in het openbaar een inhoudelijke discussie aan te gaan die alle argumenten slechts in één richting waardeert: de publieke bekentenis dat Steiner een racist was. Dat is m.i. de reactionaire kant van zo’n enorm eerlijke discussie. In China is de ‘culturele revolutie’ godzijdank voorbij, nu in antroposofenland nog, zeg ik maar. Héél kort samengevat: ‘antroposofisch racisme’ is een contradictio in termini. Reactie van Paul Heldens</p>
<p>Beste Paul Heldens,<br />
We spreken hier over een geesteswetenschap. Iemand heeft een publicatie hiervan bestudeerd en stelt daar indringende vragen bij. Misschien is zijn kennis van deze wetenschap te beperkt, waardoor hij deze onjuist beoordeelt. Maar ook dan mag hij een goed antwoord verwachten. Volgens mij gaat het er juist ‘om in het openbaar een inhoudelijke discussie aan te gaan die alle argumenten NIET slechts in één richting waardeert’, maar op de juiste waarde schat. Dus niet alleen maar stellige beweringen doen, in welke richting dan ook, maar zelf tot eigen argumenten komen en deze afwegen, om zo meer inzicht te krijgen. Daar is mijn weblog op gericht. Of moet je hier bang voor zijn? Reactie van Michel Gastkemper</p>
<p>Beste Michiel Gastkemper,<br />
Ik stel voor dat u zelf in uw weblog aan Floris Schreve uitlegt hoe dat zit met Steiners boek over de volkszielen en de Eindrapportage van de z.g. Commissie van Baarda. Dat vergt weliswaar veel studie vooraf, maar ik twijfel er niet aan dat het resultaat de moeite waard zal zijn. Ik zal uw antwoorden aan Floris met genoegen lezen! Reactie van Paul Heldens</p>
<p>Helaas bevestigt dit volledig wat ik aan het schrijven was. (Zou er dan toch sprake zijn van een zekere blindheid? Die vraag ga ik me toch stellen als ik zie met welke hardnekkigheid ik Michiel genoemd blijf worden&#8230; Of is dat tegen beter weten in?)</p>
<p>Typisch ook in dit opzicht is hoe het Opus Magnum van Helmut Zander, dat ruim een jaar geleden uitkwam, is ontvangen, speciaal in Nederland. Ik kan me niet heugen dat daar serieus aandacht is geschonken. In het ‘nieuwarchief’ op de website van de Antroposofische Vereniging in Nederland is alleen dit te vinden (een heel eind naar beneden scrollen, tot ongeveer halverwege, bij de datum van 14 oktober 2007):</p>
<p>‘In Duitsland is, vooral onder antroposofen veel te doen om het boek van historicus Helmut Zander “Anthroposophie in Deutschland. Theosophische Weltanschauung und Praxis 1884-1945”. Het is een omvangrijk werk in twee banden waarin Zander in 1800 pagina’s Rudolf Steiner en de antroposofie scherp tegen het licht houdt. </p>
<p>Zander plaatst Rudolf Steiner en zijn ideeën op kritische wijze in hun tijd en historische context. Steiners “geestelijke wereld” houdt Zander voor een onwetenschappelijke kennisbron en hij meent te kunnen aantonen dat Steiner alles heeft ontleend aan schriftelijke bronnen. Een andere basiskritiek van het boek is dat antroposofen te weinig kritisch zijn ten aanzien van Rudolf Steiner en zijn leer. Ze beschouwen hem te veel als een heilige. Zander hoopt dat zijn werk de antroposofen zal helpen om een kritischer houding te ontwikkelen ten aanzien van hun traditie en dat zij het goede van de antroposofie zullen behouden.’</p>
<p>Er worden drie links bijgevoegd, eentje naar een aankondiging op de website van het Duitse maandblad Info3, eentje naar een (slechte, alleen met Internet Explorer te openen) scan van twee artikelen uit het Zwitserse weekblad ‘Das Goetheanum’ en eentje naar dit pdf-document (Engelstalig): ‘In het laatste nummer van Anthroposophy Worldwide staat een artikel waarin Robin Schmidt en Bodo von Plato met elkaar in discussie gaan over Zanders boek.’ De eerste twee respectievelijk geschreven door Johannes Kiersch en Andreas Neider, bij de laatste (het interview op blz. 8 en 9) staat geen auteur vermeld. Ze zijn zeer verschillend van karakter.</p>
<p>Ik wil hier graag enkele uitspraken van Robin Schmidt aanhalen (‘from the Goetheanum’s research group on the cultural impulse’) omdat ik me daar het meest in kan vinden.</p>
<p>‘Helmut Zander writes about anthroposophy as a non-anthroposophist. He is interested in it as a purely historical phenomenon. (&#8230;) I find it quite challenging, for instance, to speak or write in a language that does justice to anthroposophy – makes clear what is important to me today – and is appropriate for current academic discourse at the same time.’</p>
<p>Wanneer Bodo von Plato deze stellige uitspraak doet: ‘anthroposophy is open, is public – or it is not anthroposophy’, reageert Robin Schmidt met:</p>
<p>‘Doesn’t openness also have an inner, esoteric aspect? There is no freedom if I entrench myself in my criticism or if I am caught up by enthusiastically and naively identifying myself with something. But avoiding these is not so easy. Openness is really a question of development.</p>
<p>Perhaps Rudolf Steiner has something to teach us here if we understand how he lived in his own time, and then see how anthroposophy might succeed today. In my view, Rudolf Steiner worked quite intensively with his own time and lived into its spirit. He tries to find the future-oriented, Michaelic impulses of his time and surround them with warmth so that people can find a connection to them.</p>
<p>The best way to recognize Rudolf Steiner historically might be found by looking at how he transformed his own time. There are always two levels for examining what we generally perceive today as the whole of anthroposophy: how it is colored by its own time, and what we find as Rudolf Steiner’s creative approach in taking things up and transforming them.’</p>
<p>Bodo von Plato noemt dit uitgangspunt extreem belangrijk:</p>
<p>‘The central question in this whole argument is: What is my relationship to the existence of the real spirit. The decision is made by whether I understand that the spirit is not just something I imagine – it has an active, present nature. It is a creative power, not simply an image.’</p>
<p>Resumerend zegt Robin Schmidt:</p>
<p>‘Helmut Zander goes against the grain. This reveals things that may seem uncomfortable. Much of what arises from his approach in interpretation is selective and it is also colored by his intentions. Even a quick reading will show that a lot is simply wrong, too. But that is an unavoidable part of academic life, and can’t be changed so quickly, even if we are conscious of it.</p>
<p>We know there will be another book on this theme. For instance, through this study I found that the influence of theosophy in the modern anthroposophical movement has remained largely unexplored. Anthroposophists are not the first to try approaching the theme of Christianity from a spiritual-scientific perspective. Nor are they the first who attempted to found schools based on a spiritual pedagogy, or to produce Mystery dramas on the stage. There are areas of theosophy that offered Rudolf Steiner a lot, things that he took up in his own way.</p>
<p>But that certainly does not mean anthroposophy is really theosophy under another name, as Helmut Zander assumes from the first page. If we think of anthroposophy as the core, then there is a context into which Rudolf Steiner stepped actively. Along with the theosophical context there were also the esoteric movements at the turn of the century – the Rosicrucians or Freemasons, for instance. And then there is a third circle where there was a great deal of activity – the infallibility dogma, the Kulturkampf [clash of cultures], and then there were the natural living movements for example, or the social problems at the turn of the century. It is really quite valuable to look at the origins of anthroposophy from these standpoints.’</p>
<p>Dit lijkt me het meest vruchtbare uitgangspunt om met antroposofie verder te komen.</p>
<p>Ik kreeg net een reactie van Ramon De Jonghe per mail. Hij legt zelf uit waarom. Ik laat deze reactie hier graag als een update (14.40 uur) van het bericht van vandaag volgen:</p>
<p>Ik heb drie keer geprobeerd om op je artikel ‘Idioten’ van 12 september een reactie te geven, maar blijkbaar wordt de reactie niet weergegeven. Het zou kunnen dat dat aan de lengte van de reactie ligt (is nogal lang) of omdat er zich een link in bevond. Ik stuur je daarom via deze weg de reactie.</p>
<p>Ik heb op mijn eigen website al aangegeven dat ik op het stuk van Schreve weinig tot niets kan afdingen. Ik heb de door jou geselecteerde fragmenten nog eens kritisch bekeken: volgens mij klopt Schreve zijn argumentatie. Bij één zinnetje twijfel ik echter of dat wel goed gekozen is: ‘het is een coherent onderdeel van een zeer uitgesproken racistisch vertoog’.</p>
<p>Naar mijn aanvoelen is het begrip ‘racistisch vertoog’ meer iets dat we aan bijvoorbeeld een ‘overkokende’ Hitler kunnen toeschrijven, omdat een racistisch vertoog volgens mij meestal gepaard gaat met haat spuien naar andere rassen. Bij Steiner kan ik me niet voorstellen dat zijn rassenleer zou zijn ontstaan uit haat jegens andere rassen. Zelf zou ik gekozen hebben voor: ‘Het is een coherent onderdeel van een uitgesproken visie waarin het maken van onderscheid tussen rassen, waarbij het ene ras hoger wordt geplaatst, meer aanzien krijgt dan het andere, essentieel is.’</p>
<p>Over je hier weergegeven reactie op Antrovista wil ik iets zeggen: ‘Beste Paul Heldens, We spreken hier over een geesteswetenschap. Iemand heeft een publicatie hiervan bestudeerd en stelt daar indringende vragen bij. Misschien is zijn kennis van deze wetenschap te beperkt, waardoor hij deze onjuist beoordeelt. Maar ook dan mag hij een goed antwoord verwachten. Volgens mij gaat het er juist ‘om in het openbaar een inhoudelijke discussie aan te gaan die alle argumenten NIET slechts in één richting waardeert’, maar op de juiste waarde schat. Dus niet alleen maar stellige beweringen doen, in welke richting dan ook, maar zelf tot eigen argumenten komen en deze afwegen, om zo meer inzicht te krijgen. Daar is mijn weblog op gericht. Of moet je hier bang voor zijn? Reactie van Michel Gastkemper’</p>
<p>Ik kan me helemaal in je reactie vinden. Als ik het goed heb begrepen ben jij voor voortgaand onderzoek, zelfs als dat een bevinding van Steiner zou kunnen weerleggen? Lijkt me in ieder geval een betere manier om aan waarheidsvinding te doen dan er bij voorbaat van uit te gaan dat elk woord van Steiner sowieso een niet tijdsgebonden waarheid uitdrukt die dan ook niet meer hoeft te worden bijgewerkt om in een ander tijdsbestek te passen. Maar, laten blijken de waarheid in pacht te hebben trekt mensen aan die zich de moeite getroosten om dat ofwel hard te maken, of te ontkrachten. In die context begrijp ik eigenlijk de kritiek op Steiner en de antroposofie.</p>
<p>De racismekritiek op Steiner en de antroposofie is volgens mij dan ook slechts een voorwendsel om iets dat dieper zit naar boven te halen. Ik vermoed namelijk dat de aanhoudende kritiek op de antroposofische beweging veel te maken heeft met de verafgoding van Rudolf Steiner en de daaruit voortkomende afzondering van wat niet strookt met dat waar Steiner van overtuigd was. Nu is die afzondering op zich niet echt een probleem, want het hebben van een van het gangbare afwijkende visie en die standvastig proberen hard te maken is ook een vorm van afzondering. Het wordt wel een probleem wanneer die visie door haar aanhangers als superieur en zaligmakend wordt uitgedragen, waardoor mensen die die visie niet delen al vlug als onwetend, zelfs minderwaardig worden beschouwd. Er ontstaan twee kampen: de wetende en de onwetende mensen (of de goeden en de slechten, zo je wilt). Dan krijg je toestanden zoals onder andere niet ernstig willen discussiëren met iemand die zich bijvoorbeeld atheïst noemt (kan een atheïst niet helder denken?) of iemand die er een totaal andere visie op nahoudt. </p>
<p>Mij verwondert het dan ook niet dat er mensen opdagen die antroposofen, om verschillende redenen, met Steiners eigen boeken om de oren slaan. En wat overtuigt dan het meest? Dat is ondertussen al 25 jaar duidelijk; de grove uitspraken over andere rassen. ‘Zo heilig en alwetend was hij toch ook niet, wel?’ hoor ik zogenaamd onwetenden al roepen. En als we een aantal van die uitspraken eens onbevangen bekijken, zonder te beginnen over context of tijdsgeest of wat dan ook, dan lijkt me toch duidelijk dat die ‘not done’ zijn? Ze maken echter van Steiner nog geen racist, wat eigenlijk een andere discussie is dan die waarbij er commentaar op zijn uitspraken wordt gegeven. (Paul Heldens maakt dit onderscheid tussen de man en enkele van zijn uitspraken in zijn betoog op Antrovista blijkbaar niet.)</p>
<p>Toemaat: Strikt genomen is het zich in groep afzonderen van de rest van de samenleving op basis van afwijkende ideeën die men als superieur ervaart, waardoor men zich als groep gaat beschouwen als verheven boven rest van de wereld, sektarisme. Ik merk dat dit in de antroposofische beweging sterk aanwezig is, alhoewel er tal van antroposofische organisaties maatschappelijk actief zijn. Mentaal bevinden ze zich volgens mij in een glazen stolp. Er is in de maatschappij een hoge tolerantie voor sektarisme, in die zin dat geprobeerd wordt het woord sekte te vervangen door het begrip ‘Nieuwe religieuze beweging’. Volgens Wikipedia valt de antroposofie daaronder. <a href="http://nl.wikipedia.org/wiki/Lijst_van_religies#Mystiek" rel="nofollow">http://nl.wikipedia.org/wiki/Lijst_van_religies#Mystiek</a>.</p>
<p>Ramon De Jonghe zei&#8230;<br />
Het wetenschapplijk onderzoek van Helmut Zander naar de antroposofie, hoe goed of slecht dat onderzoek ook mag zijn, geeft de antroposofische beweging een enorme mogelijkheid: zich kritisch met zichzelf uiteen te zetten.</p>
<p>Doet de beweging dat niet en laat ze het onderzoek aan zich voorbijgaan, ziet het er niet goed uit: Zanders werk zal dan op academisch en maatschappelijk vlak namelijk als belangrijkste wetenschappelijke bron het beeld van de beweging gaan bepalen.</p>
<p>Iets om over na te denken.</p>
<p>13 september 2008 14:02</p>
<p>Floris Schreve zei&#8230;<br />
Bericht voor Paul Heldens,</p>
<p>Geachte heer Heldens,</p>
<p>Toch dank voor het uitvoerige commentaar, al zijn we het (voorlopig) niet eens. Een opmerking, mijn naam is echt Floris Schreve (inderdaad van &#8216;Floris ende Blanchefleur&#8217;) en niet Felix Schreve. Felix is mijn neefje van bijna een jaar oud en die heeft hier werkelijk niets mee te maken. Dus als u dat zou willen corrigeren, ook in uw bijdrage op antrovista, heel graag.</p>
<p>bij voorbaat dank en uitvoerige reactie volgt,</p>
<p>vriendelijke groet,<br />
Floris Schreve</p>
<p>PS er kon tot voor kort niet direct op mijn blog gereageerd worden. Ik heb het nu zo ingesteld dat dit wel kan. Dus voor commentaar, heel graag ook onder mijn blog.</p>
<p>13 september 2008 16:54</p>
<p>Herman Boswijk zei&#8230;<br />
We weten allemaal uit ervaring dat er op internet erg veel onzin te vinden is. Niet alles verdient een serieuze reactie. Een wetenschapper of anderszins deskundige zal heus niet in discussie gaan met iemand die overduidelijk weinig tot niets van het onderwerp heeft begrepen. Dat vinden we vanzelfsprekend. Hij zou dat om didaktische of therapeutische redenen toch kunnen doen, maar het is aan hemzelf om te beoordelen of hij daar tijd en energie in wil steken. Niemand zal willen beweren dat hij verplicht is om zich &#8216;kritisch met zichzelf uiteen te zetten&#8217; enkel op grond van duidelijk ondeskundige meningen.<br />
De vraag is dan: hoe staat het met het artikel van Floris Schreve in dit opzicht? Paul Heldens maakt duidelijk dat naar zijn inzicht het artikel niets toevoegt aan de bekende epistels van De Groot, Moerland, Jeurissen enz. enz. Hij beperkt zijn reactie door te verwijzen naar literatuur die hierover al in de tachtiger en negentiger jaren is gepubliceerd. Deze artikelen en opstellen zijn niet op internet te vinden en dat is jammer. Misschien moet daar iets aan gedaan worden. Maar een deel van de literatuur die Floris heeft gebruikt staat daar ook niet en die heeft hij desondanks gevonden. De reacties van antroposofische zijde heeft hij niet boven water gekregen (in ieder geval verwijst hij er niet naar) en dat lijkt me een nalatigheid zijnerzijds. Bij de bibliotheek van de Antroposofische Vereniging is dit allemaal te vinden.<br />
Michel en Ramon lijken het een interessant en serieus artikel te vinden, maar gaan daar verder niet inhoudelijk op in.</p>
<p>Michel, ik heb de indruk dat je er vooral op hoopt dat er vanuit antro-kringen inhoudelijk op de kwestie ingegaan zal worden, maar dat je dat zelf niet zal gaan doen en je daarom inhoudelijk op de vlakte houdt. Ik ben bang dat er, behalve van bv. Paul Heldens en ondergetekende, niet veel zal komen. We kunnen speculeren over de redenen daarvoor. Feit is dat, anders dan Ramon op zijn eigen weblog suggereert, het rapport van de Commissie pas tot stand kwam nadat de kwestie de landelijke media haalde, niet naar aanleding van het schotschrift van Toos J.</p>
<p>Ik heb zelf het artikel van Floris, net als Paul, helemaal gelezen, inclusief de verwijzingen (al eerder, via een link op de Simpos-website) en ben tot de conclusie gekomen dat het een erg slecht artikel is. Niet alleen worden er helemaal geen argumenten voor de al in de ondertitel geformuleerde conclusie aangevoerd, het is eenzijdig, het staat vol onbewezen beweringen, onjuistheden en tendentieuze kwalificaties. Maar ik zal dit binnenkort op het weblog van Floris zelf toelichten.<br />
Voor de goede orde: ik beweer niet dat ik aan de goede bedoelingen van Floris twijfel; ik beweer alleen dat zijn inspanningen helaas tot een erg slecht artikel hebben geleid.</p>
<p>groetjes, Herman</p>
<p>13 september 2008 17:37</p>
<p>Michel Gastkemper zei&#8230;<br />
Beste Herman,<br />
Dank je voor je reactie!<br />
Op je vraag ingaand, zal ik proberen mijn beweegredenen te schetsen. In mijn weblog ben ik bezig om de antroposofie in Nederland in kaart te brengen, uiteraard vanuit mijn blikveld. Niet per se uitputtend, maar toch wel zo dat je een beetje een overzicht kunt krijgen. Verschillende thema’s zijn hierbij al aan bod gekomen. Andere wachten nog op behandeling. Vaak heeft dit te maken met de tijdrovende research die nodig is om een bepaald onderwerp enigszins tot zijn recht te laten komen. Soms ook is er geen directe aanleiding om er aandacht aan te besteden, en gaat er iets anders, actuelers voor.<br />
Een van die tijdrovende onderwerpen is uiteraard ‘racisme en antroposofie’. Zoals je zelf al constateert is daarover een grote hoeveelheid op internet te vinden, maar uit een heel bepaalde hoek. Vanuit antroposofische zijde staat daar heel weinig tegenover. Voor zover ik weet in boekvorm alleen het hier al vaker genoemde ‘Antroposofie ter discussie’ uit 1985 en het commissierapport uit 2000.<br />
In Duitsland (of de Duitstalige gebieden) is dit heel anders. Maar zij hebben dan ook geen officieel door de Antroposofische Vereniging ondersteund commissierapport, zoals wij in Nederland. Dat durven zij daar niet aan. In Nederland zie je verder wat dit onderwerp betreft ook een grote vermoeidheid. ‘Moet dat nou weer, wat levert het op, alleen maar gezeur en gekift’, hoor je antroposofen denken.<br />
Nu naar Floris Schreve. Het gaat mij er niet om om uit te maken of zij artikel goed of slecht is. Dat is van secundair belang. Ieder bedrijf weet dat het na vijf of zeven jaar weer opnieuw naar zichzelf moet kijken: hoe zit het met de eigen identiteit, met het eigen functioneren, wat is er in de tussentijd veranderd, ook bij onszelf, bijvoorbeeld doordat er nieuwe medewerkers bij zijn gekomen, wat we ons nu bewust moeten worden en in ons bedrijfssysteem moeten incorpereren, willen we in de stroom van de tijd blijven staan. Floris Schreve heeft de moeite genomen om ‘De volkszielen’ grondig te lezen en komt daarin bevreemdende zaken tegen. Door wie hij zich daarbij laat assisteren of influisteren doet niet ter zake, het gaat erom dat hij tot bepaalde vragen komt.<br />
Tussen haakjes, juister is om te zeggen dat hij ‘Die Mission einzelner Volksseelen’ ter hand heeft genomen, de originele Duitse uitgave. De reden daartoe vind ik ronduit schandalig. Uitgeverij Pentagon brengt controversiële boeken zoals deze en ‘Uit de Akasha-kroniek’ uit, die door haar in hun Nederlandstalige versie gecensureerd worden. Daarmee maak je naar mijn mening de zaken alleen maar erger.<br />
Floris Schreve constateert in feite alleen in dit boek, want dit gebruikt hij als zijn enige primaire bron (al het overige dat hij aandraagt is voor mij secundair), dat er een rassenleer bestaat. Vraag 1: klopt de samenvatting die hij van dit boek geeft? Vraag 2: kloppen vervolgens ook de conclusies die hij hieruit trekt? Dat zijn voor mij vragen die na zo’n acht jaar best wel eens weer opnieuw gesteld mogen worden. Zeker als degene die ze aandraagt het commissierapport dat hierover gaat als onvoldoende kwalificeert. Is de maatschappij op zo’n manier verder ontwikkeld, dat ik bepaalde zaken opnieuw moet bezien, herzien zelfs? Is er een blinde vlek die ik nog niet eerder heb gezien, maar die nu zichtbaar wordt? Kortom, onbevooroordeeld het onderwerp opnieuw in ogenschouw nemen.<br />
Ik wil wel zeker deze vragen inhoudelijk zelf nagaan. Een gedegen reactie heb ik niet paraat, die kost tijd. Maar misschien heeft iemand anders die wel. Daar was ik heel nieuwsgierig naar. Er moeten in Nederland toch een paar antroposofen rondlopen die hier gefundeerd op kunnen antwoorden. Anders ben je als antroposofische beweging geen knip voor je neus waard. Of blijft het alleen bij afwachten en bij onraad in een hoekje duiken?<br />
Het artikel van Floris Schreve is hiervoor de actuele aanleiding. Anders was ik in een later stadium zeker op dit onderwerp ingegaan. Nu ontbreekt mij afdoende voorbereiding. De vraag voor mij is ook of ik alleen sta. Of dat het leidt tot een categorische afwijzing, in de zin van: dat is toch allemaal al uitgemaakte zaak. Zo wordt er vaak ook op gereageerd.<br />
Paul Heldens schrijft dat Floris Schreve vijfendertig is. Dat is Robin Schmidt ook, terwijl Rahel Uhlenhof negenentwintig jaar is (zij hebben allebei een in wezen positieve recensie van het boek van Helmut Zander geschreven). Dat zijn jonge mensen die wat hebben met antroposofie en voor een deel daar ook wat mee willen. Zij hebben er niks aan als iets al voor een uitgemaakte zaak wordt versleten. Voor hen geldt dat waarschijnlijk niet. Vermoedelijk willen zij deze zaken voor zichzelf uitzoeken. En wij dan niet, wij blijven lekker aan de kant staan? (Ik ben van jaargang 1960.) Daar voel ik dus niets voor.<br />
Dat zijn zo mijn beweegredenen om het artikel van Floris Schreve als een soort casus aan te grijpen. Niets geen didactische of therapeutische redenen, of het zou om de Antroposofische Vereniging en antroposofische beweging zelf moeten gaan. Want daar ligt volgens mij het probleem.<br />
Nu jij weer!<br />
Met hartelijke groet,<br />
Michel</p>
<p>13 september 2008 19:24</p>
<p>Ramon De Jonghe zei&#8230;<br />
@Michel,</p>
<p>Ik zie dat je mijn reactie op het artikel ‘Idioten’ toegevoegd hebt aan dit artikel. Je hebt trouwens goed ingeschat dat die reactie beter op zijn plaats is onder dat stuk. Waarvoor dank aan de redactie.</p>
<p>Ik ben benieuwd of en hoe er wordt gereageerd en mensen zoals onder andere Paul Heldens, die op Antrovista nu toch vrij nadrukkelijk wordt uitgenodigd om met een argument te komen, de discussie inhoudelijk willen aangaan. </p>
<p>Ik heb trouwens gemaild met Floris Schreve om hem de suggestie te doen, dat als hij een diepgaande discussie wil, hij beter zijn blog open kan stellen voor reacties of eventueel (en daar wil ik desnoods wel tijd in steken) een afzonderlijk platform te creëren om over de racismekwestie in de antroposofie te discussiëren.</p>
<p>Wanneer het over het stuk van Schreve gaat, is zijn blog de meest aangewezen plaats. Dat stuk zou echter, zoals jij dat hebt gedaan, een handvat kunnen zijn om de discussie ruimer aan te pakken, bijvoorbeeld om naast andere artikelen te plaatsen. (Ik laat hier gewoon mijn gedachten even de vrije loop, hoor)</p>
<p>Het verbaast me trouwens iedere keer weer om te zien met welke eenvoud je op je blog bepaalde zaken in het licht weet te plaatsen. Ik heb in die korte periode vanaf ik je blog ben beginnen lezen tot nu al een en ander van je opgestoken (wat je misschien al is op gevallen tijdens het lezen van mijn blog). </p>
<p>Het is voor mij een openbaring dat in het Nederlandse taalgebied iemand van de antroposofische beweging over antroposofie gaat schrijven zonder de dringende behoefte te voelen om in de verdediging te gaan. Dat mag binnen de beweging in Nederland als een gat in de markt worden gezien! </p>
<p>Vriendelijke groet</p>
<p>Ramon</p>
<p>@Herman</p>
<p>Ik schreef eerder al op mijn eigen weblog dat ik me om de racismediscussie op zich niet zo druk maak. Ik ben er momenteel bij betrokken, doordat Floris Schreve uitgebreide reacties op mijn weblog plaatste en ik nu eenmaal het type mens ben die wat op zijn weg komt de nodige aandacht geeft. Dat is uit interesse in de medemens en ik neem die mens en zijn stem inderdaad serieus, zelfs als die stem een geluid zou voortbrengen dat ik niet graag hoor. Maar ik stop dan zeker geen bijenwas in mijn oren.</p>
<p>Je opmerking dat ik niet inhoudelijk op het stuk van Schreve inga, klopt niet. Enkele uren voor je reactie update Michel het bovenstaande artikel en plaatste daarin een reactie van mij, waarin ik een citaat van Schreve in twijfel trek en er iets anders voor in de plaats zet.</p>
<p>Citaat: Bij één zinnetje twijfel ik echter of dat wel goed gekozen is:</p>
<p>&#8216;het is een coherent onderdeel van een zeer uitgesproken racistisch vertoog&#8217; </p>
<p>Naar mijn aanvoelen is het begrip &#8216;racistisch vertoog&#8217; meer iets dat we aan bijvoorbeeld een ‘overkokende’ Hitler kunnen toeschrijven, omdat een racistisch vertoog volgens mij meestal gepaard gaat met haat spuien naar andere rassen. Bij Steiner kan ik me niet voorstellen dat zijn rassenleer zou zijn ontstaan uit haat jegens andere rassen.</p>
<p>Zelf zou ik gekozen hebben voor: &#8216;Het is een coherent onderdeel van een uitgesproken visie waarin het maken van onderscheid tussen rassen, waarbij het ene ras hoger wordt geplaatst, meer aanzien krijgt dan het andere, essentieel is.&#8217; </p>
<p>Het is niet veel, maar ik gaf al aan dat ik niet veel kan afdingen op het stuk. Aan de hand van wat ik (weliswaar al een vijftal jaar geleden) heb gelezen rond racisme binnen de antroposofische beweging (o.a. rapport Van Baarda) klopt Schreves argumentatie volgens mij. Ik hoop eigenlijk onderbouwde tegenargumenten te horen van degenen die het met Schreves stuk niet eens zijn. Zelf ga ik niet op zoek naar iets dat er volgens mij niet is. But, please yourself and surprise me.</p>
<p>Iets uitgebreider ben ik door het lezen van het artikel van Schreve ingegaan op het onderwerp racisme. Zie mijn site voor de artikelen ‘Steiner hat gesagt’ en ‘Vraagstuk II’ en reacties daarop: <a href="http://antroposofie.wordpress.com/2008/01/08/antroposofie-geen-schadelijke-sekte/#comment-138" rel="nofollow">http://antroposofie.wordpress.com/2008/01/08/antroposofie-geen-schadelijke-sekte/#comment-138</a>. </p>
<p>Ik kan trouwens je vaststelling dat wetenschappers of deskundigen niet in discussie zullen gaan met iemand die van het onderwerp niets heeft begrepen, niet onderschrijven. In Vlaanderen bijvoorbeeld is het zo dat erin het onderwijs tot op het hoogste beleidsniveau ouders (officieel) mee mogen discussiëren. De tijd dat alleen priesters konden lezen en schrijven, dus deskundig waren, is al even voorbij. En als we het over deskundigheid in een gesprek over antroposofie gaan hebben…Nu ja, je bent al op mijn site geweest, hé.</p>
<p>Vriendelijke groet</p>
<p>Ramon</p>
<p>14 september 2008 15:23</p>
<p>Floris Schreve zei&#8230;<br />
Beste Michel, Ramon en Herman (en wellicht Paul Heldens als hij dit leest),</p>
<p>Voor het eerst dat ik hier uitgebreid reageer. In mijn stuk verwijs ik er maar heel summier naar, maar dit is volgens mij een buitengewoon heldere en compacte analyse van waar het allemaal om gaat. Het is van een zeker Jana Husman Husmann-Kastein van de Berlijnse Humboldt Universiteit. Alle &#8216;rasmodellen&#8217; worden hier buitengewoon compact samengevat en uitgelegd met bronvermelding. Afgaand op wat ik gelezen heb, heb ik toch het idee dat dit zo&#8217;n beetje klopt. Het is te lezen op onder de volgende link:</p>
<p><a href="http://www.religio.de/dialog/106/29_22-29.htm" rel="nofollow">http://www.religio.de/dialog/106/29_22-29.htm</a></p>
<p>Zo effectief is het bij mijn weten in Nederland nog nooit samengevat, niet door de &#8216;pro&#8217;s&#8217; en niet door de &#8216;contra&#8217;s&#8217;. Maar mochten jullie geinteresseerd zijn, ben heel benieuwd naar jullie mening,</p>
<p>vriendelijke groet,</p>
<p>Floris Schreve</p>
<p>14 september 2008 22:35</p>
<p>Michel Gastkemper zei&#8230;<br />
Beste Floris Schreve,<br />
Dank voor je reactie.<br />
Over de bijdrage van Jana Husmann-Kastein, waar jij naar verwijst, is in de Duitstalige antroposofische wereld heel wat te doen geweest. Er bestaat ook een uitgebreidere versie van, als voordrachtsmanuscript, zoals dit is voorgedragen op een congres op 21 juli 2006 in Berlijn: <a href="http://www2.hu-berlin.de/gkgeschlecht/downloads/veranstalt/2006/Husmann-Kastein%20Vortrag%20HU%20210706.pdf" rel="nofollow">http://www2.hu-berlin.de/gkgeschlecht/downloads/veranstalt/2006/Husmann-Kastein%20Vortrag%20HU%20210706.pdf</a>.<br />
Van dit congres met de titel ‘Kritische Reflexionen zur Anthroposophie’ is een uitgebreid verslag gemaakt door Detlef Hardorp, ‘Bildungspolitischer Sprecher der Waldorfschulen in Berlin-Brandenburg’ en dienovereenkomstig gekleurd: <a href="http://www.waldorf.net/html/aktuell/humboldt/index.html" rel="nofollow">http://www.waldorf.net/html/aktuell/humboldt/index.html</a>.<br />
Dezelfde Detlef Hardorp schreef mede naar aanleiding hiervan op 1 september 2006 een opiniërend artikel in het Zwitserse weekblad ‘Das Goetheanum’, dat wordt uitgegeven door de Algemene Antroposofische Vereniging. Het richt zich dus tot antroposofen; het is op de website ‘Themen der Zeit’ van Michael Mentzel te vinden: <a href="http://www.themen-der-zeit.de/content/Unzeitgemaesses_Vokabular.92.0.html" rel="nofollow">http://www.themen-der-zeit.de/content/Unzeitgemaesses_Vokabular.92.0.html</a>.<br />
Heel interessant is de bijdrage van 4 december 2006 op het weblog van Nerone, die zich ook over het manuscript van Husmann-Kastein gebogen heeft. Hij krijgt onmiddellijk bijval van Michael Eggert (Egoisten). Het oordeel van deze twee mensen weegt voor mij zwaar; ik heb ze niet voor niets op mijn blogroll staan.<br />
Tot slot nogmaals Detlef Hardorp, die een jaar geleden inging op een heikele kwestie in Duitsland waarbij Jana Husmann-Kastein ook betrokken was: <a href="http://www.waldorf.net/html/aktuell/indexierungsverfahren.htm" rel="nofollow">http://www.waldorf.net/html/aktuell/indexierungsverfahren.htm</a>.<br />
Je ziet aan dit alles wel dat het mij beter lukt om secundaire literatuur op te voeren en bij te houden, dan primaire bronnen te bestuderen. Ik probeer me te beperken tot het Nederlandse taalgebied om het nog een beetje doenlijk te houden, maar dat is bijna onmogelijk, omdat veel met elkaar samenhangt over de grenzen heen. Dus vanuit de verte volg ik de discussies in het buitenland wel zo goed als ik kan, maar er direct een gefundeerd oordeel over geven, zoals je vraag is, kan ik (nog) niet.<br />
Met vriendelijke groet,<br />
Michel Gastkemper</p>
<p>15 september 2008 3:33</p>
<p>Michel Gastkemper zei&#8230;<br />
Aha, ik zie dat ik de link naar de bijdrage bij Nerone ben vergeten. Dat is natuurlijk niet erg handig. Hier komt-ie alsnog: <a href="http://nerone.wordpress.com/2006/12/04/schwarz-weis-konstruktion/" rel="nofollow">http://nerone.wordpress.com/2006/12/04/schwarz-weis-konstruktion/</a>.</p>
<p>15 september 2008 3:38</p>
<p>Er schijnen nogal wat misverstanden te bestaan over de aard van antroposofie. Dat merk ik aan wat Paul Heldens te berde brengt inzake wat hij hier gelezen heeft over Floris Schreve. Antroposofie heeft de ambitie een geesteswetenschap te zijn. Als zij werkelijk een wetenschap is, dan hoeft men zich geen zorgen te maken wat deze of gene van de onderzoeksresultaten vindt. Die kunnen hooguit worden aangepast en bijgesteld, en eventueel ook bevestigd, vervangen of verworpen. Maar de wetenschap zelf wordt daarmee niet minder. Integendeel, iedereen werkt er zo aan mee om deze te vergroten en te vervolmaken. Die is niet afhankelijk van de sympathie of antipathie van wie dan ook voor de bevindingen ervan. Wat telt is de onomstotelijke waarheid van die wetenschap, die zo objectief mogelijk wordt weergegeven.Bij antroposofie lijkt dit opeens niet meer te gelden. Waarom dan toch niet, vraag ik me af. Hebben antroposofen zelf wel voldoende notie van het feit dat antroposofie een geesteswetenschap is? Of voelen ze zich aangevallen als iemand de bevindingen ervan ter discussie stelt? Dan gaat het toch meer op een leer lijken. En dat is heel iets anders. Antroposofen en niemand anders zijn verantwoordelijk voor welke status antroposofie in de wereld heeft of krijgt. Het stemt niet erg hoopvol, als je kijkt hoe er bijvoorbeeld met het thema ‘racisme’ wordt omgegaan. Veelvuldig kun je een ontwijken en duiken waarnemen, maar weinig een staan voor antroposofie als wetenschap en in die zin het debat aangaan. Het zou veel verhelderends moeten kunnen brengen in recente debatten. Denk bijvoorbeeld aan het allochtonenvraagstuk. Ooit iemand als antroposoof hierin stelling zien nemen en voor zijn standpunt uitkomen? Geen wonder</p>
]]></content:encoded>
	</item>
</channel>
</rss>
